Eurocampagnes zijn vaak geschiedenisles

DEN HAAG, 28 MEI. Het loopt niet storm als H. Maij-Weggen, de CDA-lijsttrekker bij de Europese verkiezingen van 9 juni, in IJmuiden op bezoek komt. In de Zeevaartschool, vlak bij de Hoogovens, luistert een handjevol CDA-kader naar de demissionaire minister die uitlegt hoe belangrijk Europa is. Echte belangstellenden zijn er buiten de CDA-functionarissen amper, al is IJmuiden sterk afhankelijk van het Europese staalbeleid.

Het voeren van een campagne voor de Euroverkiezingen mondt doorgaans uit in een geschiedenisles, met de eigen parochie als decorum. “In de Eurocampagne gaat het vooral om informatie”, luidt het in de campagneburelen. “Europa blijft een abstract en afstandelijk begrip”.

Maij-Weggen is op 10 mei in Westerbork begonnen met haar campagne, de andere partijen geven vandaag het startschot. De PvdA heeft Vaals uitgekozen als het symbolische drielandenpunt om met de Duitse SPD en de Vlaamse SP te beginnen aan een campagne van tien dagen, binnenskamers al de 'Tiendaagse Veldtocht' genoemd. De VVD koppelt de start van de Eurocampagne aan het jaarcongres in Breda en D66 opent haar campagne in de Rotterdamse Kunsthal. Aan de Europese verkiezingen doen elf partijen mee, waaronder de SP en de CD. De christelijke partijen SGP, GPV en RPF hebben een gecombineerde lijst.

Het gaat om de verkiezing van 31 Nederlandse leden van het Europarlement dat in totaal uit 567 leden bestaat. Maar er is een sterke neiging om de Euroverkiezingen, net als in andere landen, te nationaliseren: hoe doet het CDA het, welke invloed heeft de Euroverkiezing op de formatieonderhandelingen?

Na twee verkiezingen is ook bij de partijen 'verkiezingsmoeheid' te merken. In 1989 kwamen de Euroverkiezingen voor de Kamerverkiezingen en werden gezien als een belangrijke graadmeter. Nu is het omgekeerd. De Europese verkiezingen sukkelen na als laatste in een reeks en verliezen zo veel van hun 'nationale relevantie'. De campagnes worden overal als 'mat' omschreven, en de kiezers lopen niet echt warm. In 1979 - bij de eerste rechtstreekse verkiezingen van het Europarlement - was de opkomst nog 58,1 procent, in 1984 50,6 procent en in 1989 slechts 47,2 procent. Sommigen voorzien een opkomst van zo'n veertig procent, maar anderen hopen toch op plichtsbesef bij het electoraat.

Voor het CDA is de snelle campagnestart een 'herstel-operatie', geleid door Maij. Het grote geluk voor de christen-democraten is dat de bejaardenpartijen niet meedoen, zoals het Algemeen Ouderenverbond (AOV) dat zes zetels kreeg bij de Kamerverkiezingen. Maij gaat op pad met een duidelijke 'ouderenboodschap' en het CDA voert in Brabant, waar het zo sterk verloor aan het AOV, flink campagne. Maij vindt dat ouderen een 'seniorenkaart' moeten krijgen om door Europa te reizen, zoals jongeren al met een Interrail-kaart deden. Ze vindt dat het CDA een voorbeeld moet nemen aan de christen-democratische fractie in het Europarlement die voor twintig procent bestaat uit senioren. “Ik heb dat altijd zeer verrijkend gevonden”, zegt Maij-Weggen. Haar CDA-gehoor knikt instemmend. Het CDA heeft bij opstelling van de kandidatenlijsten bejaarden geweerd, omdat ze 'te oud' waren. Maij keert zich tegen dit beleid. “Europa heeft nooit een leeftijdsgrens gesteld. De Nederlandse politiek zou er een voorbeeld aan moeten nemen”. Het CDA hoopt op een 'schrik-effect' bij ouderen die op het AOV hebben gestemd en die nu in de CDA-moederschoot terugkeren. Het CDA wil via Europa de status als grootste partij van Nederland terugkrijgen. Maar het CDA blijft, met het aftreden van minister Hirsch Ballin, een beeld van verwarring uitstralen.

Een mogelijk verlies van CDA en PvdA wordt in de Euroverkiezingen een beetje gemaskeerd omdat het aantal Nederlanders van 25 naar 31 is verhoogd. Door de Duitse eenwording waren de Duitsers ondervertegenwoordigd en ontstond er een druk de hele zetelverdeling in het Europarlement te herzien. Het aantal ging van 518 naar 567 waarvan Nederland er zes zetels bijkreeg. Het CDA heeft nu tien Europarlementariërs en de PvdA acht. Als de Tweede Kamerzetels worden omgerekend in Eurozetels levert vijf Kamerzetels één Eurozetel op. Dit zou betekenen dat het CDA (34 Kamerzetels) om ongeveer zeven zetels in Europa zou kunnen rekenen, de PvdA (37) op zeven à acht, de VVD (31) op zes en D66 (24) op vijf. De drie christelijke partijen zouden op twee Eurozetels kunnen komen en GroenLinks op één. De trend in de opiniepeilingen laat zien dat het CDA nog verder daalt, terwijl VVD, D66 en PvdA nog enigszins doorstijgen. “Veel is afhankelijk van de opkomst”, zegt J. van Ingen Schenau, campagnedirecteur van de PvdA. “Als slechts veertig procent van de kiezers komt, valt er geen peil op te trekken.”

De VVD hoopt bij de Euroverkiezingen een flinke slag te maken. In 1989, bij de vorige verkiezingen, kregen de vier VVD-Europarlementariërs de rekening voor de val van het kabinet Lubbers-II. De VVD stapte uit het kabinet en in de VVD begon een flinke ruzie tussen prominenten. De liberalen verloren een zetel in de Euroverkiezingen. “Die zetel winnen we terug, en dan komt er de winst van de Kamerverkiezingen bij en ook de uitbreiding van het zetelaantal”, zegt F. Wijsenbeek, liberaal Europarlementariër. De liberalen rekenen op zes zetels. De 'paarse besprekingen' zijn voor de VVD een risicofactor. “De VVD heeft voorop gezet dat het eigen programma herkenbaar moet zijn in het resultaat”, aldus VVD-lijsttrekker G. de Vries. “Als dat onvoldoende is, zijn er andere mogelijkheden te onderzoeken”. Toch hopen sommige VVD-Europarlementariërs dat een 'onderhandelingsresultaat' over de Euroverkiezingen wordt getild. Als de achterban, vlak voor de verkiezingen, ruzie krijgt over de vraag of paars de goede keuze is, komt er een weerslag op de Euroverkiezingen. Een partij in ruzie verliest verkiezingen. De Vries erkent een marge van onzekerheid. “Maar het is jammer als de campagne uitloopt op speculaties over coalitievorming. De campagne moet gaan over de positie van Nederland in Europa, en niet over het Haagse ganzebord”.

D66 lijkt ook bij de Euroverkiezingen de grote winnaar te worden. Nu is J.W. Bertens nog de enige Europarlementariër voor D66 maar de Democraten rekenen op vijf zetels. De voormalige fractieleider van D66, L.J. Brinkhorst, staat tweede op de lijst, gevolgd door het ex-Kamerlid D. Eisma.