VS verlengen handelsstatus van China; China blij, wil af van resterende sancties

PEKING, 27 MEI. China heeft het besluit van de Amerikaanse president Bill Clinton om de status van meestbegunstigde handelsnatie voor een jaar te verlengen verwelkomd en erop aangedrongen alle nog resterende sancties eveneens op te heffen. Volgens een woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken legt het besluit de basis voor algehele verbetering van de bilaterale betrekkingen.

Zijn verklaring, uitgegeven door het officiële persbureau Nieuw China, verwelkomt met name de ommekeer in het Amerikaanse beleid om toekomstige verlenging los te koppelen van de toestand op het gebied van de mensenrechten. De bestaande sancties betreffen een embargo op het gebied van militaire samenwerking en de overdracht van geavanceerde militaire technologie, en zijn deels bedoeld als vergeldingsmaatregel voor de militaire onderdrukking van de studentenrebellie in 1989 en deels als strafmaatregel voor de levering van Chinese raketten aan Pakistan.

Verdere nog geldende sancties zijn uitsluiting van hulp en ontwikkelingsactiviteiten van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling (US AID) en Amerikaanse oppositie tegen Wereldbankleningen voor andere dan humanitaire doeleinden. Een nieuwe sanctie is een verbod op de export van Chinese geweren en lichte wapens, maar die wordt evenzeer gemandateerd door de nieuwe Amerikaanse vuurwapenwetgeving. China hoeft deze maatregel niet als represaille te beschouwen.

De ontkoppeling van handel en mensenrechten betekent dat de snel groeiende handel tussen de VS en China niet langer wordt bedreigd door jaarlijkse dreigementen dat Chinese exportprodukten hoge tarieven krijgen opgelegd als China de rechten van de mens niet beter naleeft. De koppeling stamt uit de Koude Oorlog en was bedoeld om de Sovjet-Unie tot vrije emigratie (vooral van joden) te dwingen.

Pag.5: Peking haalde zijn neus steeds op voor Amerikaans beleid

Nadat de Amerikaanse president George Bush in 1989 de handelsstatus ondanks de militaire repressie van de studentenrepressies, onder meer op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, gewoon had verlengd, heeft de democratische meerderheid in het Congres vanaf 1990 vruchteloos getracht hernieuwing te blokkeren. Clinton verlengde de status in 1993 eveneens, maar zei deze te zullen intrekken als China niet aan strenge voorwaarden zou voldoen. Deze waren: het nemen van stappen voor betere naleving van de universele verklaring inzake de rechten van de mens; het geven van betere garanties voor humane behandeling van gevangenen onder andere door het toelaten van inspecties van het internationale comité van het Rode Kruis en mensenrechtenorganisaties als Amnesty International; het beschermen van de unieke en culturele nalatenschap van Tibet; het toelaten van internationale radio- en televisieuitzendingen; vrijlating en aanvaardbare verantwoording voor Chinese burgers die gedetineerd zijn wegens de geweldloze expressie van hun politieke en religeuze opvattingen.

China is slechts in het beginstadium van gedeeltelijke naleving van deze voorwaarden. China leidt bijvoorbeeld een nieuwe coalitie van Derde wereldlanden die hun eigen mensenrechtenmanifest met een materialistische opvatting stellen tegenover de (westers-) spirituele opvatting van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

In Tibet bestaat opnieuw een grote mate van religieuze vrijheid, maar tegen onafhankelijksactivisme wordt hard opgetreden.

Op het punt van de vrijlatingen bestaat de minste vooruitgang. China heeft de twee 'zwarte handen' achter de studentenrebellie van 1989, Wang Juntao en Chen Ziming, die beiden gevangenisstraffen van dertien jaar zaten, om medische redenen gratie gegeven, evenals enige katholieke geestelijken. Maar het heeft tegelijkertijd contacten tussen christenen en buitenlandse organisaties aan strengere wettelijke restricties onderworpen en de preventieve repressie op politiek gebied ook verscherpt. Iemand die verdacht wordt van het voornemen tot anti-regeringsactiviteiten kan gearresteerd worden.

China is na vijf jaar van harde repressie opnieuw in een hoogtij van politiek activisme. Na twee jaar snelle economische groei hebben zich de sociale repercussies van die groeiexplosie gemanifesteerd, zoals een trek van ontheemde, verpauperde boeren naar de grote steden, faillissementen in grote staatsbedrijven die gepaard gaan met stakingen, niet-betaling van lonen, en massale ontslagen.

Corruptie en machtsmisbruik van de resterende kern van de communistische hiërarchie is nu het doelwit van volkswoede. Het regime wordt geobsedeerd door bedreiging van de stabiliteit en heeft de meeste, al eerder vrijgelaten dissidenten, vooral potentiële leiders van onafhankelijke vakbonden, opnieuw gearresteerd. Het regime heeft de neus opgehaald voor de Amerikaanse dreigementen, onder andere door een reeks van demonstratieve arrestaties tijdens het 'inspectiebezoek' van de Amerikaanse minsiter van buitenlandse zaken Warren Christopher in maart van dit jaar. Toen werd onder meer Wei Jingsheng, die na een gevangenisstraf van veertien jaar eerder was vrijgelaten, opnieuw vastgezet.

Andere arrestanten waren de dissident Yang Zhou, die een mensenrechtengroep in Sjanghai wilde oprichten; Yuan Hongbing, hoogleraar rechten die het stakingsrecht voor arbeiders heeft verdedigd.