Cohen ongerust over Leidse crisis

ZOETERMEER, 1 JUNI. Staatssecretaris M.J. Cohen (hoger onderwijs) noemt het “onaanvaardbaar” dat door de vertrouwensbreuk tussen het college van bestuur en de universiteitsraad de Leidse Universiteit onbestuurbaar dreigt te worden. Hij heeft derhalve gisteren besloten een adviescommssie in te stellen die binnen twee weken moet rapporteren over maatregelen om de crisis op te lossen. De commissie bestaat uit Th. Quené, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), en M.D. van Wolferen, lid van de Raad van State. Zij onderzochten al eerder, in 1983, een soortgelijke crisis in Delft.

De Leidse universiteitsraad besloot afgelopen maandag om voorzitter C. Oomen van het college van bestuur bij de minister van onderwijs voor te dragen voor ontslag wegens zijn rol in de zogeheten Annex-affaire.

Het college van bestuur als geheel verzet zich hevig tegen de aantijgingen van onzorgvuldigheid tegen zijn voorzitter en heeft gedreigd om in geval van ontslag van Oomen collectief op te stappen.

Volgens het bestuursregelement van de Leidse universiteit moet de raad zich na een afkoelingsperiode van 30 dagen opnieuw over de zaak buigen. Als de raad begin juli zijn besluit handhaaft, moet Cohen de knoop doorhakken. Het college van bestuur wordt door de minister (of staatssecretaris) benoemd en kan alleen door hem worden ontslagen. Cohen wil de afkoelingsperiode echter niet afwachten.

In de vergadering van afgelopen maandag wees de universiteitsraad een aanbod van het college af voor “een bemiddelingspoging onder professionele leiding”. Vanmorgen zei de voorzitter van de raad, J.J.C. Mulder, de door Cohen benoemde commissie niet als zo'n bemiddelingspoging te beschouwen. “Het is een adviescommissie van het ministerie, waaraan college en raad natuurlijk wel inlichtingen zullen verschaffen, maar het is geen bemiddeling.”