Chinees cineast Zhang Yimou wil vooral geen aanstoot geven

CANNES, 19 MEI. Zhang Yimou, de bekendste Chinese regisseur, is niet in Cannes om zijn film Lifetimes (Huozhe) te presenteren. Enkele weken voor het begin van het festival kwam het verrassende nieuws uit Peking dat de laatste film van Zhang integraal door de censuur verboden was. Daarom gaf de regisseur, die de afgelopen weken in Parijs verbleef om de internationale uitbreng publicitair te begeleiden, er de voorkeur aan in China te blijven, of liever, voortijdig terug te keren. Wel gaven de beide hoofdrolspelers Ge You en Gong Li, Zhangs vaste vedette en levensgezellin, gisteren acte de présence in Cannes.

De reden van deze discretie is duidelijk: Zhang wil de autoriteiten niet meer voor het hoofd stoten dan hij al doet door de film op een westers festival te laten vertonen. Hij kiest voor een andere reactie op het aandraaien van de duimschroeven van de censuur dan zijn generatiegenoot Tian Zhuangzhuang of de jongeren als Zhang Yuan en He Yi, die getroffen werden door een totale boycot en die nu in een positie van semi-clandestiniteit belanden als ze door blijven filmen.

Die relatief gezagsgetrouwe instelling van Zhang Yimou blijkt ook uit Lifetimes, die volgende week al in de Nederlandse bioscopen verwacht wordt. Grofweg beschrijft de op een roman van Yu Hua gebaseerde film dezelfde periode als Tians vorig jaar in Cannes naar buiten gekomen The Blue Kite, namelijk de jaren veertig tot zeventig. Maar waar Tian de gevolgen van de maoïstische terreur in hun wrede details toonde als onontkoombaar resultaat van de officiële politieke lijn, kiest Zhang voor een meer symbolische en ironische aanpak. De door zijn goklust aan lager wal geraakte grondbezitter Fugui ziet de nieuwe bewoner van zijn huis in 1949 direct tegen de muur gezet worden en hij realiseert zich dat hij geluk gehad heeft. Zijn zoon wordt tijdens de Grote Sprong Voorwaarts het slachtoffer van een door de plaatselijke partijchef veroorzaakt auto-ongeluk, al kan dat ook toeval geweest zijn. En tijdens de Culturele Revolutie sterft zijn dochter in het kraambed, omdat de Rode Gardisten alle dokters het ziekenhuis uitgezet hebben, maar ook dat is meer een indirecte en afgezwakte weergave van de werkelijke gruwelen.

Als meesterlijk verteller en schepper van een intrigerende filmtaal - al is die dit keer minder imposant dan in Ju Dou, Raise the Red Lantern of zelfs The Story of Qiu Ju - weet Zhang het westerse publiek opnieuw te boeien. Toch krijgt men de indruk dat Zhang niet de meest dappere Chinese filmer van dit moment is. Zijn milde laatste twee films, die meer de universele menselijke tekortkomingen en de grillen van het noodlot benadrukten dan de kern van de communistische repressie, leken hem even officiële rehabilitatie en een, ook door de status en de economische betekenis van zijn werk ingegeven, immuniteit voor de censuur te bezorgen. De geschiedenis leert nu dat zulke terughoudendheid niet erg lang bescherming biedt. Zhangs grootste probleem is misschien wel dat het hem langzamerhand ook zijn reputatie in de rest van de wereld zou kunnen gaan kosten. Want ondanks de onloochenbare kwaliteiten van Lifetimes steekt de strekking van de film bleek af tegen de persoonlijke moed van de andere in hun vrijheid van meningsuiting beknotte Chinese filmparadepaardjes.