UNDP: 'vredesdividend' wordt niet benut

ROTTERDAM, 1 JUNI. Om de duurzame ontwikkeling in de arme landen te ondersteunen moet belasting worden geheven op de internationale speculatieve geldstromen (circa 1 biljoen dollar per dag), het gebruik van niet herwinbare energie en op wapenhandel. Over elke transactie zou 0,5 procent belasting moeten worden betaald. Het geld zal worden beheerd door een nog op te richten Mondiaal Fonds voor Menselijke Ontwikkeling.

Dit is een van de voorstellen die de Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNDP) doet in haar vandaag gepubliceerde jaarrapport. Belangrijkste thema van het rapport, dat dit jaar voor de vijfde maal verschijnt, is menselijke veiligheid.

Hoewel de militaire uitgaven sinds 1987 wereldwijd met 3,6 procent per jaar zijn gedaald, is het vrijgekomen 'vredesdividend' van 935 miljard dollar niet besteed aan verbetering van de levensstandaard, aldus de UNDP. In de arme landen is de verhouding in uitgaven voor onderwijs/gezondheidszorg en wapens nog altijd 100:60. Zowel ontwikkelings- als industrielanden moeten de aanhoudende trend van dalende militaire uitgaven aangrijpen om meer te investeren in 'humanitaire' zaken.

De UNDP roept op om tot het jaar 2002 jaarlijks wereldwijd 3 procent te bezuinigen op militaire uitgaven. In 1992 werd nog altijd 815 miljard dolllar uitgegeven aan wapentuig, gelijk aan het inkomen van de armste 49 procent van de wereldbevolking. Landen als Syrië, Oman en Irak gaven in 1991 gemiddeld drie maal zoveel uit aan wapens als aan gezondheidszorg en onderwijs samen. Van de circa zes miljoen mensen in de wereld die zich bezighouden met onderzoek, zijn er 1,5 miljoen werkzaam in de militaire sector.

Veiligheid heeft steeds minder te maken met de verdediging van grenzen, schrijft de UNDP. Veiligheid wordt meer en meer ervaren als een persoonlijke kwestie. De UNDP onderscheidt onder meer economische veiligheid (baan, inkomen), voedsel-, milieu- en gezondheidsveiligheid. Factoren die de veiligheid bedreigen zijn dus niet alleen oorlog en andere gewapende conflicten, maar ook honger, werkloosheid, ziekte, vervuiling en armoede.

In de meeste landen neemt de economische veiligheid af, aldus de UNDP. Dat is onder meer te wijten aan het feit dat in de afgelopen twintig jaar het aantal banen in de industrielanden ver is achtergebleven bij de groei van het bruto nationaal produkt. De Westerse landen tellen thans zo'n 35 miljoen werklozen. Gevolg is dat de overheden bezuinigen op uitkeringen en de burger een stukje economische veiligheid moet inleveren. Zo leverden de Amerikaanse uitkeringsgerechtigden tussen 1987 en 1990 40 procent in.

Het resultaat van economische onveiligheid is, volgens de UNDP, groeiende armoede in de rijke landen: in de Verenigde Staten en de Europese Unie leeft 15 procent van de bevolking onder de armoedegrens. In de Derde Wereld is dat 35 procent. De armoede komt onder meer tot uiting in het stijgende aantal daklozen: 250.000 in New York, 400.000 in Londen, 500.000 in Frankrijk, getallen die overigens aan betekenis inboeten als ze worden vergeleken met steden als Dhaka, Calcutta en Mexico-Stad, waar 25 procent van de bevolking als dakloos wordt aangemerkt.

Wat betreft de milieu-veiligheid merkt het rapport op dat water (in de ontwikkelingslanden) en luchtvervuiling (in het Westen) de meest zorgwekkende factoren blijven. Water is anno 1994 drie maal zo schaars als in 1970, vooral als gevolg van verminderde regenval door ontbossing en verwoestijning. In de afgelopen vijftig jaar veranderde in Afrika 65 miljoen hectare landbouwgrond in woestijn. De geïndustrialiseerde wereld heeft vooral te lijden van vuile lucht. Deze brengt jaarlijks voor 35 miljard dollar schade toe aan de Europese bossen en levert alleen Duitsland al een verlies aan landbouwprodukten op van 4,7 miljard dollar.

