Nordholt houdt steun van politie Amsterdam

AMSTERDAM/DEN HAAG, 28 MEI. Voor de Amsterdamse politie verandert het vertrek van de ministers Van Thijn en Hirsch Ballin niets in de positie van hoofdcommissaris Nordholt.

“Er wordt nog steeds keihard gewerkt en we blijven de georganiseerde misdaad op een goede manier bestrijden”, aldus een woordvoerder van de hoofdcommissaris. De politie is van mening dat door het aftreden van de ministers de bescherming voor de Amsterdamse politieleiding in Den Haag niet is weggevallen. “Wat er in Den Haag is gebeurd, moet je onderscheiden van wat er in Amsterdam gebeurt.” Dat is ook de mening van het college van burgemeester en wethouders van de hoofdstad.

In Den Haag staan de meeste partijen op het standpunt dat het aftreden vande ministers geen gevolgen hoeft te hebben voor de Amsterdamse hoofdrolspelers in de IRT-affaire: hoofdcommissaris Nordholt, de hoofdofficier van justitie Vrakking en de procureur-generaal Van Randwijck. “Zij hebben het vertrouwen van de ministers van justitie en binnenlandse zaken gekregen. De nieuwe ministers die nu in hun voetsporen treden kunnen onmogelijk een ander beleid voeren dan hun voorgangers”, zegt de CDA'er F.J. van der Heijden. Volgens dit Kamerlid “staan die ambtenaren arbeidsrechtelijk gewoon ijzersterk.”

Het VVD-Kamerlid H. Dijkstal, indiener van de motie waarover de bewindslieden Hirsch Ballin en Van Thijn struikelden, wil zich niet bemoeien met de vraag wat er nu met de politie- en justitietop moet gebeuren. Wel vindt hij dat de nieuwe ministers De Graaff-Nauta en Kosto “zichzelf de vraag moeten stellen of de functioneringsgesprekken hun doel hebben gediend en wat er nog moet gebeuren met de IRT-dossiers”.