'Ik wist niet dat lichaam en geest zo sterk verbonden zijn'

Geen haar op het kalende hoofd van Dick Advocaat zal eraan gedacht hebben om JAN WOUTERS (33) niet op te roepen voor de WK-selectie van 22 spelers. De koning der bikkelaars, de oudste van de groep, heeft alle redenen om nog een keer te vlammen op het hoogste voetbalpodium.

De Herdgang, het trainingscentrum van PSV, gistermiddag. De meeste spelers zijn naar huis. Alleen wat coaches en verzorgers lopen nog wat rond. Maar ook natuurlijk de onvermijdelijke Hans van Breukelen, die fanatiek blijft tot de laatste snik. Een tv van een bekend merk, hangend aan het plafond, wacht aangeschakeld op de namen van de 22 geselecteerden voor het WK. Als teletekst even na 14.00 uur melding maakt van Advocaats keurkorps wordt Jan Wouters door alle aanwezigen gefeliciteerd. Hij moet erom grinniken, want zijn reis naar Amerika stond toch wel vast? Dat de keuze ook is gevallen op collega Arthur Numan kan een grotere verrassing worden genoemd. Ogenschijnlijk doet de middenvelder, die dit seizoen bij PSV vooral actief was als schaduwspits, of hij geen twijfels heeft gekend. Maar inwendig moet hij toch een vreugdesprong hebben gemaakt. Dan wendt hij zich tot Jan Wouters, de routinier. “Train jij volgende week door Jan?”. “Ja, ik wel maar jij moet het rustig aan doen. Ik zou wat vakantie nemen, als ik jou was.” En later legt Wouters uit: “Arthur heeft dit seizoen steeds geprobeerd om ons uit het moeras te trekken. Daardoor ging hij zichzelf voorbijlopen. Dat leidde tot blessures.”

En over dat laatste kan Jan Wouters meepraten. Op 9 maart liep hij in de vriendschappelijke wedstrijd tegen Lommel een spierscheuring op. Toen hij te vroeg weer volop ging trainen wierp een nieuwe kwetsuur hem nog verder terug. Afgelopen zondag pas, maakte hij zijn rentree tegen NAC. Toen stond hij een half uur in het veld. Dinsdag speelde hij een uur tegen Feyenoord. Niemand hoeft eraan te twijfelen dat Jan Wouters straks klaar is voor het WK. “Ik maak vaak dagen van negen uur 's ochtends tot negen uur 's avonds. Dan train ik eerst hier bij PSV en daarna rijd ik naar Anthony Willems, een fysiotherapeut in Baarn. Hij gaat bij elke behandeling zeer intensief te werk. Drie, vier uur achter elkaar, maakt hij zonder apparatuur mijn kuit los. Ik neem de komende weken geen vakantie. Hoogstens een paar dagen vrij en ik probeer in de resterende drie vriendschappelijke interlands weer spelritme op te doen. Ook die oefenwedstrijdjes tegen amateurclubs zal ik spelen. Normaal gesproken vind ik dat vervelende duels, maar nu zijn ze voor mij heel nuttig. Na de trainingsstage moet ik mijn conditionele achterstand dan toch wel hebben weggewerkt.”

