Harakiri

J. Somervil schrijft in zijn brief van 5 mei dat “een bestuurder van de supersnelle shinkansen (metro) die na een rit van 1200 km met een vertraging van zeven minuten aankwam, uit schaamte zelfmoord pleegde.”

Ik stel dat in Japan zelfmoord uit schaamte niet bestaat. In 1986 (toen ik in Japan woonde) pleegde de 13-jarige Hirofumi Shikagawa zelfmoord. Na maandenlang op school gepest te zijn, kwam de climax, zoals vermeld in de Herald Tribune (21 mei), “toen een leraar de klas toestond voor Hirofumi een schijnbegrafenis te houden, inclusief dodenmars. Men gaf het slachtoffer een kaart die door het grootste deel van de klas ondertekend was en waarop stond 'Sayonara Hirofumi.' (. . .) In een uitspraak die een keerpunt vormt betreffende pesterijen op school, bepaalde de rechter dat het stadsbestuur verantwoordelijk was voor de zelfmoord.” Volgens hetzelfde artikel werden in 1992 meer dan 23.000 voorvallen gemeld van pesterijen op school, 5 procent meer dan het jaar daarvoor.

Het werd ook een keerpunt genoemd toen de rechter voor het eerst een slachtoffer van karooshi (dood-door-overwerk) officieel tot slachtoffer verklaarde. Het was dus toch geen edelmoedige zelfopoffering. Men kent in Japan geen waarde toe aan wat hier wel de 'objectieve werkelijkheid' wordt genoemd. Zo is een in Japan vaak genoemde reden voor de Tweede Wereldoorlog dat Azië gered moest worden van de blanke kolonisten. Bij deze zelfverheerlijking past een 'hoger arbeidsethos' dat verklaart waarom iemand die verantwoordelijk wordt gesteld voor een vertraging van zeven minuten, zich daarover zo verschrikkelijk 'schaamt', dat hij zich van het leven beroofd. Het personeelsbeleid van de Japanse spoorwegmaatschappij blijft zo mooi buiten schot.