Over voedsel en gezondheid heeft het UNDP-rapport weining nieuws te melden. De voedselproduktie is in de jaren tachtig met 18 procent per hoofd van de bevolking gestegen, aldus de organisatie. Honger blijft een gevolg van distributieproblemen. Op het gebied van gezondheid becijfert de ontwikkelingsorganisatie dat de directe en indirecte kosten van HIV en Aids wereldwijd op 240 miljard dollar liggen. Tegen het jaar 2000 zal dat zijn gestegen tot 500 miljard, ofwel 2 procent van het mondiale bnp.

Komen er te veel vormen van onveiligheid samen, dan dreigt een land sociaal uiteen te vallen, zo schrijft de UNDP. Voorbeelden van dergelijke crisislanden zijn, volgens de VN-organisatie, Afghanistan, Angola, Haïti, Irak, Mozambique, Birma, Soedan en Zaïre. In Afghanistan daalde de voedselproduktie in de jaren tachtig als gevolg van de oorlog met bijna 30 procent. Het land is de belangrijkste 'verzamelplaats' van wapens in de Derde Wereld: tussen 1983 en 1992 kocht en ontving het land voor 600 dollar per persoon aan wapens. In Birma leeft 35 procent van de bevolking in absolute armoede en is 35 procent van de begroting gereseveerd voor militaire uitgaven. Tegenover deze crisislanden staan de 'succesverhalen' van Maleisië (waar nog 'slechts' 16 procent van de huishoudens in armoede leeft), Mauritius (dat slechts 0,2 procent van zijn bnp besteedt aan defensie en het hoofdelijk inkomen tussen 1960 en 1991 zag groeien van 300 naar 2.380 dollar) en Zimbabwe.

Belangrijke ontwikkeling ter verhoging van de welvaart in de Derde Wereld is de groei van de particuliere investeringen in de ontwikkelingslanden, aldus de UNDP. Deze investeringen stegen van 5 miljard dollar in 1970 naar 102 miljard dollar in 1992. Dat is beduidend meer dan de 60 miljard dollar ontwikkelingsgeld die richting ontwikkelingslanden werd gestuurd. Van de particuliere investeringen ging ruim 70 procent naar snelle groeiers als China, Mexico, Maleisië, Argentinië, Thailand en Korea. Afrika ontving slechts 6 procent.

Vergeleken bij de schuldenlast verliezen zowel investeringen als ontwikkelingshulp aan betekenis. De totale schulden bedroegen vorig jaar 1.500 miljard dollar, twintig maal zoveel als in 1970. In 1992 waren de ontwikkelingslanden 160 miljard dollar kwijt aan rente en aflossing, ofwel 2,5 maal zoveel als de ontwikkelingshulp en 60 miljard dollar meer dan de investeringsstroom opleverde. Wrang blijft dat er ook vorig jaar een miljardenstroom ging van de arme landen richting IMF en Wereldbank (in de vorm van schuldenaflossing).

De UNDP is gematigd positief over het vorig jaar bereikte GATT-akkoord over vrijere wereldhandel. De organisatie schat de totale winst in het jaar 2002 uit het akkoord op 275 miljard dollar. Hiervan komt 30 procent ten goede aan de Derde wereld.

De UNDP stelt voor om een “20:20 akkoord voor menselijke ontwikkeling” te sluiten. Om te voorzien in basisonderwijs, elementaire gezondheidszorg, veilig drinkwater en essentiële family-planning zouden ontwikkelingslanden ten minste 20 procent van hun eigen budget en 20 procent van de ontwikkelingshulp hiervoor moeten reserveren. Ten slotte zou de UNDP graag zien dat de Verenigde Naties een Economische Veiligheidsraad instellen als hoogste besluitvormende orgaan voor zaken als wereldarmoede, werkloosheid en milieuvervuiling.