Sjoemelende biografen

Biografie Bulletin 1994/1. 88 blz.ƒ15. Transvaalkade 19', 1092 JK Amsterdam

Bij Knopf verscheen onlangs een opmerkelijk boek van Janet Malcolm: The Silent Woman, over het leven na de dood van Sylvia Plath. Malcolm toont aan de hand van vijf bestaande Plath-biografieën aan hoe er door goedbedoelende biografen gesjoemeld kan worden met levens- en literaire feiten. Na zijn dood is een auteur zijn leven niet meer zeker - geen biografielezer of -schrijver zou zich Malcolms controversiële essay moeten ontzeggen.

Nu wij in Nederland al een paar jaar een speciaal tijdschrift over de kunst van de biografie hebben, kunnen theorievorming en principiële discussies eenvoudig via dat Biografie Bulletin gevolgd worden. Felle polemieken en verbeten uitgevochten meningsverschillen ontbreken jammer genoeg nog in het orgaan van de Nederlandse biografen. Het Biografie Bulletin plaatst hoofdzakelijk teksten van lezingen die uitgesproken werden op symposia en andere bijeenkomsten, maar natuurlijk z'onder de eventuele kritische reacties uit de zaal die erop volgden. Wat meer uitgesproken standpunten zijn dikwijls te vinden in de recensies van biografieën die opgenomen worden. In het eerste nummer van de vierde jaargang worden biografieën besproken van Roald Dahl, Proust, Monne de Miranda en Domela Nieuwenhuis, en Kelks levensschets uit 1959 van J.J. Slauerhoff. “Een merkwaardige levensbeschouwing waarin de biograaf zijn vriend tegen roddel en achterklap in bescherming neemt” vindt Annette Portegies van Kelks Leven van Slauerhoff, waarvan in 1971 een verkorte uitgave verscheen. De lezer leert meer over Kelk dan over Slauerhoff, zo spreekt Portegies de zwaarst mogelijke veroordeling uit. Ook Joke Linders is genadeloos in haar bespreking van de pasverschenen Dahl-biografie van Jeremy Treglown: “feiten, feitjes en freudiaanse clich'es, (-) niet verder gekomen dan het aandragen van stereotiep belastend materiaal, (-) Treglown doet niet eens een poging tot verklaring. Hij constateert slechts dat de dood in Dahls leven net zo aanwezig was als sex, drank, honden en beroemdheden”.

Het kan toeval zijn, maar in alle recensies van biografieën in dit nummer blijkt de afstand tussen biograaf en zijn onderwerp het kernprobleem te zijn waarop zowel miskleunen als welslagen terug te voeren zijn.

Jan Fontijn publiceert hier de eerste bijdrage in een serie over 'biograafromans' als De biograaf, van Brakman, Nabokovs The Real Life of Sebastian Knight, en Possession van Byatt. La naus'ee van Sartre - 'een biograaf die romanschrijver wilde zijn en een romanschrijver die biograaf wilde zijn' - is een meesterlijke en leerzame roman voor een biograaf vanwege de belichting van de onvermijdelijke maar pijnlijke 'discrepantie tussen de chaotische werkelijkheid en de gestroomlijnde werkelijkheid van de biografie'.

Twee artikelen in deze aflevering gaan over het interview als bloedlinke bron voor de biograaf.