Den Haag hoopt op meevaller van 0,5 miljard

DEN HAAG, 30 MEI. Het ministerie van economische zaken houdt rekening met een meevaller van 500 miljoen gulden bij de afwikkeling van de Wet investeringsrekening (Wir). Dat heeft een woordvoerder van het departement bevestigd.

De meevaller wordt gebruikt voor het Fonds Economische Structuurversterking (FES) waarmee grote infrastructurele projecten worden gefinancierd. In de Miljoenennota 1994 staat dat er de komende vijf jaar naar schatting acht miljard gulden aanwezig is voor investeringen door de overheid.

De Wir, Wet investeringsregeling, werd eind februari 1988 afgeschaft omdat de kosten explosief stegen. Tot begin 1988 hadden bedrijven bij bepaalde grote investeringen recht op een premie in het kader van de Wir. Via deze regeling kon 12,5 procent van de belastingen worden teruggevorderd. Met de 'open-eindregeling' waren de laatste jaren miljarden guldens gemoeid. Volgens de Miljoenennota 1994 werden in 1990 “voor de laatse keer omvangrijke Wir-uitgaven gedaan”; toen 'ijlde' nog een bedrag van 2,5 miljard gulden na. In ruil voor de Wir kwam een verlaging van de vennootschapsbelasting.

De meevaller die economische zaken signaleert wordt onder meer veroorzaakt doordat bepaalde aangekondige investeringen uiteindelijk niet zijn gerealiseerd. Verder komt de Wir alleen ten goede aan winstgevende ondernemingen. Dat waren er de afgelopen jaren niet zo veel, zodat ook de uitbetaling aan premies voor de schatkist meeviel. Veel bedrijven zullen er trouwens nog een harde dobber aan hebben om genoeg winst te maken voordat in 1996 de verrekeningstermijn afloopt.

Sommige zullen om tijdig (kunstmatige) winst te tonen, kunststukjes moeten uithalen. Overigens kan de Wir door haar ingewikkelde rekenregels volgens fiscalisten nog blijven doorspoken tot na 2010.