Centraal akkoord drukte prijs van industrieprodukt

DEN HAAG, 19 MEI. Nederlandse industriële produkten zijn dank zij het centraal akkoord dat werkgevers en werknemers in november sloten goedkoper geworden ten opzichte van het buitenland. De loonkosten per eenheid produkt dalen dit jaar met 2,5 procent, na stijgingen van 3,3 procent en 1,1 procent in 1992 en 1993. Dat hebben de werkgeversorganisaties VNO en NCW gisteren op een gezamenlijke persconferentie bekendgemaakt.

De werkgeversvoorzitters Rinnooy Kan (VNO) en Blankert (NCW) zijn tevreden over de uitwerking van het akkoord. Het kabinet dreigde met een ingreep in de vrije loononderhandelingen als de lonen zouden stijgen. In de CAO's die sinds het akkoord zijn afgesloten, stijgen de lonen met gemiddeld 0,3 procent. Inclusief de CAO's die al voor november zijn afgesloten, bedraagt de gemiddelde loonstijging 1,25 procent. Op jaarbasis bedroegen de loonstijgingen in 1992 en 1993 respectievelijk 4,4 en 3,2 procent. “De remweg is dus korter aan het worden”, aldus Rinnooy Kan. Op basis van afgesloten meerjarige contracten zal de stijging in 1995 tussen de nul en 1,5 procent uitkomen.

Volgens een vanmorgen gepubliceerd onderzoek van het Nipo vindt meer dan de helft (55,5 procent) van de ondervraagden dat de inkomens de komende jaren niet hoeven te stijgen. Dat is wel nodig, zegt 36,5 procent en acht procent heeft geen mening. In CDA-kring zitten de meeste voorstanders van de 'nullijn'. VVD- en D66-sympathisanten zitten nog ruim boven het gemiddelde, met 65, respectievelijk 60 procent. Van de PvdA-aanhang is 58 procent voorstander van de nullijn.

Als wordt gekeken naar het lidmaatschap van een vakbond dan bestaat bij het CNV voor de nullijn het meeste begrip (66 procent). Bij de vakcentrale FNV gaat het om 58 procent.

Rinnooy Kan constateerde gisteren dat er in te weinig CAO's afspraken zijn gemaakt over flexibeler werken. Hij waarschuwde ervoor dat niet krampachtig moet worden vastgehouden aan verworven rechten. “Hier en daar wordt door de vakbonden zelfs de collectieve arbeidsduurverkorting weer van stal gehaald als panacee voor de werkloosheid. Dat werkt juist kostenverhogend.”

Werkgevers zijn niet meer bereid centrale akkoorden af te sluiten met de overheid. In een terugblik op ruim tien jaar CAO-overleg schetste Blankert de vruchten van het onderhandelen per bedrijf of bedrijfstak, “wat de lusten en lasten legt waar ze horen”. Werkgevers en werknemers hebben hun verantwoordelijkheid genomen, zei Blankert. De overheid moet zorgen voor gunstige randvoorwaarden en afzien van centrale regelgeving. Rinnooy Kan en Blankert drongen aan op een versoepeling van het ontslagrecht, ruimere vergunningen voor uitzendbureaus, een versoepeling van de Arbeidstijdenwet; afslanking van de Arbeidsomstandighedenwet, en herziening van de sociale zekerheid.