Hontenisse is in rep en roer: de varkens komen

HENGSTDIJK, 1 JUNI. “Als het nou koeien waren, dan was het anders. Maar varkens...” Campinghouder J. van den Bosch gruwt. “Er is niks zo smerig als varkensstront.” In zijn donkere Mercedes zoeft hij over de smalle polderdijkjes rondom het Zeeuws-Vlaamse dorp Hengstdijk. Hij wijst naar zijn camping die zich langs de kreek De Groot-Vogel slingert. En hij wijst naar een groene akker, iets verder op, waar jonge aardappelplantjes net boven de grond steken. Als de plannen doorgaan, worden daar binnen afzienbare tijd twee varkensmesterijen gebouwd, bestemd voor duizenden varkens.

De campinghouder vloekt tussen zijn tanden. “Zelf wil ik aan de andere kant van de kreek uitbreiden met een overdekt zwembad. Maar dat mag niet van de gemeente. Terwijl de eerste beste gek die hier een varkensstal wil neerzetten, meteen binnen wordt gehaald. Dan zegt de gemeente plotseling dat ze er niks tegen kan doen. Maar mijn bedrijf gaat kapot. Wie wil er nou tussen de varkens kamperen.”

Hontenisse, de gemeente waartoe Hengstdijk behoort, is in rep en roer. De varkens komen. Eind vorig jaar stroomden in Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen in enkele dagen tijd plotseling tientallen aanvragen binnen voor de vestiging van grote varkensmesterijen. In totaal ging het om de huisvesting van zo'n 200.000 beesten. Vrijwel alle aanvragers waren afkomstig uit Oost-Brabant. Door de verzuring van de grond kunnen ze daar hun bedrijven niet verder uitbouwen. De boeren gingen dus op zoek naar nieuwe grond, die ze vooral vonden in Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen.

De gemeenten reageerden in paniek. Geen van alle beschikten ze over deugdelijke bestemmingsplannen die de 'mega-mesterijen' zouden kunnen tegenhouden. Snel werden procedures in gang gezet om de bestemmingsplannen te veranderen en de massale vestiging van intensieve-veeteeltbedrijven onmogelijk te maken. Maar niet snel genoeg: de 34 aanvragen die al waren ingediend, moesten in behandeling worden genomen.

In Hontenisse is de procedure het verst gevorderd. De gemeente weigerde twee varkenshouders een vergunning, met als gevolg dat de Brabanders de zaak onmiddellijk aanhangig maakten bij de Raad van State. Ten einde raad schraapte de burgemeester dit weekeinde zijn moed bijeen en belde hij minister Alders van VROM thuis om hem de ernst van de problemen uiteen te zetten. De minister laat van zich horen, zo heeft hij volgens de burgemeester beloofd. “Wij moeten nu afwachten.”

Maar dat gaat actievoerder F. Rensen niet ver genoeg. Als lid van het comité RBVI (Regionale Bestrijding van de Varkens Invasie) ergert hij zich al tijden aan de in zijn ogen lakse houding van het gemeentebestuur. “Tot nu toe heeft het gemeentebestuur alleen maar geroepen dat het niets kán doen.”

Rensen vindt dat het gemeentebestuur desnoods moet weigeren mee te werken aan de komst van de varkensmesterijen. “Is dat burgerlijke ongehoorzaamheid? Wat dan nog? Wij hebben bijna 8.000 bezwaarschriften opgehaald tegen de varkens. Iedereen in de streek is er zo'n beetje tegen. Als gemeentebestuur mag je dan best, vind ik, achter de bevolking gaan staan.”