Feijenoorders blijken niet geinteresseerd in Engelse voetbalopera

Opera: Playing Away. Muziek: Benedict Mason. Libretto: Howard Brenton. Uitvoerenden: Opera North en The English Northern Philharmonia o.l.v. Paul Daniel. Met o.a. Philip Sheffield, Rebecca Caine, Richard Suart en Margaret McDonald. Gezien: 23/5 Schouwburg, Rotterdam. Herhaling: 24/5 aldaar.

Voetballers zijn de helden van onze tijd. Ajacieden worden zonder een spoor van ironie godenzonen genoemd en Johan Cruijff is zelfs drie dagen lang 'de kleine broer van God' geweest. Toch heeft het lang geduurd voor er een opera, toch het heldengenre bij uitstek, over voetbal tot stand kwam. Die is er nu: Playing Away, voor Opera North uit Leeds geschreven door de Engelse componist Benedict Mason op een libretto van de eveneens Engelse toneelschrijver Howard Brenton. Op 19 mei ging Playing Away in premire in Munchen, waar de plaatselijke Biennale opdracht tot het stuk gaf, gisteren was de opera nog voor de Engelse premiere te zien in de Rotterdamse schouwburg, waar die vanavond nog een keer is te zien.

Een 'strip-opera', werd Playing Away in de officiele aankondiging genoemd, en 'een toegankelijke en visuele combinatie tussen popmuziek en opera'. Echt iets voor de harde kern van de Feijenoord-supporters die net zo graag op house dansen als de overwinningsmars uit Aida zingen, zou je denken. Maar voetbalsupporters waren er gisteravond nauwelijks in de voor een derde gevulde Rotterdamse schouwburg, al zouden ze zich hebben thuisgevoeld in de betonnen zaal die nog het meest lijkt op een stadion. Ook zouden ze zich vast en zeker hebben herkend in de horde FC City-fans op het toneel, die steeds luidruchtig opduikt op het vliegveld, in de Bierkeller en het stadion van Bayern Munchen, dat overigens in de stripachtige decors onherkenbaar is. Maar voor het overige zouden ze zich, gewend als ze zijn als aan spelers die op de knieen vallen en zich oprecht de haren uit het hoofd trekken na een blunder, waarschijnlijk vervelen. Want Playing Away is een vooral een gewoon Faustiaans drama, waarin aan de carriere van Terry Bond, topspeler van FC City en getrouwd met popster LA Lola, in de Europacup-finale tegen Bayern Munchen, een tragisch einde komt. Pas in de laatste scene wordt er gevoetbald en dan blijken de spelers balletdansers die achter de bal _ een vrouw in een strak zwart-wit pakje _ aan hollen.

Disco-achtige popmuziek is alleen te horen in de tweede scene van de eerste acte, wanneer LA Lola een videoclip opneemt in een doucheruimte met de FC-Cityvoetballers, gekleed in zwembroekjes en kruisbanden om hun borst. Voor de rest componeerde Benedict Mason bij het voetbaldrama muziek met eenvoudige partijen voor de zangers en een hoofdrol voor het slagwerk. Soms heeft die iets weg heeft van de neoklassieke Stravinsky _ de hele opera lijkt trouwens wel wat op diens The Rake's Progress _ maar vooral Charles Ives is nadrukkelijk aanwezig in de collage-achtige muziek: soepel schakelt het orkest over van Beierse volksdeuntjes op gematigd dissonante, vroeg 20ste-eeuwse muziek en steeds maken fanfare-achtige stukken een wreed einde aan de meer verstilde delen.

De inhoud van de opera is al net zo'n afwisseling van ironische cliches en oprechtheid als de muziek. De hooligans zijn archetypisch tuig, LA Lola is een Madonna-achtige ster, belust op geld en klef religieus, en Terry Bond, vertolkt door Philip Sheffield die wegens keelproblemen niet kon zingen en wiens stem werd vervangen door die van 'understudy' Stephen Briggs, de domme topvoetballer. Althans op het eerste gezicht, want uiteindelijk blijkt hij de kunstenaar die, bezeten van zijn vak en strevend naar volmaaktheid, niet wordt begrepen door zijn omgeving en zeker niet door zijn medespelers.

Maar de cliches overheersen en in de eerste plaats is Playing Away dan ook om te lachen. Om de Bierkellerscene bijvoorbeeld, waarin de Engelse voetbalsupporters botsen op in Beierse klederdracht gestoken deernes. Zelfs het tragische einde, de voetbalwedstrijd waarin de komische 'Great Referee' met zijn rode vleugels een doelpunt van Terry Bond afkeurt en de topspeler zijn been breekt, is een Faustiaanse gemeenplaats. Door iedereen in de steek gelaten, eindigt Bond in een rolstoel. Zo hoort het ook bij een echte held.