Recepten tegen extreem-rechts

Rinke van den Brink: De Internationale van de haat. Extreem-rechts in West-Europa 448 blz., Sua 1994, ƒ 39,90

Frank J. Buijs, Jaap van Donselaar: Extreem-rechts. Aanhang, geweld en onderzoek 140 blz., RU Leiden, Leids Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek, ƒ 27,50 (verkrijgbaar bij het LISWO 071-273845)

Erik Jan Bolsius: Racistische Partijen met recht verbieden. Een onderzoek naar de juridische mogelijkheden racistische partijen te verbieden of te ontbinden 77 blz., Wetenschapswinkel Rechten 1994, Universiteit Utrecht, ƒ 15,- (verrkijgbaar via 030-537025)

Leon de Winter en Chris van der Heijden: Handleiding ter bestrijding van extreem rechts 46 blz., De Bezige Bij 1994, ƒ 4,90

“Iedereen is liever kapitein op eigen roeiboot dan stuurman op een slagschip”, klaagt Wim Vreeswijk, alleenheerser over het extreem-rechtse 'Nederland Blok'. In 1994, het jaar dat de omstandigheden ideaal leken voor een electorale doorbraak van de Centrumdemocraten, heeft extreem-rechts in Nederland het vooral druk met de zelfvernietiging. Het is voor de volgers van extreem-rechts inmiddels een vertrouwd beeld: gekonkel, royementen, schisma's en nieuwe splinterpartijtjes.

Vlaanderen had zijn 'zwarte zondag' op 24 november 1991, toen het Vlaams Blok tien procent van de stemmen haalde en in Antwerpen zelfs 29 procent. Het Front National trok in maart vorig jaar 12,5 procent van de Franse kiezers en in Italië heeft de neo-fascistische Nationale Alliantie onlangs vijf ministersposten in de wacht gesleept. De winst van de Centrumdemocraten bleef evenwel beperkt tot drie Kamerzetels; de 77 raadsleden van de CD vluchten momenteel alle kanten op. “We scheiden het kaf van het koren”, zegt de onaangedane Janmaat, die niet meer opkijkt van een partijtwist meer of minder.

Het verkiezingsjaar heeft in Nederland een groot aantal boeken en rapporten over extreem-rechts opgeleverd. Het breedst van opzet is de De Internationale van de Haat van journalist Rinke van den Brink, die extreem-rechts in Nederland, Vlaanderen, Duitsland en Oostenrijk voor Vrij Nederland al zo'n tien jaar nauwgezet volgt. Van den Brink kan niet voorkomen dat het hoofdstuk over de CD en CP'86 in de eerste plaats komisch is. Want op de golven van het Nederlandse ongenoegen dobberen vele roeibootjes met vele kapiteins rond. Extreem-rechts in Nederland is en blijft een slangenkuil vol mini-Führers, amateur-terroristen, halve analfabeten, kleine criminelen en ongeleide projectielen.

De term 'slangenkuil' is afkomstig van Filip DeWinter, de 'ideale schoonzoon' die het Vlaams Blok haar Antwerpse triomf bezorgde. DeWinter spreekt uit ervaring. In het kader van de 'ontwikkelingshulp' trachtte de Vlaamse politicus de strijdende stammen in Nederland te verenigen. De beschrijving van een fusiecongres dat hij in 1992 in Antwerpen belegde, vormt een van de leukste passages in De Internationale van de haat. CD-dissident W.J. Bruyn die Janmaat bij de revers grijpt en in de rug stompt, de jeugdige neo-nazi's van CP'86 die bewonderend fluiten: “Dat komt hard aan voor zo'n ouwe”. Waarna CD, CP'86, Realisten Nederland en Nederlands Blok toch nog met frisse tegenzin een samenwerkingsovereenkomst tekenen, waar niemand zich vervolgens iets van aantrekt.

Op De Internationale van de haat is veel aan te merken. Het boek is vooral een compilatie van tien jaar reportages, interviews en onderzoeksjournalistiek. De auteur heeft te weinig weggegooid en begeeft zich op teveel zijpaden, waardoor het boek een wat warrige kroniek is geworden. De belangrijkste vraag blijft onbeantwoord: hoe kon extreem-rechts in Europa in de jaren tachtig en negentig van een marginaal verschijnsel uitgroeien tot een politieke stroming met een vrij stabiele aanhang?

