'Ik zoek wat hier te vinden is'

In de oude ijzerwarenwinkel Rauwerda in Leeuwarden is alle gereedschap van de wereld voorhanden. Leinagels, panieksluitingen, schroefjes en moertjes die bijna nergens meer te krijgen zijn; maar ook het nieuwste van het nieuwste. In het Fries Museum is een tentoonstelling gewijd aan deze opmerkelijke familiezaak.

Tentoonstelling: Auke Rauwerda t/m 19 juni in het Fries Museum, Turfmarkt 24, Leeuwarden. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Inl 058-123001.

“Vraag me niet waarom de kwasten naast de zemen liggen; da's familielogica.” In de IJzerwarenwinkel Auke Rauwerda aan de Westerplantage 12, 14, 16, 18, 4, 6 en 8 in Leeuwarden werken geen vreemden. “Alleen de boekhouder is geen Rauwerda en de man van de expeditie is een zwager”, zegt Ype Rauwerda (1941) die de winkel runt samen met zijn jongere broers Guus, Johan en Auke, en hun zonen, waarvan er ook twee Auke heten. Men kan er terecht voor drildraadjes, zwabberkatoen, leinagels, panieksluitingen, houten Friese doorlopers maar ook voor een doodgewone broes.

Bij wijze van eerbetoon aan deze opmerkelijke familiezaak heeft de Stichting Rousseau, bestaande uit de schrijver/dichter Kees 't Hart en de beeldend kunstenaars Rob Nypels en Simon Poelstra, een kunstwerk opgebouwd in het Fries Museum. Het collectief, dat zich tot doel stelt 'om bestaande maatschappelijke beelden en situaties van nieuwe interpretaties te voorzien', heeft een enorme kijkdoos opgetrokken waarin je door de kieren van eendemanden een bewegend spotlicht kunt volgen dat enkele typische 'Rauwerda'-artikelen zichtbaar maakt in de duisternis. Een ringsleutel 80 heeft hierin een ereplaats gekregen.

Praktikabel, het tijdschrift van de Stichting, dat voor de gelegenheid is gedrukt op krantenpapier (Rauwerda verpakt in oude kranten) staat het gedicht 'IJzerwarenwinkel Auke Rauwerda'. Dit lofdicht van Kees 't Hart - eerder afgedrukt in het literatuurblad De Revisor - heeft als cruciale regel 'ik zoek wat hier te vinden is'.

Op een van de zolders, die tot de nok is volgestapeld met houten sleeen, vertelt Ype Rauwerda over een hooisleper die daar aan een dwarsbint hangt: “Sinds mijn kleutertijd hoort die gewoon tot de voorraad. We hadden veel boeren als klant. Als een boer gereedschap kocht dan vroeg hij niet hoeveel iets kostte maar dan moest hij een 'goede' schop of een 'goede' hamer hebben. Wij zochten dan wat hij nodig had, telden de boel bij elkaar op en hij betaalde zonder naar de rekening te kijken. Een kwestie van vertrouwen, niet?”

“Hoe wij hier te werk gaan? Balkdragers bijvoorbeeld staan in ons boek onder de 'K' en waar we die dan vandaan moeten halen, dat weten wij natuurlijk wel.”