Rushdie ontvangt na ruim jaar Oostenrijkse prijs

WENEN, 17 MEI. Een en een kwart jaar na de verlening door de jury heeft Salman Rushdie, de Engels-Indische schrijver van de roman De Duivelsverzen, gisteren in Wenen zijn Oostenrijkse staatsprijs voor Europese literatuur (32.000 gulden) in ontvangst kunnen nemen. Dit gebeurde tijdens een ceremonie in het departement van onderwijs, waar Rushdie, die ondergedoken ergens in Europa leeft sinds de machthebbers in Iran hem ter dood hebben veroordeeld wegens bekladding van het Islamitische geloof, voor bijna iedereen onverwacht verscheen. Minister van onderwijs Scholten, die de prijs uitreikte, zei daarbij nadrukkelijk dat Rushdies werk werd bekroond wegens zijn literaire waarde.

Wel kondigde hij een Oostenrijks initiatief binnen de Raad van Europa aan om jaarlijks het werk te vertalen in een grote van een, door het nieuw opgerichte Europese Schrijversparlement (erevoorzitter Rushdie) aan te wijzen, vervolgde maar nog onbekende auteur te doen vertalen in de grote Europese talen. Wenen zal voor vertaling in het Duits zorgen, Madrid in het Spaans. Met Londen en Parijs is al contact opgenomen voor vertalingen in het Engels en Frans. Rushdie noemde het plan een belangrijke bijdrage aan het doel van het Schrijversparlement : steun verlenen aan vervolgde auteurs.

Afgelopen februari ontstond er een rel in Oostenrijk toen bekend werd dat minister Scholten een jaar na de verlening van de staatsprijs 1992 winnaar Rushdie nog steeds niet had geïnformeerd. Scholten verdedigde zich toen door te wijzen op de veiligheidsproblemen bij een uitreikingsceremonie. Gisteren zei hij vorig jaar ook te hebben gehoopt dat de situatie rondom Rushdie zich zou ontspannen. Helemaal lukte het desondanks niet de indruk weg te nemen dat de Weense regering ook bang was geweest met de bekroning van Rushdie haar islamitische vrienden voor het hoofd te stoten. Rushdie, die Clinton bezocht, Havel op bezoek kreeg en bij andere groten der aarde, zoals commissaris Hans van den Broek in Brussel, welkom was kreeg gisteren kanselier Vranitzky of president Klestil voor zover bekend niet te zien. Wel werd verwacht dat een van beide heren een telefoongesprek met de bekroonde zou voeren.

Deze terughoudendheid smoorde de kritiek van Iran overigens niet. De Iraanse ambassade in Wenen gaf gisteren meteen een verklaring uit waarin stond dat het bekronen 'van een dergelijke gehate figuur de goddelijke religies onteerde'.