Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Leven als voortvluchtige; Debuut van Ad ten Bosch over reizen

Ad ten Bosch: Vera Cruz voorbij. Uitg. Meulenhoff, 144 blz. Prijs fl.29,90.

Anton Traandijk, hoofdpersoon van de debuutroman van de Zutphense uitgever en boekhandelaar Ad ten Bosch, lijdt het leven van een voortvluchtige. Na een tijdelijk verblijf in de bewoonde wereld, de Canadese stad Vancouver, duikt hij onder als arbeider in een kopermijn op Vancouver Island. Daarna zoekt en vindt hij werk in het meest barre noorden, in een oord dat 'op geen kaart voorkwam'. Al snel is Traandijk er een oudgediende; niemand houdt het er langer dan een paar weken vol. De ontmoeting met een vrouw drijft hem vervolgens naar Mexico Stad en, ten slotte, Vera Cruz.

Ook daar zal hij niet lang blijven. Vera Cruz voorbij eindigt op een viersprong: zal Traandijks volgende bestemming Amsterdam, Parijs, Montreal of Vancouver heten? Hij laat het lot beslissen. Het eerste vliegtuig waarin een stoel vrijkomt neemt hij. De lezer verneemt de uitslag - wat ligt er voorbij Vera Cruz? - niet meer. Het enige dat die nog te weten komt, is dat Traandijk zijn koffer kwijtraakt. Daarin heeft zijn leven als voortvluchtige zich gematerialiseerd in de vorm van foto's, brieven en dagboekaantekeningen. 'Niets van waarde', concludeert Traandijk. Dat zijn de slotwoorden van de roman en ze klinken bijna triomfantelijk.

Op het eerste gezicht is het vreemd. Welke reiziger wil nou met lege handen eindigen? Alleen de reiziger die van meet af aan geen herinneringen heeft willen verzamelen, maar op weg is gegaan om zich van herinneringen te ontdoen. Anton Traandijk is zo'n reiziger: zijn reis is een nadrukkelijk symbolische daad, gevuld met al even nadrukkelijk symbolische handelingen. Uit Nederland heeft hij een verzameling loden drukletters meegenomen, die hij tijdens zijn omzwervingen een voor een weggooit. Elke loden letter is een loden last, en die last heet: verleden.

De roman is het overwegend anekdotische verslag van Traandijks omzwervingen, die zich aan het begin van de jaren zeventig afspelen, en de vluchtige ontmoetingen met de mannen en vrouwen die zijn pad kruisen. De toon is koel, afstandelijk beschrijvend en als Traandijk praat, zwijgt hij meer dan dat hij spreekt. Een van Traandijks reisgenoten zegt op een bepaald moment veelbetekenend: 'Er is veel stille wanhoop'. Dat zou ook op Traandijk kunnen slaan, maar het enige dat die over zichzelf loslaat, is dat zich in hem 'een ijslaag van jaren' heeft opgehoopt.

Vera Cruz voorbij ontleent zijn lading dus niet zozeer aan de gebeurtenissen in de roman. De lading komt voort uit het feit dat je als lezer langzaam maar zeker gedwongen wordt je af te vragen welk verleden zich in die ijslaag precies verborgen houdt. Ten Bosch doet het knap: de paar aanwijzingen die hij voor het antwoord op die vraag geeft, zetten de lezer op een intrigerend spoor, maar houden tegelijkertijd het raadsel tot het laatste moment in stand.

Duidelijk is wel, dat de sleutel tot het raadsel ligt in de kindertijd van de hoofdpersoon, die is opgegroeid in een kleine provinciestad waar zijn vader een antiquariaat drijft. Traandijk, suggereert Ten Bosch, bevindt zich op het kruispunt van jeugd en volwassenheid. En het eerste is voor hem een aanlokkelijker weg om in te slaan dan het tweede. Daarom wordt hij verliefd op de Mexicaanse Beatriz: hij herkent in haar zichzelf als kind. 'In een flits maakt zich uit haar gezicht het gezicht van een jongetje los, drie, vier jaar was het al, dat veel op haar leek en een beetje op zijn vader. Lange tijd staarde hij in de spiegel, met stomheid geslagen.'Zijn poging om zich met haar te verenigen mislukt uiteraard. Het was een symbolische handeling en noch het leven, noch Mexicaanse schoonvaders hebben veel geduld met symbolische handelingen. Wat overblijft is de volwassenheid. Ook die is onderdeel van de ijslaag. Want Traandijks verleden bevat, paradoxaal genoeg, ook de suggestie van een dwingend toekomstperspectief. Dat perspectief is: Nederland, een kleine provinciestad, bezigheden in de voetsporen van de vader.

In het begin van de roman herinnert Traandijk zich al hoe zijn vader hem als kind een essentiele wijsheid bijbracht: 'Waar we ook naartoe vliegen, we komen altijd weer op hetzelfde punt uit'. Die uitspraak is de doem die van meet af aan boven Traandijks omzwervingen hangt, diens voortvluchtigheid bij voorbaat symbolisch maakt. De vader wist allang welke stad er voorbij Vera Cruz ligt. Zutphen, uiteraard.