Jan Wouters kijkt uit naar het wereldkampioenschap. Hij hoopt in de Verenigde Staten sportieve genoegdoening te vinden na een seizoen waarin hij zowel op sportief gebied (PSV) als privé veel leed moest verwerken. Hij brengt de spierblessures die hij opliep direct in verband met droevige familieomstandigheden. In de wintermaanden overleden binnen drie maanden zijn moeder en vader. Ploeggenoot Berry van Aerle maakte voor het EK in Zweden (1992) iets dergelijks mee. “Ik heb er met hem vaak over gesproken. Ze sterven, ze worden begraven, het leven gaat gewoon door. Op het moment dat ik geblesseerd raakte is alles bij mij eruit gekomen. Ik heb zo'n idee dat je lichaam op een gegeven moment zegt: 'Nu kan het niet verder meer. Nu moet je alles gaan verwerken.' Ik ben blijven voetballen omdat het moest, maar ik was er onbewust met mijn gedachten niet bij. Mijn vader wilde na de dood van mijn moeder niet meer verder leven. Hij overleed op natuurlijke wijze. Ze vonden hem in zijn stoel in het bejaardentehuis. Ik wist niet dat lichaam en geest zo sterk met elkaar in verbinding staan. Ik denk nog iedere dag aan ze. Het is geen rouwproces. Het gaat om de fijne herinneringen die ik aan ze bewaar.”

Jantje Beton wordt hij wel genoemd. Of het cement dat de muur van PSV overeind houdt. Maar dergelijke emotionele gebeurtenissen grijpen iedereen aan. Het vergt een sterk relativeringsvermogen om over te schakelen op een voetbalonderwerp. De laatste interland van het Nederlands elftal tegen Ierland heeft hij niet gezien. Zijn huis in het Belgische Overpelt beschikt nog niet over een schotelantenne om RTL te ontvangen. Maar hij kan zich voorstellen wat er is misgegaan. “Als het niet loopt krijgt het Nederlands elftal moeilijkheden met omschakelen. Toch denk ik dat je een ploeg als Ierland niet met fysieke middelen moet bestrijden. Dan verlies je het altijd. Je moet je eigen spel spelen en koppelen aan fysieke kracht. Overigens denk ik dat zo'n ploeg het in de eindronde moeilijk krijgt. Na drie of vier wedstrijden hebben de Ieren meer krachten verspeeld dan wij.”

Hij is gematigd optimistisch over de kansen van Oranje. “Als je naar de resultaten van de Nederlandse clubs in het afgelopen seizoen kijkt, hebben we geen recht van spreken. Aan de andere kant staat Inter met twee Nederlandse spelers in de UEFA-Cupfinale, Barcelona met Koeman in de eindstrijd van de Europa Cup I en is Ajax ook tamelijk ver gekomen. Daarom denk ik dat ons team wel een van de kanshebbers is op een goed eindresultaat. Brazilië en Duitsland zijn voor mij echter de favorieten.”

Hoewel de Duitsers als regerend wereldkampioen geen kwalificatietoernooi hoefden te spelen, is Wouters jaloers op hun voorbereiding. Het viel de Utrechter op dat Die Mannschaft in tegenstelling tot Oranje in Amerika en Mexico een oefenstage afwerkte en daar ervaring opdeed met de klimatologische omstandigheden en de velden. “We komen er pas achter hoe het daar is, als we er zijn. Ik begrijp wel dat de clubs niet zaten te wachten op een trip van het Nederlands elftal naar Amerika. Maar ik vraag me toch af waarom het in Duitsland wel kon. Dat land was toch ook met vier clubs vertegenwoordigd in de Europa-Cuptoernooien. We spelen veel thuiswedstrijden. Tot nog toe was voor ons alleen Tunesië nuttig.”

We lopen naar het tv-toestel om de selectie te bekijken. De naam van Peter van Vossen springt uiteraard direct in het oog. John Bosman is voor de tweede keer in vier jaar een schlemielige afvaller. Wouters laat zijn voorkeur niet blijken. “Voor iedere speler kun je honderd argumenten bedenken waarom je hem wel of niet moet selecteren. Bosman is altijd iemand voor de goaltjes geweest. Geen pinchhitter, dan denk ik eerder aan John de Wolf. Waarom zou je hem niet als spits de laatste twintig minuten kunnen inbrengen wanneer je iets wilt forceren? John Bosman is geen man die oorlog maakt. Als het met verzorgd voetbal niet meer gaat heb je soms spelers nodig die met andere middelen iets kunnen afdwingen. Peter van Vossen gaat en draaft. Hij heeft zijn waarde voor het Nederlands elftal bewezen. Maar hij toonde afgelopen seizoen ook aan blessuregevoelig te zijn.”