Van Den Brink concentreert zich in de interviews die de loop van zijn verhaal doorkruisen, ten onrechte op het gedachtengoed van extreem-rechts in Europa. Dat levert weinig verrassingen op, want voor zowel Le Pens Front National, Karel Dillens Vlaams Blok, Schönhubers Republikaner als Jörg Haiders FPÖ geldt, dat er een groot verschil is tussen wat er op het toneel en achter de coulissen wordt gezegd. Op die manier komt Van den Brink niet verder dan de fatsoenlijke façade van extreem-rechts en de constatering dat daarachter van alles broeit. Wat dat betreft zijn de recente staaltjes van undercover-journalistiek, waarmee de Nederlandse pers de CD in opspraak wist te brengen, veel informatiever.

Geselpartij

Aan de vooravond van de verkiezingen traden in Nederland enkele mechanismen in werking. Niet alleen was er een spervuur aan onthullende reportages, ook officieren van justitie wisten kopstukken als Janmaat, Schuurman en Beaux van CP'86 op het juiste moment voor de rechter te brengen. 'Schandaliseren' en 'criminaliseren' noemt onderzoeker Jaap van Donselaar deze beproefde tactiek.

De Internationale van de haat suggereert wat dat betreft dat in Nederland de rijen van de 'burgerlijke partijen' beter gesloten blijven dan elders en de extreem-rechtse politicus effectiever in de marge wordt gedrukt. 'Fatsoenlijk rechts' sluit geen onderhandse overeenkomsten met de CD, zoals in Frank rijk al jaren gebruik is, en ook zijn er geen voorbeelden van populaire politici die overlopen naar extreem-rechts, zoals de Vlaamse socialist Staf Neels naar het Vlaams Blok of Klaus Zeitler, ex-burgemeester van Würzburg, naar de Republikaner.

Bij de CD is voor een politicus dan ook weinig te halen. Hij loopt het risico van bedreiging en vervolging en wordt van elk uitzicht op een normale loopbaan buiten de partij beroofd. En mocht hij desondanks toch deserteren naar de CD, dan zal hij het tandem Janmaat-Schuurman op zijn weg vinden, die iedereen die de middelbare school heeft afgemaakt al snel als een bedreiging voor de eigen positie ziet.

Toch lijkt de CD er wel enigermate in te zijn geslaagd een 'geselpartij' te worden, een term die het Vlaams Blok graag gebruikt. Zonder directe invloed te hebben, heeft de partij ook hier de koers van het publieke debat gestuurd: asielzoekers, illegalen en integratie van buitenlanders speelden een grote rol in de aanloop naar de verkiezingen, politici als Bolkestein, Kombrink en Rottenberg deden opzichtige pogingen de CD de wind uit de zeilen te halen.

De auteurs Leon de Winter en Chris van der Heijden zien dit als eerste schreden op het hellend vlak. De vlak voor de Kamerverkiezingen door hen uitgebrachte Handleiding ter bestrijding van extreem rechts poogt politici te overtuigen van het belang van een principiële stellingname tegen vreemdelingenhaat. In een aan het Heidelberger Katechismus herinnerende vraag-en-antwoord stijl trachten de auteurs een denkbeeldige rechts-extremist punt voor punt af te troeven.

Met het oog op dit werkje zou ik aan 'criminalisering' en 'schandalisering' de term 'debilisering' willen toevoegen. De extreem-rechtse tegenstander van De Winter is oerdom en de didactische toon van de Handleiding suggereert dat de auteurs de kiezer als een eenvoudig te misleiden kind zien, die, geconfronteerd met de ware feiten, wel voor het goede zal kiezen. Op zichzelf een nobel optimisme, maar extreem-rechts moet het eerder hebben van een duister mengsel van onzekerheid, rancune en xenofobie dan van argumenten. 'Centrumdemocraten. U weet wel waarom', is wat dat betreft een prima verkiezingsleus.

