Werf De Schelde openbaart plannen voor beursnotering

ROTTERDAM, 1 JUNI. Aandelen van het scheepsbouw- en constructieconcern Koninklijke Schelde Groep (KMS) gaan over enkele jaren naar de beurs. De overheid (90 procents belang) en de provincie Zeeland (10 procent) willen tegen de eeuwwisseling hun aandelen KMS afstoten. Dit onthulde gisteren KMS-bestuursvoorzitter drs. B.P. Hiddinga bij een toelichting op het jaarverslag 1993.

Staat en provincie Zeeland schoten De Schelde begin jaren tachtig bij de ondergang van het RSV-concern te hulp. Het rijk had een groot belang bij het voortbestaan van de Vlissingse werf, de voornaamste bouwer van oppervlakteschepen voor de koninklijke Marine. Volgens Hiddinga willen beide aandeelhouders wel eens af van het bedrijf, maar wel op een ordelijke manier. Daarom krijgt het bedrijf ruimschoots de tijd om de privatisering voor te bereiden. Beursintroductie zal, aldus Hiddinga, niet binnen vier tot vijf jaar aan de orde zijn.

Het afgelopen jaar heeft KMS zichzelf ernstig afgevraagd of de onderneming in staat is zelfstandig voort te bestaan. Aan de hand van een sterkte/zwakte-analyse is het bestuur in samenspraak met de centrale ondernemingsraad tot de conclusie gekomen dat dit zeker het geval is, mits men zich concentreert op de drie kernactiviteiten (scheepsnieuwbouw, ketelbouw en systemen voor de procesindustrie). Als dat gebeurt, kan winst worden gemaakt en zijn de risico's naar de mening van topman Hiddinga voldoende gespreid. Deze drie gebieden hebben de produktie van grote metaalconstructies in allerlei vormen als hoofdkenmerk. Daardoor is het mogelijk veelvuldig binnen het concern te schuiven met werk en mensen.

Het komende jaar zal KMS verder afslanken en wordt de positie van zogenaamde aanpalende activiteiten nader overwogen. De keuze voor de kernactiviteiten leidt nog tot aanpassingen waarbij 350 van de huidige 3500 arbeidsplaatsen betrokken zijn. Zo wordt de toekomst van Scheldebouw (gevelbouw) bezien. De markt voor de afzet van gevels is slecht. Of Scheldebouw wordt gesloten dan wel via uitkoop door de directie wordt verkocht, moet nog worden beslist.

Verder is Hiddinga goed te spreken over de positie van het bedrijf. De marinescheepsbouw beschikt over opdrachten voor de bouw van een bevoorradingschip en een amfibisch transportschip. Ook verwacht Hiddinga volgend jaar de aanbesteding van de bouw van twee luchtverdedigingsfregatten. Voor de civiele scheepsbouw verwacht De Schelde op korte termijn op de markt voor ingewikkelder schepen enige nieuwe contracten te kunnen sluiten. Thans is de orderportefeullie voor twee jaar gevuld. KMS is pas sinds enkele jaren weer begonnen met commerciële scheepsnieuwbouw en ziet voor schepen met een toegevoegde waarde (veerboten, roll-on-roll-off-schepen, etcetera) goede kansen. KMS is de enige Nederlandse werf die daarbij bewust afziet van overheidssteun. Het concern heeft daartoe besloten omdat het al het feitelijk monopolie op oppervlakteschepen voor de marine heeft.

Op het terrein van de ketelbouw is de orderportefeuille redelijk vol. KMS verwacht een belangrijke rol te kunnen spelen bij de komende uitbreiding van huisvuilverbrandinginstallaties, onder meer in Duiven bij Arnhem. Sicon (Schelde Industrial Construction) opereert volgens Hiddinga op een lastige markt, door de achteruitgang in de basischemie.

Zelfs in scheepsreparatie - een sector die de laatste jaren geplaagd is door overcapaciteit en messcherpe concurrentie uit Oost-Europa - ziet De Schelde nog wel degelijk toekomst. “Als de vrachtprijzen omhoog gaan, loont het straks weer de moeite schepen in West-Europa te laten repareren dicht bij de eindhavens. KMS-scheepsreparatie staat dan ook zeker niet in de etalage”, aldus Hiddinga. Sterker nog, KMS is nog steeds geïnteresseerd in overname van (een deel van) het failliete Antwerp Shiprepair.

De kansen hierop voor KMS zijn sinds gisteren zelfs gestegen nu concurrent Damen in Gorinchem afziet van overname van de Belgische werf. Volgens directeur De Groot van Damen heeft het besluit te maken met “de grote traagheid” waarmee de besluitvorming rond de failliete werf verloopt. “De betrokken partijen zitten allemaal op elkaar te wachten bij de verschillende kwesties die afgewikkeld moeten worden”, aldus De Groot. Hij ontkende dat het afbreken van de onderhandelingen een tactische zet is, die ertoe moet leiden dat men nu in Antwerpen snel tot besluiten komt.

Antwerp Shiprepair ging in augustus vorig jaar failliet. Het bedrijf, de enige reparatiewerf in de haven van Antwerpen, telde toen 600 werknemers. Damen toonde zich geïnteresseerd in voortzetting ervan, maar dan met maximaal 200 werknemers.