Asielbeleid zoek

NEDERLAND WAS NIET voorbereid toen in november 1989 de Berlijnse Muur omver ging, toen Joegoslavië vanaf 1991 weggleed in een spiraal van burgeroorlogen. Jaren van ontwikkelingssamenwerking ten spijt was Nederland evenmin voorbereid op de uitbarstingen van geweld in ontwikkelingslanden, gekoppeld aan een steeds levendiger handel in paspoorten en visa, en aan rechtstreekse luchtverbindingen met West-Europa. Nederland was niet ingesteld op een rol als toevluchtsoord voor de massale vluchtelingenstroom die om uiteenlopende redenen begin jaren negentig op gang kwam.

Vluchtelingenbeleid was tot dan toe tamelijk overzichtelijk geweest. Maar vanaf 1989 namen de aantallen toe en werd de lijst van landen waaruit vluchtelingen kwamen, snel groter. Twintigduizend vluchtelingen per jaar, vijfendertigduizend in 1993 en, geschat op grond van de instroom in het eerste kwartaal, zeventigduizend dit jaar. Duitsland timmerde vorig jaar zijn open grenzen voor asielzoekers dicht en Nederland kreeg de overloop te verwerken. Vluchtelingen bivakkeerden in het maaiveld, velen spraken daar schande van. De erkenning dat Nederland tegen wil en dank een immigratieland was geworden, en dat zich de noodzaak aftekende om de toestroom, de opvang en eventuele uitwijzing van asielzoekers serieus aan te pakken, werd politiek lange tijd geblokkeerd. In Den Haag ruzieden intussen de ministeries over de verantwoordelijkheid en over het afschuiven van taken.

EEN AMBTELIJKE WERKGROEP onder leiding van secretaris-generaal Geelhoed (economische zaken) kwam in april met een rapport dat het beleid inventariseerde. Alarmerend was niet eens zozeer de berekening dat de kosten bij een blijvend jaarlijkse instroom van 70.000 vluchtelingen in 1998 zullen oplopen tot 7,4 miljard gulden. Open-eindregelingen kosten altijd geld en dergelijke berekeningen hebben een hoge graad van onzekerheid. Onthutsend was de inzage in het gebrek aan beleid, in de ambtelijke en politieke gelatenheid waarmee het vluchtelingenprobleem is behandeld. WVC, VROM, Justitie, Binnenlandse Zaken en de gemeenten vormen 'bestuurlijke knelpunten'. Buitenlandse Zaken is nauwelijks betrokken bij het vluchtelingenbeleid, de politie geeft aan opsporing en uitzetting van afgewezen asielzoekers een lage prioriteit. Ontwikkelingshulp die Nederland verstrekt aan landen waaruit vluchtelingen afkomstig zijn, wordt niet ingezet als drukmiddel om de vluchtelingenstroom te verminderen of om afgewezen vluchtelingen terug te nemen.

De vluchtelingenstroom heeft Nederland overrompeld. De 'beleidsreactie', aldus het rapport, is 'incrementeel en accomoderend van aard'. Dat wil zeggen: toegevend, gedogend, berustend in de gegeven situatie. Met als gevolg dat de kans voor vluchtelingen om Nederland binnen te komen groter is dan in omringende landen, en dat de kans om uitgezet te worden klein is. Negentig procent van de asielzoekers die zich aanmelden, komt voor opvang in aanmerking, uiteindelijk wordt dertig procent afgewezen, maar het daadwerkelijk aantal uitzettingen is nog geen tien procent. Velen verdwijnen in het illegalencircuit.

DE AANBEVELINGEN van het rapport zijn inmiddels voor een deel overgenomen in de nadagen van het kabinet-Lubbers/Kok: vliegende brigades en registratiecentra achter de grens, de introductie van het 'veilige-landenbeginsel' (vluchtelingen uit veilig beschouwde landen worden niet meer geaccepteerd) en een beroep op het 'derde-landenbeginsel' (vluchtelingen die eerder in een ander land zijn aangekomen, worden evenmin in Nederland geaccepteerd). Aangezien tachtig procent van de asielzoekers in Nederland via de Duitse of Belgische grens binnenkomt, is dit laatste punt cruciaal. Door nog slechts als vluchteling te accepteren wie aankomt via de buitengrens van Nederland (Schiphol, de havens), definieert de werkgroep het probleem weg en verwijst het een enorm aantal asielzoekers die zich natuurlijk niets van het 'derde-landenbeginsel' aantrekken, naar de illegaliteit. De bepleite verscherpte uitzettingen ten spijt.

Nog een ander aspect van het vluchtelingenbeleid komt aan het licht: de Europese samenwerking faalt en loopt achter de feiten aan. Schengen, het verdrag dat de open binnengrenzen regelt maar nog niet in werking is gesteld, is ingehaald door de werkelijkheid. De binnengrenzen vallen weg, maar de gemeenschappelijke buitengrenzen worden niet als zodanig bewaakt en het beoogde gemeenschappelijke controlesysteem werkt al helemaal niet. Dat is vragen om afwenteling tussen EU-landen in zaken waar sprake is van het 'land van eerste opvang'.

MET DE KILHEID van een ondernemer die een goederenstroom in kaart brengt, benadert de werkgroep-Geelhoed de vluchtelingenproblematiek. Dat heeft nadelen - de menselijke kant van het vluchtelingendrama komt niet aan de orde - maar het heeft het voordeel dat de dilemma's helder worden. Hoeveel vluchtelingen wil Nederland opvangen, hoeveel geld is daarvoor beschikbaar, welke categorie vluchtelingen verdient voorrang, welke beleidsinstrumenten staan de overheid ter beschikking? Met hun snelle, afwijzende reactie op het ambtelijke rapport gaan politici die klemmende vragen juist uit de weg.