Brussel: veel te weinig geld voor infrastructuur

BRUSSEL, 2 JUNI. De uitvoering van grote infrastructurele werken in Europa, zoals voorzien in het Witboek van de Europese Commissie, komt in gevaar als geen aanvullende financiering wordt gevonden. Dat heeft Europees commissaris Henning Christophersen gisteren in Brussel gezegd.

Alleen al bij de tien belangrijkste projecten voor de aanleg van ondere spoorwegen (waaronder de Betuwelijn) en wegen dreigt de komende jaren een financiële kloof van omgerekend 3,6 miljard gulden tot bijna 14 miljard gulden. Voor alle vervoersprojecten die als belangrijk worden bestempeld kan het tekort zelfs oplopen tot ruim 43 miljard gulden.

De zogenoemde Transeuropese netwerken worden in het Witboek van Commissie-voorzitter Delors niet genoemd als projecten om de werkgelegenheid in de Europese Unie te stimuleren, maar als absolute noodzakelijkheid om de internationale concurrentiepositie van het Europese bedrijsleven te versterken. Op de top van afgelopen december in Brussel namen de Europese regeringsleiders de aanbevelingen in het Witboek over, en werd besloten om de uitvoering van de grote infrastructurele werken zo mogelijk te versnellen.

De waarschuwing van Christophersen dat er een financiële kloof bestaat tussen die wenselijkheid en de uitvoerbaarheid komt niet onverwachts. Later deze maand komen de Europese regeringsleiders opniew bijeen. Twee weken geleden lanceerde Commissie-voorzitter Delors al een aanval op de EU-ministers van financiën waarbij hij hen verweet niet te willen nadenken over additionele financiering van de vervoersnetwerken. Eerder heeft Delors al zonder succes gepoogd om het idee van de uitgifte van zogeheten Eurobonds te lanceren.

Gisteren noemde Christophersen die discussie over de Eurobonds “een nutteloze discussie”, wel wetend dat hij daamee weinig kans maakt. Daarom doet hij namens de Commissie nu een dringend beroep op de regeringen van de lidstaten na te denken over “opties” om het voor particulieren aantrekkelijk te maken geld te investeren in de infrastructurele werken. Dat kan bijvoorbeeld door als gemeenschap garanties af te geven, of in het uiterste geval als Europese Unie zelf geld te gaan aantrekken.

In het Witboek schat de Europese Commissie dat het bedrag van directe investeringen voor Transeuropese netwerken tot 1999 kan oplopen tot 400 miljard ecu, waarvan 220 miljard ecu voor vervoer, 150 miljard voor telecommunicatie en 13 miljard voor het transport voor energie. De grootste hap van de financiering komt uit de al vastgelelgde fondsen voor regionale ontwikkeling van de EU. Daarnaast heeft de Europese investeringsbank meer mogelijkheden gekregen om deel te nemen aan de infrastructurele projecten. En ten slotte zijn er de overheden zelf en de toekomstige eigenaren/ exploitanten die financieel over de brug zullen. Maar dat alles levert per saldo nog niet genoeg op, waarschuwt Christophersen. Hij vindt ook dat de lidstaten hun overheidstekorten niet mogen laten oplopen om extra geld uit te trekken voor de projecten.