De streken van Veronica

Nederlandstalige Zeezenders, Omroepmuseum, Melkpad 34, Hilversum, 4 juni t/m 4 september.

Het grote Bull Verwey Interview, SMC 9403/9404, ƒ 29,95.

Miljoenen heeft hij eraan overgehouden, dat wil hij best bekennen. Veertien jaar lang, van 1960 tot 1974, lag radio Veronica als zendschip in de Noordzee, veiligheidshalve ruim buiten de territoriale wateren, en na de aanloopverliezen werd het piratenstation een regelrechte goudmijn. Hoewel aan dat aspect nauwelijks aandacht werd besteed in de tijd dat de Veronica-discjockeys met een dikke krop het voortbestaan van hun zender bepleitten en een pathetisch beroep deden op de vrijheid van meningsuiting, behoeft de 84-jarige Bull Verwey er nu geen doekjes meer om te winden. De massale luisterkring van het zendschip leverde vette adverteerderscontracten op en de winst stroomde vrijuit binnen bij de investeerders van het eerste uur. Verwey, de directeur van Veronica, was daar één van.

Nu de Veronica-geschiedenis jeugdsentiment is geworden en de piratennostalgie bij de gelijknamige A-omroep vrijwel geen rol meer speelt, is vanaf zaterdag in het Omroepmuseum in Hilversum de tentoonstelling Nederlandstalige Zeezenders te zien. De openingsplechtigheid, morgenmiddag, wordt opgeluisterd met de presentatie van Het grote Bull Verwey Interview, een dubbel-cd ter lengte van 2uur waarop de oude baas naar hartelust herinneringen ophaalt aan de schavuitenstreken die het Veronica-schip al die jaren drijvende hebben gehouden. Het is de eerste keer dat hij zo uitvoerig en gedetailleerd aan de tand is gevoeld. Vroeger moest hij altijd op zijn woorden passen, want Veronica maakte gebruik van een maas in de wet. En toen de medewerking aan zeezenders in 1974 eindelijk strafbaar werd verklaard, deden de programmamakers een (geslaagde) poging om het omroepbestel binnen te komen. Al die tijd was het van belang een zo fatsoenlijk mogelijk gezicht te trekken. Nu hoeft dat niet meer.

Nagenietend en vaak snikkend van de lach, met gierende uithalen en veel onderbuiks gegiechel, vertelt Bull Verwey van 'de Gideonsbende' waarvan hij veertien jaar lang het middelpunt is geweest - eerst als boekhouder van een familiebedrijf voor de handel in kousen, radio's en alles wat verder los of vast zat, en nadien als de vaderlijke 'Oom Bull' die de scepter zwaaide over het kwajongensgestoei van zijn discjockeys. “God, god, god, wat hebben we gelachen”, brengt hij, nog nagenietend, uit. Hij was de man die de ongehuwd zwangere Tineke toestemming gaf de baby mee naar de studio te nemen, hij riep 'die rotjongens' tot de orde toen bleek dat ze een paar homoseksuele collega's het leven zuur maakten (“dat wil ik niet hebben hoor!”) en hij was degene die bewonderend toekeek hoe Rob Out binnen één uur twee programma's van een uur opnam door steeds van de ene studio naar de andere te hollen.

Veronica was het initiatief van een aantal radiohandelaren, die in 1959 in botsing kwamen met merkartikelfabrikanten als Philips. Via parallelimport uit het buitenland ontdoken ze de prijsbinding, waardoor ze de toestellen in hun winkels voor afbraakprijzen konden verkopen. Het commerciële radiostation was in de eerste plaats bedoeld ter promotie van hun winkels; een aantrekkelijke muziekzender, die immers in Hilversum nog niet bestond, zou de verkoop van radiotoestellen gunstig kunnen beïnvloeden. Verwey vertelt dat de vergadering van 'wilde radiozaken' er aanvankelijk een ton voor op tafel legde, en dat die ton al op was vóór de uitzendingen konden beginnen. Niet alleen vanwege de aankoop, reparatie en inrichting van schip en zender, maar ook ter verkrijging van een vlag waaronder het schip kon varen. Hij moest op Schiphol een koffer met 60.000 gulden in contanten overhandigen aan de Panamese consul te Londen. “Dat is mijn pensioen, daarom is 't zo duur”, zei de man. Zo kon Veronica aan de Nederlandse wetgever ontglippen door onder Panamese vlag uit te varen.

Verder hield hij zich angstvallig aan de Nederlandse wet: de auteursrechten op de muziek werden keurig afgedragen aan Buma/Stemra en de inkomsten werden altijd naar waarheid aan de belasting opgegeven. “In die dameskousen kunnen we rotzooien”, hield Verwey de anderen voor, “die staan voor 75 cent, terwijl ze misschien wel een gulden waard zijn.” Maar de reclame-omzetten van een radiostation zijn dermate controleerbaar dat men ze maar beter voluit kan opgeven: “Anders is 't vrágen om moeilijkheden, zei ik altijd.”

Toen het station, na de eerste ton, een nieuwe kapitaalinjectie behoefde, werd iedereen geronseld die zich binnen Verwey's blikveld bevond. Zo werd het startkapitaal van de commanditaire vennootschap Veronica bijeengebracht door circa twintig kleine spaarders, onder wie een koffiejuffrouw, een portier van een fietsenfabriek en een verkoper van een kousenfabriek. “Jongens, we zijn met een leuke zaak bezig”, zei Verwey, “en je kan meedoen voor 5.000 gulden.” Toen het station geld begon te verdienen heeft ieder van hen de investering honderdvoudig terugverdiend. Nadat programmaleider Joost de Draayer alias Willem van Kooten succes had geoogst met de introductie van de top-veertig en de horizontale programmering, vroeg ook hij een aandeel in de winst. “Dat kan niet”, reageerde Verwey. In plaats daarvan stond hij toe dat Van Kooten een eigen muziekuitgeverij oprichtte: “Zo'n jongen mag er toch óók wel aan verdienen als 't goed gaat?”

In 1971 werd Bull V. tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld, wegens een poging de concurrent Radio Noordzee door een bomaanslag het zwijgen op te leggen. Hoewel de aanslag niet zijn idee was, droeg hij er als directeur wel de verantwoordelijkheid voor. “'t Is mijn stommiteit geweest”, bekent hij. “Die rechter had gelijk, er hadden doden kunnen vallen, ik ben goed fout geweest.” In de cel kreeg hij van de latere programmaleider Rob Out een schrijfmachine, die hij gebruikte om voor minder begaafde medegevangenen liefdesbrieven te schrijven. Ook beraamde hij in gevangenschap de omschakeling van de golflengte van 192 naar 538 meter. “Wat ik toen allemaal met Rob Out heb uitgevreten is ongelooflijk!” roept hij uit, maar zijn ondervragers - de zeezenderexpert Hans Knot en de journalist Jelle Boonstra - vragen niet naar meer bijzonderheden.

Als een vermogend man nam Verwey in 1975, toen Veronica een echte omroep werd, afscheid van het avontuur. Een paar jaar later werd hij 'gek gemaakt' om zijn complete effectenportefeuille te investeren in de ontginning van 'veelbelovende' marmermijnen in Portugal. Hij bleek echter ten prooi te zijn gevallen aan een oplichter en moest zelfs zijn huis verkopen om een extra lening af te lossen. Nu woont hij als eenvoudig AOW'er in een houten zomerhuisje in Breukelerveen en verdient er nog slechts sporadisch iets bij - de laatste keer met een handeltje in oorlogsschroot uit Eritrea. Maar hij klaagt niet; hij heeft 'een geweldig leven' gehad.