Afrikaans geweld is wel vrucht van kolonialisme; Westen ontwortelde Rwanda

Reflecterend op het artikel in het Zaterdags Bijvoegsel van 14 mei onder de kop: 'Het anarchistisch pandemonium' (R. Kaplan) en de ingezonden brief van Trouwborst (17 mei) waarin de kop stelt dat het geweld in Rwanda niet teruggaat op het kolonialisme, moet het mij van het hart dat de produktie van dit soort koppen verwerpelijk is. De Engelsen hebben de term character assassination die precies uitdrukt wat wij doen. Vanuit een schaamteloze genoegzaamheid schilderen we Afrikanen als primitievelingen en beesten af, die de stabiliteit van de wereldorde als geheel zouden bedreigen.

Laat ik mij beperken tot de brief van mijn collega-antropoloog Trouwborst. Akkoord met zijn afwijzing van Heldrings suggestie om ons verder maar terug te trekken uit Rwanda. Maar dan wel om de reden die in de kop tegengesproken wordt, namelijk omdat het geweld daar wel degelijk een koloniale vrucht is. Trouwborst geeft dat ook zelf aan als hij beschrijft hoe het hier om een land gaat met een hoge vorm van culturele en politieke integratie van diverse volksgroepen en hoe dit door de methoden van de westerse staatsvorming ontworteld is. Te zeggen dat er daarbij niet over schuld van de kolonialen gesproken mag worden, omdat die niet wisten wat ze deden, is te simpel en legt de last van het kwaad enkel bij de slachtoffers. De antropologen mogen zich dit ook aantrekken, omdat zij teveel in dienst stonden van de nieuwe machthebbers (kolonialen en christelijke kerken) en teveel oog hadden voor de vraag hoe de macht vanuit de top geregeld was. Daarbij letten ze te weinig op de waarde van instrumenten die de onderdanen hadden om de macht te beperken. Vooral is er weinig aandacht gegeven aan de rol van de lokale rituelen en overtuigingen als buffer tegen de opgetaste geweldsfactoren in deze (en elke) maatschappij.

Kolonialisme met de centralisatie van macht die bovendien het zwaartepunt buiten het land had (ook na de dekolonisering) en de kerk, die alle groepsbanden nul verklaarde in het licht van algemene naastenliefde onder het oog van de transcendente God, hebben er sterk toe bijgedragen dat de mechanismen ontwricht raakten die macht en geweld binnen de perken konden houden. De revolutionaire theorieën over de onderdrukten die hun rechten moeten hernemen, hebben vervolgens een fascistisch Hutu-regime de kans gegeven de door antropologen en kolonialen gekoesterde mythe over etnische tegenstellingen om te zetten in oncontroleerbaar gebruik van macht en geweld. De chaos die nu is ontstaan, is geen terugkeer naar een verondersteld primitivisme, zoals Kaplan suggereert, maar de vrucht van een hautaine minachting voor de culturele instrumenten die de Afrikanen hebben om hun politiek te ordenen. Het simplistisch democratie-geroep (dat ook in het Westen zijn glans begint te verliezen) zouden we beter achterwege kunnen laten, zeker waar wapenhandel, gesjoemel met grondstoffenprijzen, enzovoort verder elke ordening op wereldschaal onmogelijk maakt. Als Heldring bedoelt dat we ons daarom afzijdig moeten houden, heeft hij wel een punt, maar dat klinkt weinig geloofwaardig.