Follies

Bijna alles wat er de laatste decennia in Portugal aan nieuwe huizen werd gebouwd is een belediging voor het oog, niet omdat het in Portugal gebeurt, maar omdat de moderne architectuur universeel is. Het enige wat aan die architectuur modern genoemd kan worden is dat het geen architectuur is.

Ik ben geen prijzer van voorbije tijden, maar hoe simpel en vanzelfsprekend staat een oude boerenschuur er bij, dromerig en in harmonie met het landschap, en hoe brutaal en schreeuwerig is de meest elementaire keet van nu! Vroegere bouwsels werden gracieus oud en zelfs als ze in verval zijn geraakt prikkelen ze nog altijd de fantasie en de zintuigen, terwijl je van de moderne voortbrengselen, of ze nu door amateurs of beroepsarchitecten zijn neergezet, nu al weet dat ze het volgend jaar nog lelijker zullen ogen en het jaar daarna opnieuw een stuk afzichtelijker. Het komt door de standaardisatie, de beperkte materiaalkeus, de aannemersmafia, ik weet het, maar vooral door liefdeloosheid en gebrek aan stijl.

Niets heeft de eeuwige jeugd en ook het gloednieuwe van nu zal in verval raken. De oude dag van de naoorlogse architectuur zal verschrikkelijk zijn. Er zal geen spat romantiek uitgaan van de krakende vloeren en de verzakte gevels van straks. Alles wat onze bouwheren nu presteren zal eens radicaal moeten worden afgebroken.

Nu ja, één troost.

Ook Portugal is bespikkeld met nieuwe lelijkheid. Meestal zijn het huizen van mensen die in het buitenland werken (hier emigranten genoemd) en die hun spaarcenten steken in een droomwoning op vaderlandse grond. Eerst het casco, het jaar daarop een dak, weer een jaar later misschien al de deuren en de ramen. Tragische dromen vaak. Omdat het bouwen onveranderlijk duurder wordt en hun inkomsten doorgaans verminderen, waardoor de voltooiing op een steeds langere baan wordt geschoven. Omdat in hun bouwplannen extra vertrekken, vaak hele vleugels, voor hun kinderen en kleinkinderen zijn opgenomen, kinderen die er niet over prakkezeren om later bij hun ouders in te trekken, die zelfs niet de geringste band meer voelen met Portugal. Omdat ook hun ouders waarschijnlijk nooit zullen terugkeren en zich met hun half-gerealiseerde droom van terugkeer moeten troosten.

Lelijke barakken, overal. Te plomp of juist te staketselachtig. Hologige betonwaanzin. Het is een wonder van de menselijke geest en een hommage aan onze overlevingsdrang dat we lelijkheid die zo consequent en drastisch wordt herhaald op het laatst niet eens meer zien. (Ook de reden, helaas, dat architecten zelden worden gelyncht.) Slechts af en toe ontwaren we er iets tussen dat dan weliswaar niet mooi is, maar in elk geval amuseert of een glimlach oproept. Zotte bouwsels die de wet van de zwaartekracht tarten of die op een prettig gestoorde amateur-bouwheer wijzen. De emigrant follies noem ik die maar. Waarover meer.