Ivanisevic verslikt zich in Spaanse gravelbijter

PARIJS, 2 JUNI. Alberto Berasategui volgde het voorbeeld van Sergi Bruguera. Hij bereikte gisteren als tweede Spanjaard de laatste vier bij de Open Franse tenniskampioenschappen. De 20-jarige Berasategui won in anderhalf uur van Goran Ivanisevic. De nummer 23 van de wereldranglijst versloeg de nummer vijf met 6-4, 6-3 en 6-3. Als Bruguera morgen wint van Courier, en Berasategui de Zweed Magnus Larsson verslaat, wordt het zondag de eerste Spaanse finale in de geschiedenis van Roland Garros.

Ivanisevic voelde van te voren al aankomen hoe zwaar hij het zou krijgen. De 1.94 meter lange Kroaat kan heel aardig serveren - bijna duizend aces per jaar - en beschikt over een redelijke forehand. Maar de twintig centimeter kleinere Berasategui is een typische Spaanse gravelbijter. Snel, solide en beter in de lange rallies. “Als ik achterin blijf hangen, ga ik dood”, had Ivanisevic voorspeld. Dus zocht hij het net op. Daar werd zijn belangrijkste tekortkoming, zijn falende volley, de nagel aan zijn doodkist.

In 1992 bereikte Ivanisevic de finale van Wimbledon, maar sindsdien presteerde hij niet veel meer in de grand-slams. Dit keer had hij op papier een makkelijk programma, omdat de echte favorieten in de andere helft van het speelschema terecht waren gekomen. Hij was na afloop dan ook zo teleurgesteld dat hij zich beperkte tot zijn standaard-excuses. “Ik weet niet wat ik heb gedaan. Ik deed niets. Op zo'n dag als dit had ik ook tegen een vrouw de bal niet kunnen controleren. Ik heb hem een cadeau gegeven.” Op de baan bleef het bij fouten, missers en obscene gebaren.

Het Spaanse tennis maakt een bloeiperiode door. Na Manuel Santana in 1961 en '64 en Andres Gimeno in 1972, was Bruguera vorig jaar de eerste speler in twintig jaar die een grand-slamtitel won. Bruguera is een Catalaan en ook Carlos Costa, Alex Corretja en de familie Sanchez (de broertjes Emilio en Javier en zusje Aranxta) zijn opgegroeid in Barcelona, het epicentrum van het Spaanse tennis. Berasategui is een Bask, de landstreek die tot nu toe alleen voetballers en wielrenners produceerde.

Berasategui is geboren in een dorpje in de buurt van Bilbao. Op zijn dertiende - hij sprak nog geen woord Engels - stuurde zijn vader hem naar een van de vele tennisscholen in Florida. Op de Palmer-Academy van de beroemde Australiër Harry Hopman leerde hij in drie jaar vooral 'toughness'. Zijn techniek hebben ze daar niet veranderd.

Hij is de enige speler die zijn forehand en zijn backhand met de dezelfde kant van het racket slaat. Hij heeft het vast als een hamer: een zogenoemde 'extreme Western-grip', waarbij het blad van het racket dwars op zijn onderarm staat. Met die hamer duwt hij de ballen links en rachts voor zich uit. Voor de backhand houdt hij zijn pols stijf. Voor een forehand verplaatst hij zijn racket als een ruitenwisser voor zich langs. Bij een 'gewone' forehand zwaait een speler zijn hele arm naar achteren, maar Berasategui draait juist zijn elleboog naar binnen en heeft slechst een hele korte achterzwaai.

“Ze hebben mijn forehand proberen te veranderen in Amerika, omdat ik problemen kreeg met mijn schouder. Maar ik sloeg een paar hekken kapot, waarna ze er maar mee ophielden. Ik speel er al mee sinds ik jong ben en ik ben er aan gewend. Iedereen praat opeens over mijn forehand en mijn greep”, ontdekte hij tot zijn verbazing. “Nu ik wedstrijden win is het opeens het onderwerp van gesprek.” Vorig jaar juli maakte Berasategui voor het eerst naam door in Stuttgart op gravel een partij te winnen van Bruguera, de regerend kampioen van Roland Garros. De Duitse toernooi-directeur werd zo boos over het verlies van zijn publiekstrekker dat hij bij de ATP een klacht indiende tegen Bruguera. De Spanjaard zou met opzet verloren hebben. “Berasategui is een goed speler”, luidde het excuus van Bruguera. Toen geloofde niemand hem nog.

Berasategui besliste de partij tegen Ivanisevic met het handelsmerk van de Kroaat: een ace. Zo had hij het vroeger op televisie gezien van Boris Becker, zo had hij het in de derde ronde afgemaakt tegen de Fransman Pioline.

In de andere kwartfinale speelde de 19-jarige Duitser Hendrik Dreekman tegen de Zweed Magnus Larsson twee sets lang alsof hij in de eerste ronde stond van een klein toernooi. Hij won eenvoudig met 6-3 en 7-6 en kreeg aan het einde van de derde set maar liefst zes kansen de wedstrijd te beslissen. Toen Larsson met zijn harde, vlakke service de matchpoints weg wist te werken, stortte de onervaren Duitser in. Hij verloor de tie-break en de twee laatste sets met 6-0 en 6-1.

Paul Haarhuis en Jacco Eltingh zijn uitgeschakeld in het dubbelspel. De wereldkampioenen verloren in de kwartfinale met 6-4 en 6-4 van het Russisch/Amerikaan se duo Olhovsky/Adams. De Nederlanders, die in januari in Australië hun eerste grand-slamtoernooi hadden gewonnen, speelden ver beneden hun kunnen. Haarhuis won later op de dag in het gemengd dubbelspel met Natalia Medvedeva uit de Oekraïne in drie sets van Martina Navratilova en Mark Woodforde, maar verloor vervolgens de kwartfinale van het duo Sukova/Woodbridge. Kristie Boogert en Menno Oosting bereikten wel de halve finale.