Spiegelpaleizen

Het enige dat er voor president Clinton opzit in de zaak Paula Jones is glasharde ontkenning. Dat was tenslotte ook de succesvolle strategie van Clarence Thomas. Wat er ook tussen hem en Anita Hill voorgevallen is, het heeft geen zin om interpretaties van die gebeurtenissen naast elkaar te gaan leggen. Niet alleen is het geheugen onbetrouwbaar voor wat de zuivere feiten betreft, het is ook volatiel in betekenisgeving. Elke nieuwe ervaring kleurt het verleden en biedt nieuwe handvatten ter interpretatie. Wie niet weet wat seksueel misbruik is, kan een ander daar niet van beschuldigen.

Seksueel misbruik of seksuele intimidatie is na moord zo ongeveer het meest schadelijke waar iemand van beschuldigd kan worden. Misschien is het zelfs nog wel erger dan moord. Dat zou je in ieder geval kunnen concluderen uit het proces van de Menendezbroers. Deze jongemannen vermoordden hun ouders op beestachtige wijze, maar werden gedeeltelijk vrijgesproken door een jury die geloof hechtte aan hun verdediging dat zij in hun jeugd misbruikt werden. Hoe dan ook, het etiket 'seksueel misbruik' blijft levenslang kleven, omdat er geen afdoende manier bestaat om de beschuldiging te weerleggen. Alle reacties van geloof of ongeloof komen dus neer op rationalisatie van de intuïtie.

Het pijnlijke van de Paula Jones-affaire zit 'm minder in de smoezelige details (broek laten zakken, disloyale state-troopers, chantage-pogingen) als wel in het vooruitzicht dat hier wel eens een rechtszaak van zou kunnen komen. Het idee dat de hele wereld zich verdiept in wat twee volwassen mensen gedurende twintig minuten in een hotelkamer met elkaar uitvreten (een episode waarvan niemand getuige was en waarbij niemand een haar gekrenkt werd) is krankzinnig. De waarheid zal er niet mee boven tafel worden gehaald en het publiek zal zich ingraven in van tevoren ingenomen standpunten.

Als deze rechtszaak doorgang vindt, kan iedere kwaadwillige die met iemand een appeltje te schillen heeft of uit is op genoegdoening een proces wegens seksuele intimidatie beginnen. Met incest is dit nu al het geval. Sinds in een aantal deelstaten in Amerika de verjaringsgrens van 25 jaar voor incest is afgeschaft, stijgt het aantal processen waarin middelbare vrouwen hun bejaarde ouders aanklagen. Vaak zijn de slachtoffers dit trauma op het spoor gekomen via therapie. Uiteenlopende, vage symptomen worden door de therapeut als mogelijke aanwijzingen voor misbruik tijdens de jeugd geduid en met behulp van hypnose wordt de totaal verdrongen incest opgedregd.

De rechtszaken die dan volgen behoren tot de onverkwikkelijkste die maar denkbaar zijn, als de ouders ontkennen (wat ze vaak doen). Het is dan ook geen wonder dat de (naar hun zeggen valselijk) beschuldigde ouders zich verenigd hebben in een club 'Slachtoffers van het false memory syndrome'. Deze vereniging voert op haar beurt ook processen, en wel tegen de therapeuten, die volgens de zich van geen kwaad bewuste ouders suggestieve en labiele personen een incestverleden aanpraten. Inzet is meestal het verlies van reputatie. Zo kreeg laatst een man in Californië een schadevergoeding van 500.000 dollar toegewezen, omdat zijn dochter, aangezet door haar therapeut, hem van incest had beschuldigd. De man was zijn baan kwijtgeraakt en zijn vermogen aan advocaten, maar uiteindelijk achtte de jury de incest niet bewezen, zodat hij kon terugslaan en schadevergoeding eisen.

Wie er loog en wie de waarheid sprak is volslagen onduidelijk, en dan hebben we het nog niet eens over de mogelijkheid van te goeder trouw liegen of door herhaling rotsvast in je eigen leugens geloven. Dit soort processen, waarbij aanklager en verdediger het over niets van wat er gebeurd is met elkaar eens zijn, lijkt op een spiegeldoolhof: je denkt dat er ergens een doorgang is, waarachter daglicht schijnt, maar steeds bots je tegen een glazen wand op en het enige waar je zicht op hebt is je eigen reflectie.

Kan er dan nooit een proces over seksueel misbruik gevoerd worden? Zeer zeker wel, getuige bijvoorbeeld de rechtbankverslagen van Frits Abrahams die er in deze krant vrij regelmatig aandacht aan besteedt. Wat me in deze verhalen opvalt is de armzaligheid van de daders. Soms wordt er eens iets ontkend, maar meestal geeft men het ten laste gelegde schoorvoetend toe, al dan niet onder onbeholpen schoonpraterij. Hoe uiteenlopend de belangen, motieven en interpretaties van daders en slachtoffers ook zijn, er is in ieder geval sprake van een klein strookje gemeenschappelijke grond, van waaruit de rechtsgang zijn loop kan nemen. Zonder die gemeenschappelijkheid kan er geen recht gesproken worden. Zelfs de ouders van Yolanda gaven de incest toe, maar zij moest zonodig haar eigen slachtofferschap (waarvan de bewezen aspecten al erg genoeg waren) opblazen tot spiegelpaleisproporties, compleet met satanische rituelen en extra verkrachtingen door politiemannen bij wie ze hulp ging zoeken.

Justitie zou zich niet moeten bezighouden met onbewijsbare tenlasteleggingen. Babymoorden, akkoord, maar niet zonder de lijkjes. Het ellendige van dit soort processen in het spiegeldoolhof is dat het publiek verdeeld wordt in gelovers en niet-gelovers. Zo gaan die gesprekken over president Clinton ook: “Geloof jij dat hij het gedaan heeft?” “Nee, zo'n type is het niet. Een echte womanizer pakt het anders aan.” “Nou, maar je moet mannen met macht niet onderschatten. Die denken dat ze zich alles kunnen permitteren!” Enzovoort en zo verder.

Maar ik wil helemaal niet een gelover of een niet-gelover zijn. Ik wil desnoods iets weten, maar als ik het niet kan weten, dan maar niet. Dan ben ik tevreden met mijn rol als niet-weter. Het is zo zonde van de tijd, die speculaties over onachterhaalbare toedrachten. Het is ook heel postmodern. Als alles relatief is, dan is elke overtuiging evenveel waard en doen feiten niet meer ter zake. Ongeveer 20 procent van de Amerikanen schijnt niet te geloven dat de Holocaust heeft plaatsgevonden. Zelfs deze historische lijkenberg is al gereduceerd tot het een of andere geloof. Wie zich verzet tegen deze geschiedvervalsing wordt met het recht op vrije meningsuiting om de oren geslagen.

Volkerenmoord, gewone moord, incest, seksuele intimidatie, ongewenste avances, het wordt op deze manier allemaal één pot nat, iets om wel of niet in te geloven. Hoe meer processen er worden gevoerd om zogenaamd klaarheid in de kleverigheid te brengen, hoe meer justitie op magische religie gaat lijken.