Vervloekte Sweeney leeft op chaos en waterkers

Holland Festival. Voorstelling: Sweeney's waanzin in de bewerking van Seamus Heaney door Toneelgroep Amsterdam en het Stedelijk Museum. Concept, regie en vormgeving: Joan Jonas; vertaling: Jan Eijkelboom; spel: Elisabeth Andersen, Pierre Bokma, Janine Huizenga, Titus Muizelaar, Gerardjan Rijnders; dans: Karin Post; muziek: Harry de Wit. Gezien: 31/5 Machinegebouw Westergasfabriekterrein Amsterdam; aldaar t/m 18/6.

Al voordat de voorstelling begonnen is, kom je ogen tekort. De vloer van het Machinegebouw op het terrein van de oude Westergasfabriek in Amsterdam lijkt een werkplaats, gevuld met videoschermen en objecten. Rechts staat een soort stellage en links is een knutselhoek met daarachter een uitgebreide verzameling muziekinstrumenten. Acteurs drentelen intussen wat heen en weer. Het is de stilte voor de storm.

Zodra een belletje heeft gerinkeld rollen beelden en klanken plotseling over elkaar heen. Dans, spel, live gefilmde video-opnamen, groot geprojecteerde natuurfoto's en muziek. Wat dit alles met elkaar verbindt is het verhaal dat Elisabeth Andersen intussen voorleest: Sweeney's waanzin, de Keltische sage over de Ierse koning Sweeney die in de bewerking van de Ierse schrijver Seamus Heaney ten grondslag ligt aan de gelijknamige muziektheater-voorstelling door Toneelgroep Amsterdam.

Initiatiefneemster van deze produktie, waarmee het Holland Festival gisteren werd ingeluid, is Joan Jonas. De Amerikaanse performance-kunstenares, van wie op het moment in het Stedelijk Museum in Amsterdam een overzichtstentoonstelling is te zien, is verantwoordelijk voor zowel het concept, de regie als de vormgeving van Sweeney's waanzin.

De eerste indruk van dit project is chaos. Het is te veel, te fragmentarisch en te divers wat we zien om enige logica te ontdekken in de stortvloed van multimediale beelden. Maar zoals gezegd schept de tekst, vertaald door Jan Eijkelboom, orde. Daarin wordt verteld hoe de heidense Sweeney zich vergeefs verzet tegen de komst van het Christendom. Als hij weigert Sint Ronan op zijn grondgebied toe te laten wordt hij door de geestelijke vervloekt. Vanaf dat ogenblik zwerft Sweeney door Ierland - gek, eenzaam en berooid, en met alleen de taal waarmee hij zich tegen de vijandige wereld teweer stelt en tegelijkertijd de natuur bezingt in poëtische verzen.

Wie deze tekst tot zich laat doordringen - wat eerlijk gezegd niet altijd even eenvoudig is door de indringende muziek van Harry de Wit die bij tijd en wijle de taal overstemt - gaat begrijpen wat hij ziet. Pierre Bokma is Sweeney die wordt vervloekt, kijk maar: nu draagt hij opeens geen rode tuniek meer maar slechts een lendedoek, zijn houding verkrampt. Voortaan leeft hij van water en waterkers. Na de vervloeking is hij een vogel geworden die over het land vliegt en zich schuilhoudt in bomen.

Toch zoekt hij gezelschap. Bijvoorbeeld bij de Man van het Woud: ook een gek en ook vervloekt. De Man van het Woud die zich verbergt achter een woest en harig mombakkes (één van de rollen die Gerardjan Rijnders voor zijn rekening neemt) en Sweeney trekken een jaar samen op, totdat de Man van het Woud weggaat omdat het lot bepaald heeft dat hij moet sterven.

Ondanks het treurige einde is het een grappige scène. Om die reden is het uitzonderlijk, aangezien de ernst overheerst in deze produktie. Wat Joan Jonas met haar presentatie van het oude koningsdrama wil, zo begrijp ik uit het begeleidend commentaar, is lijnen trekken naar het heden: Sweeney is als de kunstenaar van tegenwoordig die in de chaotische wereld gedesintegreerd is geraakt en nu een manier zoekt om zich staande te houden.

De verschillende tijden die in de voorstelling over elkaar heen schuiven worden met behulp van a-synchrone beelden uitgedrukt. Titus Muizelaar loopt rond met een videocamera en legt de bewegingen van de acteurs vast, zoals te zien is op een van de schermen. Op een ander scherm verschijnen foto's van Ierland: een eeuwenoud, verweerd en stenig landschap.

Deze plaatjes, gevoegd bij al die tot de verbeelding sprekende (oud-)Ierse namen die in het verhaal voorkomen, geven de voorstelling iets exotisch, iets mystieks en bezwerends haast.