De Westerling werkt steeds langer

TILBURG, 1 JUNI. De lange-termijnontwikkeling naar een steeds kortere werkweek is in Europa tot stilstand gekomen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat de gemiddelde werkweek van een aantal categorieën werknemers de afgelopen paar jaar langer is geworden.

Dit bleek uit cijfers die de Britse econoom Chris Gratton, verbonden aan de Tilburgse universiteit, gisteren presenteerde op een congres onder de titel 'Heeft Nederland te veel vrijetijd?'. In Nederland zijn het met name mannen tussen dertig en vijftig jaar die de afgelopen jaren meer zijn gaan werken, en onder hen vooral de beter opgeleiden.

Gratton poogde een Europese reactie te geven op de voordracht van de Harvard-econome Juliet Schor, die twee jaar geleden in de Verenigde Staten veel stof deed opwaaien met haar boek 'The overworked American'. Hierin toont ze aan dat sinds 1969 de gemiddelde arbeidsduur in de Verenigde Staten aanzienlijk is toegenomen. Zo werkte begin jaren negentig 45 procent van de werknemers meer dan 45 uur per week. In de industrie is de gemiddelde werkweek in de loop van de jaren tachtig 4,8 uur langer geworden. Op jaarbasis is de Amerikaanse werknemer sinds 1969 gemiddeld 138 uur langer gaan werken: bijna vier weken extra.

Daarnaast zijn in de afgelopen decennia gehuwde vrouwen en masse buitenshuis gaan werken. Waar ze dat in Noord-Europa veelal in deeltijd doen, doen ze dat in de Verenigde Staten doorgaans voor een volle werkweek. In 1969 was de vrouw uit het gezin van Jan Modaal nog huisvrouw. Nu werkt ze 2.000 uur per jaar buiten de deur. Daarentegen werkt ze maar duizend uur per jaar minder in het huishouden: haar belasting is dus aanzienlijk verzwaard, temeer daar Jan Modaal zelf slechts 120 uur per jaar extra in het huishouden is gaan steken. Volgens Schor hebben die lange werktijden dan ook een verwoestende uitwerking op het Amerikaanse gezinsleven. Ze pleit voor meer mogelijkheden om inkomen in te leveren voor meer vrije tijd, en overwerk te compenseren in uren in plaats van in geld.

Europeanen werken op jaarbasis gemiddeld bijna 300 uur minder dan Amerikanen, maar dat komt vooral doordat ze veel langere vakanties hebben, aldus Gratton. Tot voor kort was de werkweek in Europa zelfs langer dan in de Verenigde Staten, waar de veertig-urige werkweek kort na de Tweede Wereldoorlog al gemeengoed was. Hij interpreteert de verkorting van de werkweek in Europa tussen 1945 en 1980 dan ook als een inhaaleffect. Maar sinds 1980 lijkt het afgelopen met de verkorting van de werkweek. Net als in de Verenigde Staten lukt het niet substantieel onder de veertig uur te komen. Nederland is hierbij overigens een uitzondering, dankzij de collectieve arbeidsduurverkoring die in de jaren tachtig in tal van sectoren is doorgevoerd.

Dat die arbeidsduurverkorting naar de zin van de werknemers nog lang niet ver genoeg gaat, bleek uit het onderzoek van de Tilburse socioloog Stefan Raaijmakers, die werknemers met een vierdaagse en een vijfdaagse werkweek had ondervraagd. Degenen met een vierdaagse werkweek zagen vier dagen werken in het algemeen als ideaal. Van degenen met een vijfdaagse werkweek zag 43 procent een vierdaagse werkweek als ideaal. Hun wensen zouden mogelijk goed zijn te combineren met de door werkgevers bepleitte flexibiliteit en verlenging van de bedrijfstijd, want 61 procent van de door Raaijmakers ondervraagde werknemers was bereid buiten reguliere kantooruren te werken.

Problemen onstaan waar het werk botst met het privéleven. Indien een vierdaagse werkweek ertoe zou leiden dat men op andere dagen 'weekend' heeft dan de partner, zei bijna negentig procent daarmee wel problemen te hebben. Raaijmakers toonde zich wel voorstander van een vierdaagse werkweek, in samenhang met loskoppeling van arbeidstijd en bedrijfstijd, maar achtte een geleidelijke invoering daarvan gewenst, gezien de vele problemen die nog moeten worden opgelost. Meer ongelijke ritmes binnen een huishouden impliceert dat mensen vaker met elkaar moeten afspreken wie wat wanneer binnenshuis doet. Vaste patronen zijn moeilijk te handhaven en dat vergt gewenning.

Minister De Vries (sociale zaken) en woordvoerders van de sociale partners, die 's middags aan het woord kwamen, hadden het moeilijk met de resultaten van het onderzoek. Stuk voor stuk bepleitten ze flexibiliteit en zagen ze het verschil tussen voltijd en deeltijd vervagen. In de toekomst zal een geen standaard arbeidsduur meer zijn. Maar hoe dan de arbeidsduur moet worden vastgesteld bleef erg onduidelijk.

De bonden praten over arbeidstijd vanuit het idee van herverdeling van arbeid, aldus Lodewijk de Waal (FNV). De nadruk in onderhandelingen ligt op contractuele arbeidstijd; voor de feitelijke arbeidstijd van werknemers is relatief weinig aandacht. Want het is een fictie dat die flexibele werknemer als gelijkwaardige partij met zijn werkgever kan onderhandelen over de arbeidsduur, aldus hoogleraar vrijetijdswetenschappen Theo Beckers. “De arbeidsorganisatie dicteert hoe het arbeidspatroon eruit ziet.”

Uit het Amerikaanse onderzoek van Schor bleek dat het vooral werknemers met een vast salaris zijn - die dus geen overwerkvergoeding krijgen uitbetaald - die steeds langere weken maken. De Waal dacht dat het in Nederland zo'n vaart niet zou lopen. Maar toen Beckers voorstelde om overwerktoeslagen af te schaffen, om het animo bij werknemers weg te nemen te veel uren te maken, protesteerde De Waal. Hij was ervan overtuigd dat dat niet leidt tot het aannemen van meer mensen, maar tot het uitoefenen van druk op werknemers om zonder toeslag over te werken. Precies zoals Schor had beschreven voor de Verenigde Staten.

Een handicap in de discussie is dat er niet zo verschrikkeijk veel bekend is over hoe lang allerlei categorieën werknemers in Nederland nu precies werken en in hoeverre ze dat vrijwillig doen. Beckers bepleitte onderzoek naar het aantal ongebruikte atv-dagen. Om echt tot een doorbraak te komen zou je minder exclusief in geld, maar meer in tijd als beloning moeten denken, suggereerde hij. In navolging van de Zweedse econoom Gösta Rehn bepleitte hij een collectieve tijdverzekering in plaats van een basisloon. Die tijdverzekering zou mensen de gelegenheid moeten bieden om op momenten dat zij dat nodig achten tijdelijk geheel of gedeeltelijk uit het arbeidsproces terug te treden. J.W. van den Braak (VNO) wilde best naar een grotere substitueerbaarheid van tijd en geld, en noemde als voorbeeld dat het mogelijk moest zijn om atv-dagen uit te betalen. Maar dat was nu net niet de bedoeling van De Waal, die werk wil herverdelen, en van Beckers en Schor, die de werknemer vooral meer tijd willen geven in plaats van meer geld.