Zoetermeer; 'Inbrekers zijn als de dood voor licht'

De nieuwe Zoetermeerse wijk Rokkeveen is zo gebouwd dat het een onaantrekkelijk werkterrein voor inbrekers is. Het percentage inbraken is er vele malen lager dan in de rest van Zoetermeer.

ZOETERMEER, 1 JUNI. “Je moet door de bril van de inbreker kijken”, zegt agent Plat. Hij laat de demonstratie-dievenklauwen en veiligheidscilindersloten door zijn handen gaan. Wie door een inbrekersbril naar Rokkeveen kijkt, zegt Plat, ziet een rotbuurt: deuren die zelfs met een koevoet niet uit de sponningen te wrikken zijn, ramen met aan de binnenkant afsluitbare hefboompjes, boven de deuren ventilatieroosters waardoor het moeilijk kruipen is en aan de achterkant van de woningen te felle verlichting en te weinig paden om ongezien te vluchten.

Je hoeft Plat niets te vertellen over inbrekers en hun “modus operandi”. Achter zijn stoel hangt zijn officiële uniform met gouden tressen. Die avond geeft hij een lezing voor een aantal Zoetermeerders die last hebben van “een gaatjesboorder”. De politie kent de gangen van de inbrekers, zegt Plat. “Wij weten dat inbrekers in 65 procent van de gevallen via de achterkant binnenkomen, wij weten wat voor gereedschap ze gebruiken, dus wat is logischer dan dat wij ons bemoeien met nieuwbouw?”

Toen de bouwplannen voor de nieuwbouwwijk Rokkeveen werden ontwikkeld, droeg de politie een lijstje met vijftien tips aan. De belangrijkste waren: iedere woning krijgt standaard degelijk hang- en sluitwerk (“echte sloten in plaats van kastslotjes”), op de achterpaden komen lantaarnpalen (“inbrekers zijn als de dood voor licht”) en schuren blokkeren de 'vluchtgangen' tussen de huizen.

Kleine moeite, groot succes, zegt Plat. Rokkeveen bestaat nu vier jaar en Plat denkt niet dat hij overdrijft als hij zegt dat Rokkeveen de meest inbraakvrije wijk van Nederland is. Gemiddeld ligt het aantal inbraken in Nederland op 19 per 1.000 woningen. In Zoetermeer is het ongeveer 13 op de duizend woningen, maar in de wijk Rokkeveen werd vorig jaar slechts 32 keer ingebroken, ofwel drie keer op de duizend woningen. “In acht gevallen hadden de bewoners bovendien een raam open laten staan of de deur niet op het nachtslot gedaan”, zegt Plat, “dus dat telt niet. En tegen touwtjes die uit de brievenbus hangen kunnen we ook weinig uithalen.”

Rokkeveen is rustig en overzichtelijk. De straten heten Melkwit, Hagelwit en Sneeuwwit of Marineblauw. Voor de ramen hangen broodpoppetjes, in de voortuinen staan pergola's waar de klimop nog maar net aan begonnen is. De meeste bewoners realiseren zich niet hoezeer hun wijk inbrekers afschrikt. In zijn voortuintje haalt G. Pronk het onkruid uit de bloembakken. “Het schijnt dat een gemeentebeambte op een bewonersbijeenkomst met een krik heeft gedemonstreerd dat het onmogelijk is de deur opent te wrikken”, zegt hij. “Maar bij een demonstratie lukt dat natuurlijk nooit.” De reden dat hij hier woont is een andere: met een kind erbij wilde hij niet langer drie hoog achter in de Haagse binnenstad wonen.

Nu Rokkeveen voor inbrekers minder interessant is, is het volgens Plat goed denkbaar dat in aangrenzende wijken of gemeenten het aantal inbraken stijgt. Maar dat is niet zijn probleem: “In Rokkeveen houd ik de inbrekers in ieder geval buiten de poort.”

Eigenlijk zou volgens Plat iedere nieuwe woning voortaan op 'de Rokkeveense manier' beveiligd moeten worden. Nu is het hang- en sluitwerk volgens hem nog te vaak een financiële sluitpost. Voor een bouwondernemer is het goedkoopste raamhefboompje al goed genoeg, zegt hij. “Maar als je solide hang- en sluitwerk standaard in de bouwplannen meeneemt, kost het per woning hooguit een paar honderd gulden extra.”

De 77 nieuwbouwwoningen die tegenover het politiebureau in de steigers staan, worden in ieder geval allemaal voorzien van veiligheidscilindersloten, dievenklauwen en afsluitbare raamhefboompjes. In de keet op het bouwterrein haalt de uitvoerder van Era Bouw, A. Rietveld, zijn schouders op. “Inbraakvrij, wat heet inbraakvrij?” Door het raam wijst hij naar een rijtje bejaardenwoningen aan de overkant. Uit 12 van de 84 woningen zijn tijdens de bouw cv-ketels weggehaald. Die worden volgens Rietveld nog sneller gejat dan dat hij ze kan installeren. “Je kunt van alles uitvinden”, zegt hij en klopt het zand van zijn schoenen, “tegen moedwillige vernieling van ramen en deuren is geen enkel hang- en sluitwerk bestand.”