Major: Britten op langzame baan in 'veelsporig' Europa

LONDEN, 1 JUNI. De Britse premier John Major heeft de mogelijkheid van een “Europa van twee snelheden” erkend en in zekere zin als troost voorgehouden aan Euroskeptici in zijn partij door te spreken over een “veelsporig” Europa, met Groot-Brittannië in de baan voor langzaam verkeer.

Pro-Europese Conservatieven en de oppositiepartijen Labour en Liberale Democraten hebben grote aanstoot genomen aan Majors uitlatingen, in een verkiezingstoespraak in Cheshire gisteravond. De oppositie zegt dat Major het Britse belang in Europa ondergeschikt heeft gemaakt aan zijn behoefte om de eigen achterban bijeen te houden in het aanzicht van de Europese verkiezingen op 9 juni.

Majors toespraak volgde op de topontmoeting tussen de Franse president Mitterrand en de Duitse bondskanselier Kohl, die hier grotendeels geïnterpreteerd wordt als een onderonsje, bedoeld om Majors plannen voor een onderling losser samenhangend Europa de nek om te draaien. Tegen de achtergrond van een uiterst nietszeggend Europees verkiezingsprogramma, bedoeld om anti- en pro-Europeanen onder één vlag te houden tot ten minste de datum van de verkiezingen, beloofde Major gisteravond dat hij zal vechten voor een Europa waarin staten de vrijheid behouden hun eigen bondgenootschappen te smeden en hun eigen toekomst te bepalen. Lidstaten van de Europese Unie konden samenwerken, maar hadden niet de Europese Commissie nodig om hen voor te schrijven hoe dat moest gebeuren, aldus de Britse premier.

“Een verstandige, nieuwe benadering van Europa is de gedachte dat naties op deze manier samenwerken, naast de afspraken die er in Europees verband bestaan. Dat betekent dat die samenwerking varianten kan vertonen waar nodig - veelsporig, op verschillende snelheden, op verschillende niveaus. Dat is hoe de Conservatieven er over denken. Dat is wat aansluit bij de ideeën van mensen overal. (..) Als je probeert elk land zich te laten conformeren aan elk plan, dan heb je het over een socialistische manier van doen - dat past ons niet. Ik geloof niet dat het een bedreiging van Europa is als lidstaten de vrijheid krijgen sommige zaken op hun eigen manier en in hun eigen tempo te regelen. Dat is gewoon een kwestie van gezond verstand. Als andere landen hun bedrijfsleven met meer kosten willen opzadelen, laten ze dan vooral hun gang gaan; als zij de sociale paragraaf willen, laten ze die dan vooral aanvaarden. Maar wij hoeven hem niet.”

Majors openlijke steun voor een meer “flexibel” Europa is erop gericht niet alleen te appelleren aan zijn Eurofobe partijgenoten in het parlement, maar ook aan een toenemend Euro-kritisch Brits publiek dat in de komende verkiezingen bij Labour en de Liberale Democraten alleen maar Euro-enthousiasme voor het kiezen heeft. De Conservatieve partijleider poogt stemmen voor zich te winnen in de wetenschap dat desastreuze verkiezingsuitslagen voor zijn partij allerwege zijn voorspeld.

De Liberale Democraten waren vernietigend in hun commentaar: “Dit is een negatieve, zelf-vernietigende boodschap van een akelige, verdeelde partij. Dit heeft niets te maken met een Europa op vele banen, op vele snelheden en op vele niveaus. Dit heeft te maken met een tweederangs Groot-Brittannië in een Europa van twee snelheden.”

Labour liet zich in soortgelijke bewoordingen uit. De voortdurende bewering van de Britse regering dat ze “in het hart van Europa” haar plaats opeist, wordt belachelijk na deze toespraak en betekent dat geen van de Europese partners de Britten in Brussel nog serieus zal nemen, aldus Labour.

Majors uitlatingen vallen samen met de resultaten van een opiniepeiling in The Financial Times, die aangeeft dat Europeanen niet voetstoots aannemen dat er aan het eind van dit millennium één gemeenschappelijke Europese munt zal zijn, terwijl ze tegelijkertijd in grote meerderheid voor een uitbreiding van de Europese Unie met andere landen zijn. De Britten worden blijkens de peiling door ten minste 20 procent van hun mede-Europeanen gezien als “het EG-land dat het minste valt te vertrouwen”. Tegelijkertijd krijgt Groot-Brittannië bijval in Denemarken en Duitsland, waar tweederde van de ondervraagden niets ziet in “Maastricht” maar meer in een “losser” Europa.