Indonesische druk op Filippijnen wekt ongenoegen in regio

JAKARTA, 2 JUNI. Ondanks krachtig aandringen van Indonesië op een verbod, is Manila deze week toneel van de Internationale Conferentie over Oost-Timor, belegd door de Universiteit van de Filippijnen. Wel is het buitenlanders verboden aan de conferentie deel te nemen. Daarmee hebben de jongste Indonesische inspanningen om het buurland te bewegen de conferentie te verhinderen maar half resultaat gehad. Gezien het arsenaal aan pressiemiddelen dat Jakarta heeft ingezet, wordt in Indonesië en elders in de regio de vraag opgeworpen of het middel niet erger was dan de kwaal.

Zodra het organisatiecomité de plannen voor de conferentie bekendmaakte, tekende het Indonesische ministerie van buitenlandse zaken in het openbaar bezwaar aan. Het initiatief zou zijn uitgegaan van de Oosttimorese verzetsleider in ballingschap José Ramos Horta, en zou “deel uitmaken van een politieke campagne om Indonesië in de ogen van de wereld zwart te maken”.

Aanvankelijk stelde de Filippijnse regering zich op het standpunt dat het niet op haar weg lag zich te bemoeien met een dergelijke particulier initiatief. Daarop trok Jakarta alle registers open. Buitenlandse zaken dreigde af te zien van verdere bemiddeling in het conflict tussen het islamitische Moro-Bevrijdingsfront en de Filippijnse regering, een vriendendienst die Manila zeer op prijs stelt. Het voorgenomen bezoek van een Indonesische minister werd plotseling afgezegd, de Indonesische delegatie naar een regionale zakenconferentie in Manila werd teruggetrokken en in de omstreden grenswateren tussen beide landen werden beduidend meer Filippijnse vissersboten opgebracht dan gewoonlijk.

Intussen werden zulke hooggeplaatste genodigden naar de conferentie als de Franse presidentsvrouw Danielle Mitterrand en de echtgenote van de Portugese president - beiden zijn actief voor de rechten van de mens - via diplomatieke kanalen verzocht niet in Manila te verschijnen. Mevrouw Mitterrand beschuldigde Indonesië dezer dagen furieus van “chantage” en “tyrannieke druk”.

Het ongebruikelijke machtsvertoon van Indonesië ontlokte aan het Thaise dagblad The Nation het commentaar dat Jakarta zich tegenover het bevriende buurland had gedragen als een ongelikte big brother. In de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur betoogden activisten voor de rechten van de mens dinsdag tegen de Indonesische “bezetting van Oost-Timor”.

De affaire raakt aan het hart van de relaties binnen ASEAN, het politieke samenwerkingsverband dat in 1967 werd opgericht door Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Thailand en Singapore en waarbij ook Brunei zich later aansloot.Indonesië heeft in principe geleerd van oude fouten tegenover zijn buurlanden, zoals de uiterst onvruchtbare confrontatie met Maleisië onder het presidentschap van Soekarno. Sinds 1967 had Jakarta tot dusverre zijn getalsmatige en territoriale overwicht binnen ASEAN nooit laten gelden en bij onderlinge meningsverschillen de nodige terughoudendheid betracht.

De eerbiedwaardige Jakarta Post riep de regering gisteren in een hoofdartikel op “terug te keren naar zulke basisbeginselen van goed nabuurschap als niet-inmenging in elkanders binnenlandse aangelegenheden en respect voor elkaars politieke systemen. Men kan niet verwachten dat alle particuliere organisaties in de lidstaten zich houden aan de solidariteit tussen hun regeringen.”