In Nederland

Frits zegt: “Ik voel me hier meer in Nederland dan in Nederland.”

Met Nederland bedoelt hij Almelo, Twenthe, 1950, toen hij tien was. Elk boerderijtje stond precies waar het moest staan. Elk paadje ging precies zoals een pad moest gaan. En elke boom zijn eigen zang. Volmaakte harmonie.

Met hier bedoelt hij het vlakke land van de Brenne. Jawel, een door en door gemanipuleerde streek. De mensen reiken er van de waterhuishouding tot de eendejacht. Maar dat is het punt niet. Hij wil de mens niet weg uit de natuur. Hij wil het samengaan, die harmonie.

Als plantenman, in Nederland, de doem van het bederf, van kunstmest, drijfmest, zure regen, bederf van bodem en water, de basis zelf, bederf van de elementaire chemie, een totale verstikking, onontkoombaar, onherstelbaar.

En het bederf in het sociaal verkeer, de maatschappij - dat schroeiende gevoel van woekerende neurosen, dat iedereen iedereen in de weg begint te zitten, dat iedereen bezig is iedereen een hak te zetten.

Hier. Als je de loodgieter laat komen is het een loodgieter, de timmerman is timmerman. Die werken nog zoals het hoort, in elke handeling een doel. Geen blèrende radio. Geen geleuter bij de koffie. Die mensen werken niet voor straf, die leven in hun werk. Oké, dan praat je Frans. Maar de herinnering is Nederland, Almelo, 1950.

en zelfs het lange vers Botanisch twistgesprek van Drs. P (met die dwingeland die er telkens Nee, ik wil een tuinkabouter met een mandje op zijn rug tussendoor roept) Aan de rechterkant zou italiaanse ossetong heel mooi staan, ijle dravik, zilte zegge, valse salie, kleine ruit