'Inferieur broddelwerk' in Leiden

De universiteitsraad van Leiden wil dat staatssecretaris Cohen (hoger onderwijs) college-voorzitter Oomen ontslaat wegens de totale mislukking van een bouwproject.

LEIDEN, 2 JUNI. “We zijn in zeer onaangename en buitengewoon moeilijke bestuurlijke omstandigheden verzeild”, verzuchtte voorzitter C. Oomen van het Leidse college van bestuur eerder deze week. Zijn laatste poging om de universiteitsraad gunstig te stemmen is tevergeefs. De raad besloot maandagavond met ruime meerderheid aan staatssecretaris Cohen te verzoeken Oomen te ontslaan. Cohen heeft nu een commissie benoemd die de Leidse perikelen snel moet inventariseren.

Veel uitzicht op een compromis is er niet. Oomen en de rest van het college van bestuur hebben aangekondigd het ontslagverzoek “met alle wettelijke middelen” te zullen bestrijden. Op haar beurt verklaarde woordvoerder C. van der Molen van de grootste fractie in de raad, dat “de kwaliteit van de argumentatie van het college beneden niveau is”. Zelfs het emotionele beroep van rector-magnificus prof.dr. L. Leertouwer op de eer van de universiteit baatte niet. Leertouwer: “Vele personeelsleden komen naar mij toe en vragen: dit kan toch niet waar zijn? Zeker niet in Leiden.”

Maar het is wel waar. Het begon mooi in Leiden. Begin 1990 kampte de medische faculteit met ruimtegebrek, vooral door de snelle groei van het onderzoek in opdracht van derden. Binnen het investeringsprogramma van het ministerie was op korte termijn geen geld beschikbaar. Dus wat was simpeler dan een speciaal gebouwde, tijdelijke ruimte te huren of te leasen totdat definitieve uitbreiding een feit was? Het college van bestuur zag er wel wat in en een aantal universiteitsambtenaren ging aan de gang, met collegevoorzitter Oomen als verantwoordelijk portefeuillehouder.

Het ging snel mis. Eind 1991 had de 'Annex' van het medische laboratorium klaar moeten zijn. Maar nu nog staat naast het Leidse Sylviuslaboratorium slechts een half afgebouwd karkas. Sinds januari 1993 weigert de aannemer verder te bouwen wegens wanbetaling door de inmiddels failliete projectontwikkelaar. Het aangekochte meubilair wordt al weer elders op de universiteit gebruikt. Het aanvankelijk geheime rapport dat de universiteitsraad over de gang van zaken samenstelde, biedt een onthutsend beeld van een chaotische ambtelijke organisatie.

De directeur bedrijfsvoering van de universiteit, die op grond van de 'afstandelijke bestuursstijl' van de collegevoorzitter vrij spel had, verstrekte de opdracht aan een volkomen onbekende projectontwikkelaar met een ondeugdelijk bestek van 2,8 miljoen gulden. Tijdens de bouw werd de prijs plotseling verhoogd met vier miljoen. Inmiddels worden zowel deze vorig jaar ontslagen directeur bedrijfsvoering als de directeuren van de projectontwikkelaar strafrechtelijk vervolgd wegens fraude.

Volgens het onderzoek van de universiteitsraad - waarvan de feitelijke inhoud niet wordt bestreden door het college van bestuur - heeft de verantwoordelijke bestuurder Oomen zich nauwelijks met de gang van zaken bemoeid. Dat hem door de directeur bedrijfsvoering een rad voor ogen werd gedraaid, werd hem pas zeer laat duidelijk. Op papier stond weinig en er was zelfs geen sprake “van een regelmatige, coherente mondelinge rapportage”, aldus het rapport. Een ambtelijke notitie waarin een ander bedrijf wordt voorgesteld, wordt door Oomen “niet op zijn waarde geschat”. Zelf zegt Oomen dat “hij er niet mee uit de voeten kon”.

Een andere notitie - geschreven door een ambtenaar op de dag van ondertekening van de contracten - waarin werd gewaarschuwd dat er in het bestek sprake was van “inferieur broddelwerk” bereikte hem nooit, evenmin als de waarschuwingen van een gemeentelijke inspecteur van bouw- en woningtoezicht. En “wanneer hij in het najaar van 1992 wordt gewezen op de stillegging van werkzaamheden, fietst hij langs de Annex en laat zich door de directeur bedrijfsvoering geruststellen”, aldus het rapport.

Pas nadat begin 1993 de bouw definitief werd stilgelegd, ging Oomen actie ondernemen. Sindsdien probeert de universiteit de scherven bij elkaar te vegen. Volgens Oomen komen de financiële risico's voor rekening van de ING-bank die bij de hele operatie betrokken was, maar de universiteitsraad vreest claims. “Hier komen we niet zonder kleerscheuren van af, dat kan wel 7 à 10 miljoen gaan kosten”, aldus raadslid W. Rosinga, “en dat zijn drie hoogleraren, voor tien jaar benoemd.”

Oomen ontkent “onzorgvuldig” te hebben gehandeld en beroept zich op “criminele misleiding” door de directeur bedrijfsvoering. Maar voor de raad is die verdediging niet voldoende. “U zit er niet om twee jaar lang misleid te worden”, zei het raadslid Boot maandag.

Rector Leertouwer waarschuwde maandag dat als het ministerie inderdaad zal ingrijpen, Leiden wel eens “een proeftuin” zou kunnen worden voor een nieuwe bestuursstructuur waarin de universiteitsraad veel minder macht krijgt. Het zal niet voor het eerst zijn. In 1983 speelde aan de Technische Hogeschool Delft een omgekeerd conflict. Toen wilde de meerderheid van het college van bestuur juist het aftreden van een door de universiteitsraad benoemd collegelid. Dit conflict eindigde met de schorsing van de Delftse universiteitsraad voor een jaar.

Maar universiteitsraadvoorzitter J.J.C. Mulder is niet bevreesd voor de 'ontdemocratisering' waartegen de rector waarschuwt. “De trend is nu vermindering van de studenteninvloed in de raad. Maar het is hier juist een interessante curiositeit dat de studentleden juist vooral de collegevoorzitter ondersteunen. Dus daar kan het niet aan liggen.”