Humor (1)

Is Theo van Gogh een racist als hij op de Achterpagina van 2 mei schertsend spreekt van Achmed, een Marokkaan die vrouw en kinderen slaat en slechts droomt van 'een verblijfsvergunning en lekker neuken'? Nee, dan is hij geen racist, volgens velen, dan is hij slechts Theo van Gogh, in het echt een lieverd met een veel te grote mond. Waar Janmaat opgepakt zou worden wegens belediging van minderheden, daar mag Theo van Gogh zich onbekommerd overgeven aan goedkope, discriminerende uitlatingen.

Bij Paul de Leeuw worden wij geacht in schateren uit te barsten wanneer Olga Zuiderhoek met verkrachting bedreigd wordt. Het is mij een raadsel waarom kwaliteitsacteurs zich in toenemende mate lenen voor platte ongein. En als wij ons in Jiskefet moeten bescheuren omdat iemand per ongeluk een glaasje urine drinkt in plaats van appelsap, doen wij dan niet willoos mee aan de terreur van de kritiekloze vette lach? Bij de ene cabaretier na de andere moeten grove sex, invaliditeit of ouderdom onze lust tot hinniken opwekken. Voor zover dit vernieuwingen zijn die onze grenzen verleggen, zou voor uitzending gepleit kunnen worden. Maar de grenzen zijn al zo lang geleden verlegd, dat volstrekt geen sprake is van het doorbreken van een taboe. De onderwerpen die in de tijd van Lurelei voor het eerst aangeroerd werden zijn nog steeds gangbaar voor de moderne lolbroek. Alleen het publiek is veranderd: waar vroeger de culturele elite naar het theater toog, daar zit nu jong spul, dat nauwelijks kwaliteitseisen stelt. Steeds vaker denk ik, dat de artiesten niet zozeer op de puberteit van hun publiek mikken, maar op een leeftijd ver daarvoor, de lagere schooltijd toen men opgewonden vieze woordjes fluisterde in het speelkwartier. Er is bedroevend weinig nieuws onder de zon bij de hedendaagse komiek.