Minister Tsjetsjenië gedood bij aanslag

MOSKOU, 30 MEI. Bij een moordaanslag op de president van Tsjetsjenië zijn vrijdagavond de minister en de onderminister van binnenlandse zaken van deze Kaukasische republiek om het leven gekomen. Ook hun chauffeur werd gedood.

De aanslag werd gepleegd met een bom, die niet ver van de hoofdstad Grozny langs de route was gelegd die president Dzjochar Doedajev zou afleggen. De bom werd tot ontploffing gebracht toen de eerste auto van Doedajevs konvooi langs kwam. De drie inzittenden, minister Magomed Eldijev, zijn plaatsvervanger en hun chauffeur, werden gedood. Doedajev, die in de tweede auto van het konvooi zat, liep geen verwondingen op.

Later werd in Grozny gemeld dat de aanslag is gepleegd met explosieven van een type dat door “Russische geheime diensten voor subversieve en terroristische acties wordt gebruikt” en dat in Tsjetsjenië onbekend zou zijn. Doedajev gaf de schuld van de aanslag aan “diegenen die tegen een verbetering van de Russisch-Tsjetsjeense betrekkingen” en tegen “de Tsjetsjeense onafhankelijkheid” zijn. Hij kondigde een dag van nationale rouw af en vaardigde een nachtelijk uitgaansverbod af dat een maand moet duren.

Tsjetsjenië is een autonome republiek in het zuiden van Rusland, die in 1991 onder leiding van Doedajev - een generaal van de vroegere Sovjet-luchtmacht - eenzijdig de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen en zich van Rusland heeft losgemaakt. De republiek was de enige in Rusland die de parlementaire verkiezingen van eind vorig jaar heeft geboycot. Twee dagen voor de aanslag werd het leger van Tsjetsjenië, duizend man sterk, in staat van paraatheid gebracht wegens wat Doedajev noemde “de pogingen van Rusland de noodtoestand uit te roepen” in het grensgebied met het naburige Ingoesjetië. (Reuter, AFP, AP)