'Een asielzoeker moet je niet te mooi huisvesten'

DELFT, 2 JUNI. De ondernemers hadden gouden bergen verwacht. “Toen de overheid aankondigde vluchtelingen in wisselwoningen te willen huisvesten, dacht ik: 'Nu ga ik in mijn stoel slapend rijk worden'. Maar niets bleek minder waar”, lacht A.M. Zevenbergen van de gelijknamige handelsonderneming. Hij staat voor een gespikkelde container. Voor de ramen hangen stemmige gordijntjes, in de hal ligt vrolijk zeil en tegen de muren van de woonkamer en de drie slaapkamers zijn witte planken gespijkerd. Douche, wc en kleine keuken maken het mini-huisje compleet. Zevenbergen maakt een armzwaai. “Perfect toch voor vijftigduizend gulden?”

Een Engelse fabrikant klapt een stapelbed dubbel. En kijk, hij kan het ook met een extra kamer. Het dak is eenvoudig met klitteband vast te maken en de muren zijn opvouwbaar. Hij heeft al tientallen van dergelijke kamers verkocht aan het Internationale Rode Kruis en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Ideaal voor een ramp of een oorlog, want je laadt het kant en klare pakketje in een vliegtuig en op de plaats van bestemming kun je binnen tien minuten de eerste gewonden opvangen. Daar heeft hij trouwens óók een oplossing voor; een opklapbare brancard die tevens als operatietafel kan dienen.

Aan opvang van gewonden, vluchtelingen en asielzoekers is geld te verdienen, zeggen ondernemers van de diverse bouw- en handelsondernemingen onomwonden. Op het terrein van de Technische Universiteit van Delft mochten ze gisteren hun oplossingen voor huisvesting van vluchtelingen laten zien. Op hetzelfde moment discussieerden tientallen vertegenwoordigers van gemeenten, asielzoekerscentra en het ministerie van WVC in de collegezalen over hoe erkende vluchtelingen en ontheemden in Nederland onder dak te brengen.

Volgens de Centrale Opvang Asielzoekers (COA) zitten er op dit moment circa 28.000 asielzoekers in de diverse centra. Sommige puilen uit omdat het ministerie van justitie, dat zich buigt over de toelating van vluchtelingen, grote moeite heeft met het verwerken van het aantal aanvragen. Mede daardoor zijn in de gemeenten nu 954 plaatsen vrij die bedoeld zijn voor vluchtelingen met een status.

Op het parkeerterrein van de TU snuift J. Ouberg van de firma Wagenbouw: “De overheid heeft ons gek gemaakt. Ze zouden honderden wisselwoningen nodig hebben. Maar uiteindelijk staan we hier alleen maar onze produkten te promoten. Verkopen, ho maar.” De gemeenten, vanaf 1995 verantwoordelijk voor de opvang van statushouders, proberen volgens Ouberg eerst andere oplossingen, zoals het bouwen van extra woningen en het renoveren van leegstaande panden. Maar gelukkig is daar nog de chaotische planning van de overheid als het om asielzoekers gaat, meent hij. “Als de gemeenten straks wisselwoningen nodig hebben, willen ze er duizenden in vier weken.”

Wagenbouw heeft een eigen visie ontwikkeld over de opvang van vluchtelingen. “We kunnen zo'n container best mooier maken met een schuin dak en leuke dakpannen. Maar dan zegt de omgeving al gauw: 'Zie je wel, die asielzoekers krijgen met voorrang een mooi huis en wij moeten wachten'.” Ouberg schudt zijn hoofd; dat is niet best voor het 'draagvlak'. Bovendien moet de asielzoeker de wisselwoning nog wel willen verlaten als hij eenmaal een verblijfsvergunning heeft en een flat drie-hoog-achter krijgt toegewezen.

Maar ir. S. Davidian gelooft meer in een 'vast' asielzoekerscentrum. In de gangen van de TU zit de 33-jarige student achter de maquette van zijn zelfontworpen centrum, waarop hij onlangs afstudeerde. Nadat hij dienst weigerde, vluchtte hij acht jaar geleden naar Nederland. Het viel hem op dat de meeste asielzoekerscentra niet in de Randstad liggen, maar veelal aan de rand van dunbevolkte gebieden. “Hoe moet een asielzoeker dan integreren?”, vraagt hij zich af. Op het platteland verloopt het contact met de bewoners - niet gewend aan andere culturen - vaak moeizaam.

Uiteindelijk zette Davidian zijn fictieve asielzoekerscentrum midden in de Haagse wijk Loosduinen. Het is onderverdeeld in drie delen: alleenstaande asielzoekers, vluchtelingen-gezinnen en een cultureel centrum met onder meer een muziekschool. “Dat dwingt de Haagse bewoners langs de asielzoekers te lopen.” Verder kent het centrum verschillende wooneenheden en overdekte straten, zodat een cultuur van 'buiten-leven' ook in het beroerde Nederlandse klimaat doorgang kan vinden. En hoeveel gaat dat, in vergelijking met de wisselwoningen, kosten? Davidian lacht. “Ik heb werkelijk geen idee. Dat hangt mede af van de materialen die je gebruikt.”

Buiten zitten drie verkopers van Maat caravans comfortabel in leren fauteuils. Het bedrijf verkocht de afgelopen maanden 1.400 caravans aan de overheid voor de opvang van vluchtelingen. Vandaag promoten zij een wisselwoning met cv, spiegelkastjes in de douche en een aansluiting voor een wasmachine. “Vijfenzestigduizend gulden mevrouw. Exclusief BTW en de kosten voor de infrastructuur.”