Geheim agent

VU-Magazine, maandblad van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs. Jaarabonnement (11 nrs.) fl.47,50, tel. 020-5483692.

De Koude Oorlog is voorbij, het IJzeren Gordijn geslecht. In het hoofdkantoor van de Stasi, de beruchte Oost-Duitse geheime dienst die nu grotendeels ontmanteld is, worden kasten vol pruiken en vermommingen prijsgegeven aan de motten. Is spionage uit de tijd? Welnee, schrijft VU-magazine, het informatieve maandblad van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs, in een smeuig geschreven omslagverhaal. Veeleer symboliseert de val van de Stasi een proces van Umdenken binnen de spionagewereld in zowel Oost als West. De Koude Oorlog mag dan voorbij zijn, maar het werk voor spionnen zit er nog lang niet op. Met het verlies van de vertrouwde vijand lijkt voor de meeste spionnen een omscholing onontkoombaar. Nieuwe vijanden en werkmethoden dienen zich aan, en het werkterrein verplaatst zich van de militaire naar de civiele sector. Een geheim agent geeft zijn leven niet meer voor het vaderland, maar voor General Motors. En dat komt de arbeidsvreugd niet ten goede, zo blijkt uit het artikel.

Volgens VU-Magazine hoeft de moderne gleufhoed niet meer kleumend in regenjas met zijn verrekijker of notitieblok tegen de hekken van een Rode Legerbasis rond te hangen nu diezelfde hekken regelmatig openzwaaien om buitenlandse gasten te verwelkomen. Van de honderd kernkoppentellers die de CIA enkele jaren geleden nog in dienst had zijn er, naar verluidt, nog maar negen over. Het tellen van tanks lijkt achterhaald nu militaire satellietgegevens met details tot op een meter in Rusland gewoon commercieel te koop zijn.

Maar satellieten voorzien niet voldoende in de informatiebehoeften van de inlichtingendiensten. Je kunt er vijandelijke raketten mee opsporen, maar niet doordringen in het gedachtengoed van de eigenaar.

Begon het aandachtsgebied van de gemiddelde Westerse geheim agent in de 'goeie ouwe tijd' bij de Elbe om op te houden bij de Bering Straat, tegenwoordig is haast de hele aardbol ten prooi aan politieke instabiliteit en oplaaiende conflicten. Wat bijvoorbeeld te denken van het ideologisch zwalken van de Georgiers. Zijn ze nou als het er op aan komt voor de Russen of voor de Amerikanen? Onoverzichtelijkheid is troef en het werkgelegenheidsklimaat voor spionnen lijkt dus gunstig.

Het wegvallen van de gemeenschappelijke vijand leidt er bovendien toe, dat ook bondgenoten elkaar meer dan voorheen met een gezonde dosis onderling wantrouwen bezien. “Toen Moskou de vijand was hadden wij veel buitenlandse inlichtingendiensten in onze binnenzak” zo citeert VU-magazine een anonieme CIA-agent, geinterviewd in Newsweek. “Maar nu men de Sovjets geen bedreiging meer vindt, vragen die landen zich af wat wij nog in hun land te zoeken hebben. Een bevriend land is nu eerder geneigd je te volgen en je telefoon af te tappen. Dat maakt de werkomgeving een stuk ingewikkelder!”

Ingewikkeld is ook het feit dat met de bureaucratisering het aantal geheimen dat een land te beschermen heeft evenredig lijkt toe te nemen. Voor de Tweede Wereldoorlog waren de Nederlandse ministeries vrij kleine departementen, waar niet meer dan een paar honderd ambtenaren werkten. De buitenlandse inlichtingendienst die wou weten hoe 'men' dacht hoefde maar een handjevol topambtenaren te schaduwen. De moderne spion echter verzuipt in de documenten, en het wordt steeds moeilijker om het kaf van het koren te scheiden. Inmiddels kun je een vijandelijke inlichtingendienst beter ontregelen door hem teveel dan door hem te weinig informatie te geven, zo concludeert auteur Mark Traa die zich overigens nergens waagt aan morele bespiegelingen over de vraag of spionage zich laat rijmen met de tien geboden.

De christelijke signatuur van VU-Magazine ligt er niet dik bovenop en valt uit veel verhalen in het juninummer niet af te lezen. Een uitzondering daarop vormt het interview met antropoloog Jojada Verrips, indertijd gepromoveerd op het leven in een kleine, besloten, calvinistische dorpsgemeenschap in de Alblasserwaard. Nog steeds kan hij zich verbazen over de dubbelmoraal in calvinistische kringen. “Als zo'n dominee in het kippenhok met een vrouw wordt betrapt, zijn er altijd wel mensen die zeggen 'dat die twee elkaar immers op het gebied van het geestelijk leven zo goed kunnen vinden. En is het niet zo dat de kinderen des Heeren het zwaarst worden bezocht?' De misstap wordt dan gezien als bewijs dat ze tot de uitverkorenen behoren.”