Hondenweder in Aalsmeder

Van nature ben ik teder

Maar we hebben lelijk weder.

Daar leg ik mij nu wel bij neder

Maar alleen voor deze keder.

En daarna alsjeblieft nooit meder

Want het is niet wat ik begeder.

O nee Mevrouw, o nee Meneder

O nee, o nee, ik dank U zeder!

Ik eet, opdat ik wat kalmeder

Nu eerst een appel en een peder.

Anders, mensen, op mijn eder:

Ik pak gewoon mijn schietgeweder.

Geef mij maar gauw mijn Teddybeder

Dat geeft een blije atmosfeder;

'k Ga werken in de Bijlmermeder:

Ik denk bij het Parkederbeheder.