Amerikaanse investeerders rukken op in Vietnam

HANOI, 2 JUNI. De vier 'Tijgers' in Azië zijn nog steeds veruit de grootste investeerders in Vietnam, maar de Amerikanen rukken op. Nederland bekleedt de tiende plaats op de ranglijst van buitenlandse investeerders in Vietnam. Dit blijkt uit cijfers van het staatscomité voor samenwerking en investeringen in Hanoi.

Onder aanvoering van Taiwan, Hongkong, Zuid-Korea en Singapore bezetten de Aziatische landen de eerste zeven plaatsen op de ranglijst. Frankrijk, het vroegere moederland, Groot-Brittannië en Nederland volgen. Onder meer Heineken, Shell en verscheidene banken zijn actief in het land.

De Verenigde Staten staan op de achttiende plaats, een bescheiden positie met slechts elf projecten met een totale waarde van 390 miljoen gulden. De Amerikanen kunnen pas sinds begin dit jaar in het land investeren, toen de regering-Clinton het uit 1975 daterende handelsembargo tegen Vietnam ophief.

De Amerikanen investeren vooral in de oliesector, de informatica en de frisdrankenmarkt.

Frankrijk is de grootste Europese investeerder, met 48 projecten van omgerekend 802 miljoen gulden. Over het Nederlandse aandeel zijn geen cijfers beschikbaar. De Nederlandsche Bank, die over de investeringsbedragen beschikt, geeft geen informatie in verband met geheimhoudingsplicht tegenover de betrokken bedrijven.

Taiwan en Hongkong, die de ranglijst al aanvoeren sinds zij eind jaren tachtig de Vietnamese markt betraden, zijn goed voor 124 en 143 projecten die respectievelijk een waarde van 2,9 miljard gulden en 2,6 miljard guldenvertegenwoordigen. De positie van Zuid-Korea, goed voor 65 projecten van in totaal 1,3 miljard gulden, is des te opmerkelijker omdat Seoul pas in juni 1992 banden aanknoopte met Vietnam.

Japan, dat als economische supermacht slechts zesde staat op de ranglijst, heeft nog steeds een afwachtende houding. Begin februari zei de Japanse organisatie voor buitenlandse handel dat de Vietnamese markt, ondanks haar 70 miljoen inwoners, nog klein is. (AFP, ANP)