De wedstrijd tegen Ierland bewees dat Jan Wouters, die zich zorgen maakt over de trage renovatie bij PSV, nog onmisbaar is voor het Nederlands elftal. Als bikkelaar, als winnaar van persoonlijke duels, als balafpakker, als gatendichter. Zelf vindt hij dit overdreven. Advocaat heeft laten doorschemeren dat hij op het WK een keuze wil maken tussen de stilist Wim Jonk en Jan Wouters. Samen in een team kan eigenlijk niet. Wouters is het daar niet mee eens. “Ik vind dat Jonk en ik gemakkelijk in één elftal kunnen spelen. Als jij twee spelers weet die elkaar zo aanvullen als wij, mag je ze opnoemen. De een zorgt in aanvallend opzicht voor ideale oplossingen. De ander knapt verdedigend werk op. Waar ik dan moet staan? Dat moet de bondscoach maar bepalen.” Als zijn mening over dit onderwerp wordt gevraagd bij Oranje, zal hij dit te berde brengen. Als hem wordt gevraagd, hoe hij zou reageren als Advocaat op het WK Jonk inzet tegen teams als Saoedi-Arabië en Wouters in fysiek zware wedstrijden tegen bijvoorbeeld België, moet hij lang nadenken. Vervolgens: “Dan blijf ik liever thuis. Dan mag ik alleen opdraven in de moeilijke wedstrijden. Overigens ga je er daarbij vanuit dat we tegen die twee landen makkelijk winnen. Zo dachten we in 1990 ook over Egypte. We zullen tegen teams als Saoedi-Arabië wel beter zijn, maar het wordt zeker geen walk-over.”

Wouters is voor elke interland één van de spelers met wie Dick Advocaat overleg voert over de opstelling en de strijdwijze. “Maar daar moet je je niet te veel van voorstellen. De bondscoach bepaalt uiteindelijk toch wat er gebeurt. Er ontstaat weleens een discussie waarin wij onze mening geven. De ene keer merk je later dat er naar je geluisterd is, de andere keer helemaal niet. Namen van spelers die moeten spelen noemen wij nooit.” Advocaat en Wouters kennen elkaar door en door. Als negentienjarig broekie voetbalde Wouters nog samen met de huidige bondscoach bij FC Utrecht, die toen in de nadagen was van zijn actieve loopbaan. “We hadden veel contact met elkaar. Zowel over voetbalzaken als privé.” Daarom is het voor Wouters moeilijk om geen “Dickie” maar “bondscoach” te zeggen. “Aan de andere kant heeft hij veel respect afgedwongen. En dat maakt het eenvoudiger. Het is niet gering om als voormalig assistent, en dan nog wel als opvolger van Michels, ineens voor de groep te gaan staan. Met zo'n hulptrainer ga je toch heel amicaal om. Maar Advocaat heeft er toch voor gezorgd dat hij autoriteit heeft gekregen, zonder dat die vriendschappelijke band is verdwenen.”

Het WK in 1990 wordt het laatste kunststukje in de interlandcarrière van Jan Wouters, die eigenlijk pas goed begon tijdens het succesvolle EK in 1988. Oranje zal de karaktervoetballer missen, zijn opvolger staat nog niet klaar. “Het ontbreken van een type speler als ik, is het probleem van het hele Nederlandse voetbal. Het WK-team van 1974 had Neeskens, Van Hanegem, Suurbier en Rijsbergen. Voetballers die in dienst van een ander konden spelen, maar ook een goede actie of pass in de benen hadden. Als het op strijd aankwam stonden ze hun mannetje. Dat is het grote verschil met nu. Het gemis aan dat soort spelers kan ons op bepaalde momenten gaan opbreken.”