Nederland onderneemt te weinig tegen nicotine

In Nederland sterven jaarlijks 18.000 mensen aan de gevolgen van het roken. Toch blijven sigaretten het enige kankerverwekkende produkt dat vrij voor iedereen verkrijgbaar is. J. James pleit voor een drastische accijnsverhoging die kan worden gebruikt voor betere voorlichting over de gevaren van roken.

De discussie in hoeverre de sigaret moet worden gezien als een simpel genotmiddel, zij het met enig risico bij onmatig gebruik (uitentreuren door de tabaksindustie verdedigd), is in de Verenigde Staten weer opgelaaid door een nieuwe actie van de Food and Drug Association (FDA). Het huidige hoofd van deze machtige organisatie, David Kessler, heeft een onderzoek gelast naar de juistheid van het gerucht dat - ondanks ontkenningen door de sigarettenindustrie - er wel degelijk sprake zou zijn van het manipuleren van het nicotine-gehalte van tabak, waardoor de verslaving van de sigarettenverslaafden in stand zou kunnen worden gehouden. Bij een veel toegepast procédé wordt de nicotine uit de tabak gewassen om er later weer aan te worden toegevoegd; de bewering dat tabak 'puur natuur' zou zijn is dan dus volkomen onjuist.

De tabaksindustrie slaat begrijpelijkerwijs terug. Kort voor de hearings in het congrescomité heeft Philip Morris (een van de grootste in de tabaksindustrie) een schadevergoeding van 10 miljard dollar geëist tegen het ABC-nieuwsprogramma dat het manipuleren van het nicotine-gehalte van sigaretten aan de kaak stelde. De tabaksindustrie in de VS heeft een omzet van 50 miljard dollar en beschikt over machtige vrienden in het congres. Maar een totaal verbod op de verkoop van tabaksprodukten behoort tot de mogelijkheden, indien Kessler voldoende feiten weet te verzamelen die het bewijs leveren dat het nicotine-niveau van sigaretten- en andere tabakken gedoseerd wordt gemanipuleerd. Zeker waar de sigaretten-fabrikanten adverteren met rookwaren met een laag teergehalte en daarmee impliciet of expliciet stellen dat deze 'gezonder' zouden zijn, begeven zij zich op gevaarlijk terrein en stellen zij de FDA in de gelegenheid om maatregelen te nemen.

In het gezaghebbende New England Journal of Medicine van 31 maart en 7 april zetten Bartecchi cum suis onder de titel: 'The human cost of tobacco use' de grimmige cijfers nog eens op een rijtje. De medische kosten door ziekte en voortijdige dood van een roker liggen meer dan zesduizend dollar boven het gemiddelde en omgerekend draagt de gemiddelde Amerikaan $ 2.59 hieraan bij op elk pakje sigaretten. Men kan hier cynisch tegenover zetten dat de roker statistisch gezien niet lang genoeg leeft om optimaal van de gezondheidszorg te profiteren. Maar ook heeft een roker volgens een goed doorgerekende statistiek zeseneenhalve dag per jaar meer ziekteverzuim, afgezien van veel extra bezoek aan huisarts en ziekenhuis, voordat hij (en thans vooral ook zij) eventueel in een fataal ziekteproces terechtkomt.

Ook in Nederland zijn sigaretten het bij 'normaal' gebruik enige kankerverwekkende produkt dat vrij voor iedereen overal verkrijgbaar is. Limitering door een leeftijdsgrens aan het recht om rookwaren te kopen (zoals in Canada) is bij deze situatie bij voorbaat zinloos. De drukte die wordt gemaakt over bepaalde bouwmaterialen of over woongebieden in de nabijheid van kerncentrales doet lachwekkend aan in vergelijking met de achttienduizend doden door long- en andere kankers, dodelijke hartaanvallen, de effecten op skelet, ogen (cataract) en circulatie als gevolg van het tabaksgebruik. De jaarlijkse opbrengst van de tabaksaccijns voor 's Rijks kas bedraagt drie miljard, waarvan ongeveer 1 promille of minder uit dezelfde kas weer wordt uitgekeerd aan de stichting Volksgezondheid en Roken voor voorlichtingscampagnes op scholen en dergelijke, om het roken vooral bij jongeren te ontmoedigen.

Volgens een epidemiologisch onderzoek van het National Institute of Health (NIH) zou elke tien procent prijsstijging een reductie van het tabaksverbruik van vier procent bewerkstelligen en het effect op tieners met beperkt zakgeld is waarschijnlijk nog veel groter. Er zijn ook feiten die deze redenering steunen: in Canada bracht een drastische verhoging van de prijs van sigaretten door accijnsverhoging het roken van tieners met tweederde terug (New England Journal). Helaas kwam hierdoor een gigantische en lucratieve smokkelhandel op gang: de een zijn brood is de ander zijn dood.

Drastische maatregelen, zoals een totaal verbod, zouden zeker in Nederland niet effectief zijn, aangezien direct een zwarte markt op gang zou komen met toelevering uit de ons omringende landen. Er zullen hoe dan ook altijd verstokte rokers blijven die zonder nicotine niet kunnen functioneren. Een algeheel verbod op reclame (waarmee een begin is gemaakt door het verbod van billboards voor tabaksreclame per 1 januari 1995), een strikte handhaving van de regels voor publieke ruimtes, bescherming tegen passief meeroken en ten slotte een forse verhoging van de accijns in het bijzonder voor de jongeren) zijn een aantal stappen in de goede richting die uitvoerbaar zijn en elders effectief zijn gebleken. Een goed opgezette voorlichting, waarbij een veel groter aandeel van de tabaksaccijns dan de belachelijke 1 promille van thans wordt aangewend voor voorlichting, zou de menselijke tragedie van de rookverslaving en haar gevolgen tot een aanvaardbaar minimum kunnen terugbrengen.

In medisch opzicht zijn de kaarten allang geschud en wordt de informatiestroom alleen maar groter: alleen al in het genoemde artikel in de New England Journal worden 114 recente literatuurverwijzingen gegeven die slechts het topje van een ijsberg vormen. Wat betreft de inspanningen van regeringszijde bijvoorbeeld voor reclamebeperking en tegen sponsorship scoort Nederland in internationaal verband miserabel, blijkens een vergelijkende tabel in het artikel. Hier ligt een taak voor een nieuwe minister van volksgezondheid.