China fantasie

China roept op het ogenblik veel bewondering op. Er klinkt zoveel gejuich over de economische ontwikkeling van het land, dat het een bankanalist herinnert aan begin jaren zeventig, toen hartstochtelijke Westerse aanbidders van de Chinese culturele revolutie dachten dat Mao geen vlieg kwaad kon doen. De China-euforie is nu echter geen zaak van verblinde Derde-wereldactivisten, maar van kapitalistische economen.

“Met enorme groei en toenemende zelfverzekerdheid stormt de Volksrepubliek China nu het economisch wereldtoneel op om te proberen een positie als economische supermacht van de toekomst te bereiken”, meldt de Bayerische Hypotheken- und Wechselbank in een beschouwing over de economische vooruitzichten van China. Dit rooskleurige beeld wordt onderbouwd met veel getallen, die met cijfers achter de komma een zeer nauwkeurige indruk maken. Maar analisten bij veel financiële instellingen nemen die cijfers niet ernstig. Ze zoeken door een woud van onbetrouwbare statistische gegevens naar trends in de Chinese ontwikkeling.

Bij grote banken wordt ervan uitgegaan dat China op net zo grote schaal met cijfers sjoemelt als de communistische regimes in Oost-Europa dat deden. China kent geen nationale rekeningen en berekent geen bruto nationaal produkt (bnp). Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank produceren indrukwekkende cijfers over de Chinese economische groei. Die zijn echter verkregen door de onbetrouwbare Chinese cijfers te bewerken met methoden die volgens statistici ook niet betrouwbaar zijn.

Toch lijkt het heel nauwkeurig: een economische groei van 13,4 procent vorig jaar, dit jaar een verwachte groei van 14 procent en volgend jaar van 6,5 procent. Vrijwel iedereen die over de Chinese economie schrijft herhaalt dezelfde onbetrouwbare cijfers. Economen die analyses voor banken schrijven gaan ervan uit dat ze geen lezers trekken als ze melden dat het kan vriezen of dooien met de Chinese economie. Pas na presentatie van de officiële getallen over de Chinese economie, relativeren zij die meestal en schrijven dat de cijfers slechts op tendensen duiden. Het belangrijkst is dat de Chinese economie groeit, met welk percentage is bijzaak.

Ook als die groei voornamelijk beperkt is tot de Chinese kustprovincies, waar eentiende van de bevolking van 1,2 miljard mensen woont, ontwikkelt zich daar een grote markt. Over de vraag wat die markt kan betekenen voor Westerse investeerders lopen de meningen nogal uiteen. Sommigen vinden China aantrekkelijk voor investeringen die pas op lange termijn profijt opleveren. Anderen zeggen dat slechts naar de korte termijn kan worden gekeken omdat behalve de onbetrouwbare cijfers er veel meer factoren zijn die het nogal onzeker maken hoe de Chinese economie zich zal ontwikkelen. Ze spreken spottend over de 'China fantasie' die degenen in de greep heeft die op Chinese groeicijfers afgaan .

Het is de vraag welke problemen ontstaan als staatsbedrijven op grote schaal worden geprivatiseerd en China, net als de Oosteuropese landen sinds 1989, gedwongen zal zijn om het verschijnsel van werkloosheid te erkennen. Gespeculeerd wordt over de vraag hoe het arme platteland op den duur zal reageren op de welvaartsstijging die slechts in een klein deel van het land is geconcentreerd. Ook is het onzeker in hoeverre het Chinese bewind in geval van sociale onrust het grote land onder controle kan houden. Getwijfeld wordt over de mate waarin de Chinese regering greep heeft op de huidige economische ontwikkeling. In ieder geval worden niet alle belastinggelden aan het centrale gezag afgedragen. De corruptie is met de economie gelijk op gegroeid. De controle van de overheid op geldstromen is onvoldoende. Maar daar tegenover staat volgens economische analisten dat het land een gedisciplineerd leger heeft en geen etnische of religieuze problemen kent.

Gedreven door 'China fantasie' zijn beleggers op Chinese economische ontwikkelingen vooruitgelopen en hebben de koersen op de beurs van Hongkong tot grote hoogte opgedreven. Vorig jaar stegen de koersen daar met honderd procent. Al zien ze geen reden voor zulke enorme koersstijgingen, toch vinden ook voorzichtige Westerse beleggers dat ze zulke beursontwikkelingen niet kunnen mislopen. Ze hebben dus ook in Hongkong geïnvesteerd onder het motto 'Als iedereen meeloopt moet je ook wel' en hebben daarmee de stijgingen nog eens gestimuleerd. Sinds begin dit jaar zijn de koersen in Hongkong echter met dertig procent gekelderd. Er bestaat vrees dat de groei in China fors afneemt. Hoewel dat niet door betrouwbare cijfers kan worden gestaafd, is het voor Westerse beleggers reden om snel voorzichtiger te worden en naar andere markten uit te zien.