Het dal van de verbazing

Hilversum, vrijdagavond half tien - het plaatselijke jongerencentrum loopt langzaam vol. Bij ons in de kleedkamer heerst de typische voor-optreden-sfeer: een melige mengeling van verveling en opwinding. Ik rits mijn tas open, hang mijn optreedkleren uit, en pak het programma van het Holland Festival. Er ontstaat rumoer in de kleedkamer. Mijn excuus dat het in opdracht van de krant is, verandert het gegiechel in hoongelach. Het Holland Festival staat in een tamelijk pretentieus daglicht, zo blijkt. Ook ik ben er inderdaad nog nooit geweest. Dat doe ik wel als ik volwassen ben, is mijn eerste reactie. Nu denk ik dat ook bij rijbewijs, hypotheek en beroep, dus het ligt aan mij. En vastbesloten hier iets aan te doen sla ik het programma open. Een wereld ver weg van de mijne.

“Als een man zijn vrouw voor een hoed houdt, moet daarvoor een reden zijn”, lees ik in de toelichting op het toneelstuk The man who, van Peter Brook. “Is hij gek? Zodra we afstappen van dat eenvoudige etiket, staan we voor een waar raadsel.” Onwillekeurig denk ik terug aan een uitzending van Lolapaloeza, enkele weken geleden. De ex-gitarist van de Red Hot Chili Peppers, legde ondanks zijn zware heroïneverslaving uit dat het erg goed met hem ging. Ga je dood, dan ga je dood, was zijn luchthartige filosofie. Zoals hij het vertelde, geloofde je hem. Als je overleven niet als uitgangspunt neemt, dan wordt alles anders. In de woorden van het Perzische gedicht 'De vergadering der vogels', in dezelfde toelichting op het toneelstuk: “dit is het dal van de verbazing.”

Ik kijk om me heen. De kleedkamer heeft een vertrouwd beeld. Niemand verveelt zichzelf, iedereen verveelt elkaar. Ik blader verder.

Op 5 juni geeft het Nieuw Ensemble een concert in Paradiso, waar ik grote delen van mijn jeugd heb doorgebracht. Een keer of tien hebben we daar opgetreden, en ik ben er naar veel optredens van anderen geweest. Maar klassieke muziek heb ik er nog nooit gehoord, laat staan dat ik er ooit een fijn werk van de Chinese componist Lu Pei heb meegemaakt. Ik ben benieuwd hoe klassieke muziek daar klinkt.

En uit anekdotisch oogpunt ben ik nieuwsgierig naarClassique en Images, stemmen van de twintigste eeuw, vooral naar de films over Caruso en Maria Callas. Van Callas ken ik eigenlijk maar twee foto's en een stukje film. Op de televisie krijg je altijd dat ene stukje te zien - en meestal praten ze er dan ook nog doorheen. Dat is dan het enige wat er overblijft, terwijl er natuurlijk veel meer is.

Ik moet erg lachen als ik lees dat er in het Muziektheater experimenteel gedanst wordt - met kaartjes voor 55 gulden. Lekker experimenteel zal dat zijn. De meeste voorstellingen van het Holland Festival zijn erg duur, en erg geaccepteerd. Iemand wordt aangekondigd als een 69-jarige theatervernieuwer; het kan natuurlijk dat hij nog steeds vernieuwt, maar het lijkt toch iets bezadigds te hebben.

Maar zoveel gewaardeerde kunstbroeders, die wars van elk effectbejag de finesses van de atonale dans voor ons proberen te ontsluieren, zoveel talent, zoveel kennis, zoveel kunde, zoveel inzet, wat een aanbod.

Ik ben opgelucht als we van Mattijs, onze tourmanager, mogen beginnen. De zaal is vol, het is heet, het podium voelt vertrouwd. Welkom op het feest van de gemiste kansen, zingen we in het eerste nummer van de avond. Ik glimlach.

Het meisje op de eerste rij glimlacht terug.