'De sociale partners moeten het basisstelsel aanvullen'; Linschoten over sociale zekerheid

DEN HAAG, 2 JUNI. “Het ministelsel is nog niet van de baan. Dat gaat er komen, welk kabinet er ook komt.” VVD-kamerlid en onderhandelaar bij de formatie van een paars kabinet R. Linschoten reageert op een rapport dat het Verbond van Nederlandse Verzekeraars naar de informateurs heeft gestuurd.

De verzekeraars stellen zich daarin op het standpunt dat het werkloosheidsrisico niet verzekerbaar is. Daarmee lijkt de bodem onder het door de VVD bepleite basisstelsel weg te vallen. Bij zo'n stelsel staat de overheid borg voor een minimale verzekering tegen de risico's van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid en moeten individuen of groepen zelf zorg dragen voor aanvullende verzekeringen.

Volgens onderhandelaar en sociale zekerheidsspecialist Linschoten wil de onverzekerbaarheid van het werkloosheidsrisico niet zeggen dat het ministelsel er niet zal komen.

Linschoten: “We moeten vaststellen dat een individuele werknemer zich niet bij een verzekeringsmaatschappij aanvullend kan verzekeren. Maar dat wil niet zeggen dat een basisstelsel onmogelijk is. Integendeel. De overheid kan wettelijke waarborgen dat werknemers in geval van ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid bijvoorbeeld een uitkering van zestig procent van het wettelijk minimumloon krijgen. Tegelijkertijd kun je dan tegen werkgevers en werknemers zeggen: 'Wij vinden dat jullie daar bovenop collectieve aanvullende verzekeringen moeten regelen'. Daar spelen particuliere verzekeraars dan geen rol in. Die afspraken worden per bedrijfstak gemaakt.”

Maar bij de kabinetsformatie is net afgesproken de uitvoering van de werknemersverzekeringen regionaal en dus niet bedrijfstaksgewijs te regelen.

Linschoten: “Dat kan goed samengaan. In de bouw maken werkgevers en werknemers bijvoorbeeld afspraken om bij werkloosheid zeventig procent van het laatstgenoten loon uit te betalen, als aanvulling op de wettelijke basisvoorziening. Vervolgens vragen de sociale partners aan de onafhankelijke regionale uitvoeringsinstantie om die bovenwettelijke aanvulling voor hen uit te voeren.

“Als er sprake is van een andere verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid en sociale partners, is het voor de vakbeweging ook makkelijker om daaraan mee te werken. Als iedereen tevoren had geweten dat na de ingreep in de WAO op grote schaal aanvullende verzekeringen zouden worden afgesloten, was het verzet tegen die ingreep helemaal niet zo groot geweest. De begeleiding van die WAO-ingreep door het kabinet Lubbers/Kok is verkeerd geweest.”

Doet een kabinet met de VVD dat dan beter?

“Je moet zo'n nieuw systeem niet van bovenaf opleggen, maar er met de betrokkenen over praten. Je zegt tegen werkgevers en werknemers dat je als politici verantwoordelijkheid neemt voor een basisvoorziening en dat zij hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen voor aanvullingen daar bovenop. Het gaat de VVD om anders georganiseerde sociale zekerheid. Als de vakbeweging weet dat de aanvullende verzekeringen goed geregeld zijn, heeft ze geen moeite meer met het basisstelsel als zodanig. De vakbeweging wordt weer in haar traditionele rol van belangenbehartiger gedrongen. Bij de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden zal de afweging gemaakt worden tussen meer zekerheid en meer loon. Beide gaan ten koste van de loonruimte. Ook politiek gezien verwacht ik weinig problemen.”

Zal de PvdA zo'n ministelsel bij de formatiebesprekingen dan niet blokkeren?

“Nee, dat denk ik niet. Als het goed gepresenteerd wordt, heeft de PvdA hier minder moeite mee dan met de WAO-ingreep. Deze keer hebben ze de vakbeweging namelijk mee. Die wijst een collectieve regeling van aanvullende verzekeringen niet op voorhand af. De grootste vakbond, de AbvaKabo, heeft zelf voorstellen in deze richting gedaan. En ook in het CNV wordt gedacht aan overdracht van werknemersverzekeringen aan sociale partners. Deze keer zal het Malieveld dus niet vol protesterende vakbondsleden staan.”