V-raad wil in principe bestand tussen Jemens

NEW YORK/ ADEN, 1 JUNI. De 15 landen van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn het gisteren in New York in beginsel eens geworden over een oproep tot een onmiddellijk staakt-het-vuren tussen noordelijke en zuidelijke troepen in Jemen.

Volgens de voorzitter van de Raad heeft de stemming vandaag plaats. De Veiligheidsraad gaat daarmee in tegen de uitdrukkelijke wens van de noordelijke zijde, die zich met hand en tand heeft verzet tegen een dergelijke “interventie in de interne aangelegenheden van de Republiek Jemen” en gisteren juist een nieuw offensief tegen het zuiden heeft gelanceerd.

De ontwerp-resolutie omvat tevens een oproep tot stopzetting van de wapenleveranties aan beide zijden. De Raad neemt zich verder voor zo spoedig mogelijk een missie naar Jemen te sturen die de kansen op een vreedzame regeling van het conflict tussen Noord- en Zuid-Jemen moet onderzoeken.

Het voorstel is ingediend door het sultanaat Oman, buurland van Jemen, dat zich heeft laten inspireren door Saoedi-Arabië. De Saoedische ambasadeur in Washington, prins Bandar bin Sultan, is hiertoe in de afgelopen week verscheidene malen naar New York gekomen. Saoedi-Arabië wordt, evenals de meeste andere Arabische Golfstaten, gezien als overhellend naar de kant van het zuiden. Prins Bandar sprak wat dat betreft gisteren van een “mythe”. “Ik ga u de feiten vertellen: we zijn voor Jemen en we zijn voor alle Jemenieten, zuid, noord, west, oost - en op dit moment is het ons doel om een eind te maken aan het bloedvergieten.”

Prins Bandar noemde het al dan niet handhaven van de Jemenitische eenheid, die in 1990 tot stand kwam maar tien dagen geleden door de Zuidjemenieten is opgezegd, “een zaak waarover de Jemenieten zelf moeten beslissen”. De Noordjemenieten, die 5 mei tegen het zuiden in de aanval gingen na een lange periode van politieke verwijdering tussen de twee partijen, willen niets van afscheiding van het zuiden weten. Zij zien dergelijke uitspraken als verkapte steun voor het zuiden en het debat in de Veiligheidsraad als inleiding tot impliciete internationale erkenning van een opnieuw onafhankelijk Zuid-Jemen. In Noord-Jemen onderstreepte vice-premier Abdel Kader Bajamal gisteren dat een door de Veiligheidsraad opgelegd bestand “de separatisten (in het zuiden) meer tijd zal geven om hun doeleinden te bereiken”. Hij meende dat de Arabische staten die de ontwerp-resolutie steunen, waaronder ook Egypte, “een fout tegen zichzelf maken”: er is hier volgens hem sprake van een “gevaarlijke precedent”, want “kleine groepen in elk land kunnen de wet negeren en microstaten uitroepen”.

Noordelijke troepen die proberen het zuidelijke bolwerk Aden te veroveren openden gisteren een nieuw front ten noordwesten van de havenstad die de zuiderlingen tot hun hoofdstad hebben verklaard. Daarbij zouden ze zich meester hebben gemaakt van het district van Lahi, zo'n 40 kilometer van Aden. Noordelijke zegslieden meldden nu alle toegangen over land tot Aden te controleren, samen met de belangrijke militaire basis Al-Anad. President Ali Abdullah Saleh zei tegen zijn troepen dat ze bezig waren aan hun definitieve aanval op Aden, om zijn rivaal Ali Salem al-Beidh “te vermorzelen”. Saleh zei dat het noordelijke leger ook oprukt naar de provincie Hadramaut, waar het grootste deel van de zuidelijke olievoorraden ligt.

“Ze (de noorderlingen) willen Aden bezetten voor de Veiligheidsraad een staakt-het-vuren beveelt”, zei de zuidelijke parlementariër Zaid Taha, een van de vrijwiligers die gisteren toestroomden om Aden te verdedigen. “Ze willen dit afmaken voor de wereld ons erkent.” (Reuter, AFP)