De grond

Gisteren heb ik de indruk gewekt dat die boerderij in Frankrijk een bouwval was. Ik had ook kunnen zeggen dat er na al die jaren van verwaarlozing nog verbluffend veel overeind stond. Ooit werd hier gebouwd voor de eeuwigheid.

Maar laten we het over de grond hebben. Slechte grond. Lemige bovenlaag op een rotsachtige bodem. Vaak te nat, soms te droog. Generatie op generatie verschafte dit land een hard maar eerlijk bestaan aan boer en dorpeling. Nu heet het marginaal te zijn.

Frits en Vera bezitten 30 hectaren, waarvan er 24 worden begraasd door rundvee. Twintig koeien en een stier. Charolais. Hun gebroken wit past prachtig in het mozaïek van zuring, margriet, boter- en koekoeksbloem. Het plantendek reikt tot aan hun buik. Uit de verte lijken ze zonder poten.

Eén koe staat je aan te kijken als je in de buurt begint te komen. Na een tijdje kijken ze allemaal. En als je voorbij bent is er weer één die je staat na te kijken. Ik denk dat koeien onder elkaar afspraken maken over dit soort dingen.

De hele middag grazen wij op onze eigen manier. Tongorchis, welriekende nachtorchis, bijenorchis, harlekijnorchis, herfstschroeforchis, aangebrande orchis, groene nachtorchis en een zuidelijke verwant van de mannetjesorchis. En zon. De aarde trilt van de krekels.

Minder dan één koe per hectare. Lieve hemel, dat zijn feodale verhoudingen!