Holland Festival geopend met Verdi; Een Falstaff die net zo aandoenlijk is als de brave Pipo

Voorstelling: Falstaff van G. Verdi door de Nederlandse Opera en het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Bruno Praticò, Roberto Servile, Daniela Dessi, Patrizia Pace, Serena Lazzarini, Anna Steiger, José Bros, Jerold Siena, Sergio Bertocchi en Mario Luperi. Decors: Ezio Frigerio; kostuums: Squarciapino; regie: Lluís Pasqual. Gezien: 1/6 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 3, 6, 9, 11, 13, 19, 22, 24/6.

Het 47ste Holland Festival werd gisteren in het Amsterdamse Muziekthater geopend in aanwezigheid van koningin Beatrix, Prins Claus, een aantal ministers, de drie 'paarse' fractieleiders, de nieuwe Amsterdamse burgemeester Patijn, diverse andere hoogwaardigheidsbekleders en ex-minister Hirsch Ballin met een voorstelling van Verdi's opera Falstaff door de Nederlandse Opera en het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly.

Deze nieuwe Falstaff-produktie van regisseur Lluís Pasqual heeft drie voorgangers. De recentste was de Falstaff die op 24 september 1986, de dag na de opening van het Muziektheater, door de Nederlandse Opera werd gegeven. Deze scenisch nogal onbeduidende produktie in de regie van de Roemeen Liviu Ciulei werd vooral berucht door het decor, dat in de Romeinse filmstad Cinecittà was geproduceerd.

Hoewel het Muziektheater een van de grootste podia ter wereld heeft, bleek het decor bij opbouw nog veel te groot, zodat het met de zaag op maat moest worden gemaakt. Voordien regisseerde Götz Friedrich bij de Nederlandse Opera in het Holland Festival 1972 een Falstaff met Gabriel Bacquier in de titelrol. Michael Gielen dirigeerde het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

De meest memorabele voorganger van deze Falstaff was de overrompelende modelvoorstelling die het Holland Festival in 1963 zelf organiseerde met begeleiding van het Concertgebouworkest onder leiding van Carlo Maria Giulini. De nog steeds zinderende radio-opname staat op cd (Verona 27095/96) en vele namen van de prestigieuze Italiaanse cast zijn nog steeds fameus: Fernando Corena, Mirella Freni, Fedora Barbieri, Renato Capecchi, en Luigi Alva. Decors en kostuums waren van Franco Zeffirelli.

De Falstaff van Pasqual en Chailly houdt ergens het midden tussen de voorstellingen van 1986 en 1963. Muzikaal en vocaal is het niveau hoog, maar de zeer conventionele enscenering biedt weinig bijzonders. Erger: de komische opera over het burleske Shakespeare-personage is in deze voorstelling niet leuk en werd zonder enige publieke reactie uitgezeten. Na afloop was er een waarderend applaus.

Net als die legendarische Giulini-voorstelling uit '63, waarin men het Haagse publiek nog steeds kan horen lachen, heeft ook deze Falstaff een vrijwel geheel Italiaanse cast, die doorgaat voor ongeveer het beste dat het oer-operaland nu heeft te bieden. Maar men mag betwijfelen of een opname van deze voorstelling (de NOS maakt een dit najaar uit te zenden tv-registratie) over dertig jaar nog als van historisch belang in de winkels ligt.

Het decor van Ezio Frigerio is het meest naturalistische dat totnutoe in het Muziektheater was te zien. Het lijkt wel een totale breuk met het artistieke beleid van de Nederlandse Opera, maar er valt iets voor te zeggen. Er valt weinig te abstraheren aan de grappen met de wasmand, die met Falstaff erin in de Theems wordt gegooid, en de verkleedpartij in het bos, dus is een zo realistisch mogelijk decor ook een zeer extreem standpunt. Het voorspelbare en vanzelfsprekende ervan moet dan wel worden ingevuld met verrassende brille.

Maar ondanks dat naturalisme volgt de uitbeelding niet letterlijk het libretto. Geen herberg waarin Falstaff logeert, geen huiskamer waarin Alice Ford haar 'minnaar' Falstaff ontvangt. Deze Falstaff speelt zich af op een lager sociaal niveau in twee boerenschuren die vol liggen met rietbossen. Ook het woud rond de eik van Herne in de slotscène ligt bezaaid met riet. De door Brueghel geïnspireerde toneelbeelden en kostuums zijn vaak fraai, maar ze herinneren vooral aan de perfectionistische oubolligheid van Anton Pieck.

Regisseur Lluis Pasqual lijkt na de Falstaff-produkties die hij eerder bracht in Madrid, Brussel en Bologna, uitgekeken op de twee vette grappen die worden uitgehaald met de pretentieuze, geile oude bok Falstaff. De weinig gedetailleerde en niet echt onderhoudende enscenering mist scherpe typeringen en humor. Het wanstaltig overdrevene in het Falstaff-personage, dat ooit breed werd uitgemeten door Corena en Bacquier, wordt nu welwillend verdoezeld in een Rembrandtiek licht.

Deze Falstaff van Bruno Praticò is een beetje melancholisch en clownesk. Hij is te zichtbaar opgevuld met kussentjes en heeft de brave aandoenlijkheid van Pipo, nog geaccentueerd door de manier waarop hij tijdens het laatste changement voor het doek met stil spel de tijd doodt. Er is eigenlijk helemaal geen reden om die grappen uit te halen met deze sul die niemand lastig valt.

Die chique, geacheveerde en terughoudende instelling spreekt ook uit de muzikale en vocale uitbeelding. Chailly laat het Concertgebouworkest in nogal langzame tempi heel fijnzinnig spelen. Maar op de plaats waar ik zat, elfde rij parterre, was daarvan te weinig te horen als gevolg van de onvoldoende akoestiek in het Muziektheater. Het Concertgebouworkest zat in de bak, anders dan meestal het Nederlands Philharmonisch Orkest, met de vloer op de laagste stand. Chailly, die nog slechts één keer eerder in het Muziektheater dirigeerde (Prokofjevs L'Ange de feu in 1990) heeft nog onvoldoende ervaring met die verraderlijke akoestiek. De muziek ging vooral naar boven, bezoekers op de balkons hoorden meer en roemden na afloop de artisticiteit van orkestspel en directie.In de laatste sprookjesachtige scène in het bos met het elfenlied en het huwelijk tussen Nanetta en Fenton paste alles uiteindelijk mooi bij elkaar en riep de subtiele sfeer - met de prachtige hoornpartij op de verre achtergrond - ware magie op. De Nanetta van Patrizia Pace kwam hier, na de prachtige maar ijle lyriek uit de eerste acte, in dit elfenlied tot verterende volle bloei. Voor het overige waren de andere zangers degelijk en goed, zonder echter tot onvergetelijke prestaties te komen.