Hoofdofficier bepleit centrale regels voor onderzoek door politie

DEN HAAG, 1 JUNI. De Bredase hoofdofficier van justitie L. de Wit vindt dat politie-onderzoeken in de fase voor het gerechtelijk vooronderzoek, zoals de zogeheten inkijkoperaties, beter en centraal moeten worden geregeld. De Wit zegt dit naar aanleiding van een arrest dat de Hoge Raad gisteren wees over de toelaatbaarheid van inkijkoperaties.

Hoewel de Hoge Raad geen principiële uitspraak deed over de rechtmatigheid van inbraken door politiemensen in opslagplaatsen van verdachten om bewijsmateriaal te verzamelen, werd in het arrest gesteld dat het gerechtshof in Amsterdam moet onderzoeken of de opsporingsmethode al dan niet rechtmatig is geweest. De rechter moet in zijn uitspraak verantwoorden of de politie bevoegd was de operatie uit te voeren en op welke wettelijke bepaling dat was gebaseerd. Het hof in Den Haag had dit volgens de Hoge Raad niet voldoende gemotiveerd.

Hoofdofficier van justitie De Wit, die voorzitter is van de commissie die de minister van justitie adviseert over opsporingsmethoden in het recherche-onderzoek, meent dat rechercheurs bij inkijkoperaties nu veel grotere terughoudendheid zullen betrachten voordat zij zonder opdracht van het openbaar ministerie dit soort acties uitvoeren. “Het OM moet dan ook niet bang zijn met dit soort acties voor de draad te komen in processen”, aldus De Wit. Het schriftelijk verantwoording afleggen in dossiers over strafzaken waarbij inkijkoperaties zijn uitgevoerd, heeft volgens hem ook een nadeel. “Het gevaar bestaat dat deze opsporingsmethode zijn effect verliest als je er te veel mee naar buiten komt.”

Hoofdofficier De Wit zei onlangs dat inkijkoperaties “buitengewoon verstandig” kunnen zijn in langdurige opsporingsonderzoeken. Voordat een officiële inval wordt gedaan moet de politie de zekerheid hebben dat de verdovende middelen ook aanwezig zijn in de opslagruimte, aldus De Wit, anders vist zij achter het net en zijn de verdachten gealarmeerd.

De uitspraak van de Hoge Raad werd gedaan in een zaak waarin de politie een inkijkoperatie zou hebben uitgevoerd in een Rotterdamse loods. De raad tikte in het arrest het Haagse gerechtshof op de vingers, omdat het hof onvoldoende had onderzocht of de inkijkoperatie rechtmatig was of niet. Tijdens de behandeling van de zaak voor het hof bleek dat zich in het dossier geen stukken bevonden over de inkijkoperatie. Een politieman had dit wel gemeld tegenover de rechter-commissaris. Navraag bij de politie leverde geen verdere gegevens op. Volgens het hof was niet gebleken dat het een “onrechtmatige actie” door de politie betrof. De zaak moet nu opnieuw worden behandeld bij het Amsterdamse gerechtshof.

De Hoge Raad oordeelde gisteren dat de rechter eerst de vraag moet beantwoorden of de inkijkoperatie daadwerkelijk heeft plaatsgehad en, als dat het geval was, of de opsporingsambtenaren bevoegd waren de loods te betreden. Over de vraag of inkijkoperaties in strijd zijn met de wet laat de raad zich niet uit zolang er geen duidelijkheid is over de vraag op grond van welke wettelijke bepaling de operatie is uitgevoerd.