Desperado's

De Leidse onderzoeker Jaap van Donselaar, die met co-auteur Frank Buijs dit jaar Extreem rechts. Aanhang, geweld en onderzoek schreef, is een verklaard aanhanger van het marginaliseren van de CD. Waar Jean Marie Le Pen, de geweldenaar van het Franse Front National, voetbalstadions vol aanhangers toespreekt, krijgt de CD vaak niet eens toestemming voor een persconferentie, laat staan voor een demonstratie of partijdag. Janmaat wijt zijn geringe succes niet geheel ten onrechte aan het half-ondergrondse karakter van de CD. Zijn partij moet confereren in huiskamers en rokerige achteraf-zaaltjes, die steevast op valse naam worden gehuurd.

Onder die omstandigheden kan ook een 'ideale schoonzoon' als Filip Dewinter weinig uitrichten, zo citeert Rinke van den Brink Janmaat: “Die Dewinter is ook eens in Nederland geweest. Toen is hij ook niet verder gekomen dan met een toeter voor zijn mond wat uit de dakgoot te schreeuwen.” Janmaat verwijst daarmee naar een mislukte persconferentie in Dordrecht van CP'86 en het Vlaams Blok in 1990, die eindigde in de arrestatie van de Vlaamse voorman.

Van Donselaar en Buijs maken zich echter zorgen over het veranderende klimaat in Nederland. Zij signaleren in hun studie een snelle toename van gewelddadige incidenten tegen buitenlanders: van 29 in 1991 tot 278 in 1993. De auteurs leggen daarbij geen direct verband met met CD en CP'86, in hun ogen geen machtsfactoren van betekenis. Eerder geloven ze dat door de concessies van de gevestigde partijen een klimaat is ontstaan waarin de drempel naar racistisch geweld lager wordt.

Van Donselaar pleit voor een verbod op extreem-rechtse partijen. In reactie op verbodsdreigingen waarschuwen extreem-rechtse politici meestal voor de geweldsgolven die daarop zullen volgen. De jonge skinheads en neo-nazi's worden dan tot desperado's, die alleen in terrorisme nog een uitlaatklep hebben. Le Pen, Schönhuber, DeWinter en Janmaat matigen zich graag een rol toe in het 'pacificeren' van extremisten, als 'poortwachters' van de democratie.

De recente arrestaties en veroordelingen van CD'ers lijken een mogelijkheid tot een verbod te openen. Minister Hirsch Ballin laat dat momenteel door zijn openbaar ministerie onderzoeken. De Utrechtse jurist Erik Jan Bolsius heeft in zijn studie Racistische Partijen met recht verbieden, alvast wat voorwerk gedaan. De verbod-discussie is zijns inziens door gewenning aan extreem-rechts op de achtergrond geraakt: “Het rechtsgevoel van weleer is met een laag eelt bedekt.” Bolsius vindt de basis voor een dergelijk verbod in het artikel 2.20 van het Burgerlijk Wetboek, dat de rechter toestaat verenigingen en partijen te ontbinden die de openbare orde aantasten. Het Strafrecht acht hij minder geschikt.

Een probleem is alleen dat extreem-rechts zich er inmiddels in heeft bekwaamd racisme voor de borreltafel te reserveren en zich naar de buitenwereld zo nauwgezet mogelijk aan de letter der wet houdt. De vele communistische splintergroepjes van de jaren zeventig of de kraakbeweging waren veel explicieter in hun afwijzing van de democratie of de verheerlijking van geweld, terwijl op het punt van discriminatie de SGP ook wel wat te verwijten is. En na een verbod op de CD zal ongetwijfeld een nieuwe partij onstaan met een paar nieuwe bestuurders en een nog glibberiger programma.

Wel effectief lijkt een aanhoudende dreiging van een verbod en het vervolgen van individuele uitlatingen en personen. Bolsius citeert de jurist Eskes, die meent dat de botte juridische bijl van het verbod in een democratie het allerlaatste middel moet zijn. De Nederlandse democratie is sterk genoeg om zichzelf te beschermen tegen ongewenste elementen, zo meent Eskes. Gezien de ervaringen van dit verkiezingsjaar ben ik geneigd hem gelijk te geven.

    • Coen van Zwol