Brinkman legt alsnog commissariaat neer

DEN HAAG, 20 MEI. CDA-fractieleider L.C. Brinkman heeft op 4 mei, één dag na de Tweede-Kamerverkiezingen, zijn omstreden commissariaat bij Arscop bv. neergelegd. Dit heeft hij vanmiddag bekendgemaakt.

Het commissariaat van Brinkman kwam in april in opspraak toen de fiscale opsporings- en inspectiedienst (Fiod) een inval deed bij Hevatex bv, het moederbedrijf van Arscop.

Het onderzoek spitste zich toe op een aangetrouwde oom van Brinkman die wordt verdacht van belastingfraude. Arscop beheerde onder meer het vermogen dat was was vergaard met de verkoop van Hevatex.

Volgens een verklaring van Brinkman heeft hij reeds geruime tijd geleden met Arscop bv afgesproken dat hij “in het kader van een vrije oriëntatie op zijn politieke functie-uitoefening het commissariaat na de verkiezingen zou neerleggen”. Brinkman heeft ook zijn twee andere, onbetaalde, nevenfuncties neergelegd.

Waarnemend CDA-partijvoorzitter T. Lodders zei in een reactie dat “dit een persoonlijke beslissing is van de heer Brinkman”. Voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 3 mei maakte Lodders al bekend dat zij er voorstander van was dat de fractievoorzitter zijn commissariaat zou neerleggen. Brinkman legde dat advies toen naast zich neer. Lodders is volgens een woordvoerder “eerder geïnformeerd” door Brinkman over zijn voornemen.

In het KRO-programma Reporter werden in april kanttekeningen geplaatst bij het “beoordelingsvermogen” van Brinkman. De CDA-fractieleider zei echter dat hij zich “voldoende” had geïnformeerd over Arscop toen hij in 1992 commissaris werd van het bedrijf. Hij wees erop commissaris te zijn geworden om de belangen van “jeugdige familieleden” van zijn oom te behartigen.

Op het advies van het CDA-bestuur om reeds voor de Kamerverkiezingen het commissariaat neer te leggen, zei Brinkman toen: “Ik heb al datgene gedaan om mij te vergewissen dat ik van doen kreeg met een fatsoenlijke onderneming”.