Een man met een grote toekomst achter zich

AMSTERDAM, 17 MEI. Hij kneedt zijn wang, pulkt aan zijn neus, trilt met zijn voet, trekt zijn wenkbrauwen op, schudt het hoofd, praat geluidloos in zichzelf, kijkt dwars door zijn tegenstander heen naar onbestemde verten. Ivantsjoek aan het bord, aan zet. Een jaar of vijf geleden zei hij dat hij zijn imago wilde veranderen. Hij had er genoeg van om steeds als een door zenuwspanning geteisterde zonderling te worden afgeschilderd. En inderdaad, vergeleken bij toen is hij al een stuk rustiger geworden.

Vassili Ivantsjoek is 25 jaar en in de steeds jonger wordende wereld van het topschaak is hij al een van de oudgedienden. Zijn eerste internationale optreden was in 1984, toen hij in Frankrijk aan het wereldkampioenschap van de 'kadetten' (onder de 16 jaar) meedeed. Toen hij slechts de gedeelde tweede prijs ontving stonden de tranen hem in de ogen. Hij werd geboren op 18 maart 1969 in het plaatsje Berezjani, niet ver van Lvov, de hoofdstad van de westelijke Oekraine. Zijn latere gewoonte om vaak niet naar het bord te kijken, maar denkbeeldige stellingen op het plafond of op een verre muur te bestuderen, is toegeschreven aan de lange treinreizen die hij moest maken naar de schaakclub in Lvov. Die treinreizen werden doorgebracht met blindpartijen. Al vroeg stond hij bekend als iemand voor wie schaken alles was, en deden de verhalen de ronde over zijn verstrooid gedrag; de overjas die hij vergat aan te trekken voor een barre midwinterwandeling, of vergat uit te trekken voor het slapen gaan, het theelepeltje waarmee hij zijn soep at en de soeplepel die hij voor zijn vruchtensalade gebruikte.

Toen hij twintig jaar was, gold hij als de jonge ster die de suprematie van Kasparov en Karpov zou verbreken, maar ook toen al had zijn breekbaar karakter hem een paar keer parten gespeeld. In Groningen werd hij in 1986/87 jeugdkampioen van Europa, maar jeugdwereldkampioen werd hij nooit. In 1987 moest hij de toen nog vrij onbekende Anand voor laten gaan en een jaar later in Adelaide deed hij zichzelf de das om door in een makkelijk gewonnen stelling tegen de Deen Hansen remise aan te bieden. Ivantsjoek vond dat hij in de tijdnoodfase onbehoorlijk hard op de klok gedreund had en daarom niet verdiende te winnen. Dat bleek aan het eind net het halve punt te zijn dat hij tekort kwam voor het wereldkampioenschap, en toen had hij spijt van zijn impulsief gedrag.

Maar wat zou het, een jeugdtitel, bij de volwassenen behaalde Ivantsjoek het ene geweldige succes na het andere. In 1989 won hij het toernooi in Linares, voor Karpov, Ljubojevic, Timman en Short, en een jaar later won hij samen met Gelfand het interzonale toernooi in Manila. Gelfand en hij, een van hen zou de uitdager van Kasparov worden, daar was toen bijna iedereen van overtuigd. Kasparov zelf zei dat hij Gelfand de beste kans gaf, omdat Ivantsjoek te instabiel zou zijn. Van die instabiliteit bleek voorlopig weinig. Begin 1991 verpletterde Ivantsjoek zijn tegenstander Joedasin in een kandidatenmatch in Riga met 4,5-0,5. Korte tijd later behaalde hij een nog groter succes: weer won hij het toernooi in Linares, waar nu zowel Kasparov als Karpov meededen. Beiden werden ze in de onderlinge partij door Ivantsjoek verslagen. Aan het eind riep Rustam Kamsky, vader en vaste begeleider van deelnemer Gata Kamsky: “Kasparov is dood, leve de nieuwe wereldkampioen Ivantsjoek!“ De Kamsky's hadden Kasparov ervan beschuldigd dat hij Gata had proberen te vergiftigen tijdens het toernooi. Kasparov zei later zuurzoet: “Als ik zoiets van plan was geweest, had ik beter Ivantsjoek kunnen vergiftigen.“ Ivantsjoek zei stralend dat zijn recente huwelijk met Galliamova, een Oekrainse topschaakster, aan zijn succes had bijgedragen, omdat zij ijverig alle nieuwe partijen in de computer tikte. Zo alleen op schaken gericht als de legende het doet voorkomen, was Ivantsjoek kennelijk toch niet. Hij wordt ook beschreven als een kenner van de klassieke Russische literatuur, die spontaan gedichten van Poesjkin en Lermontov voordraagt, zijn zingende Karpov-imitatie wordt geroemd, en zijn muntenverzameling schijnt zeer waardevol te zijn. “Stel je voor, weer eens een sympathieke wereldkampioen,“ zei Jan Timman in die tijd. Hoewel hij zijn eigen aspiraties in die richting beslist niet had opgegeven, doelde hij op Ivantsjoek, de man van het jaar, die op de wereldranglijst Karpov was gepasseerd.

Toen, na zijn grootste successen, kwam de grootste teleurstelling. In Brussel werd hij in de kandidatenmatch uitgeschakeld door Joesoepov. Het was een miraculeuze heropstanding van Joesoepov geweest, uit vrijwel hopeloze positie. Niet de schaker Ivantsjoek was verslagen, maar het trillende riet dat hij op het belangrijkste moment van zijn loopbaan nog steeds bleek te zijn. Joesoepov had aan het eind van de match twee schitterende partijen gewonnen, zijn succes werd hem van harte gegund, maar over de uitschakeling van Ivantsjoek rouwde de schaakwereld.

Ook daarna haalde Ivantsjoek nog schitterende successen, maar niet in de wedstrijden om het wereldkampioenschap, die toch het belangrijkst zijn. In het interzonale toernooi in Biel plaatste hij zich vorig jaar niet voor de kandidatenmatches van de FIDE. Aan het kwalificatietoernooi van de PCA in Groningen, eind vorig jaar, deed hij niet mee. Zijn vrouw Galliamova speelde wel in Groningen, misschien had dat er wat mee te maken; een tijdje later werd bekend dat ze gescheiden zijn.

Op de laatste ratinglijst van de FIDE (zonder Kasparov) staat Ivantsjoek nu op de zesde plaats. Niet slecht, maar onder zijn stand. Hij lijkt, misschien tijdelijk, overvleugeld door mensen als Anand, Kramnik en Sjirov, nog afgezien van Karpov, die weer helemaal terug is. Je zou Ivantsjoek, hoe jong hij ook is, met enig cynisme 'een man met een grote toekomst achter zich' kunnen noemen. Maar het kan verkeren. Hij is nog steeds tot alles in staat, dat moest Kasparov gisteren ondervinden.