Matthias is een strandbal, wij zijn de spelende badgasten

Matthias de Boer treedt 7 mei om 20.00 uur op in gebouw De Zeskanter in Zaandam. Entrée ƒ 10,-

Tientallen uitgelaten fans versperren zijn triomftocht naar het podium. De entertainer deelt terloops wat kushandjes uit of krabbelt zijn handtekening ergens op een programmablad. Eenmaal op het podium gekomen, scandeert het publiek in koor: olé, olé, Matthias in Carré. Hier staat een Zaanse wereldster.

De eerste act is vanavond: 'Vredige Kerst in Aller Tijden'. Matthias de Boer vindt na wat onhandig gescharrel in zijn attributen een kerststukje. De tekst is weggemoffeld tussen de dennenaalden. De zaal zingt uit volle borst mee: “Laat nu je hartje spreken. (...) Maak de mensen blij.” Het lied wordt al snel overstemd door het gepiep van feesttoeters. De onberispelijk geklede zestiger, langzaam bedolven onder confetti en papiersnippers, grinnikt wat verlegen naar de zaal.

Dan komt: 'Op de toet-toet.' Het ludieke liedje over het verkeer wordt wreed verstoord door een bevel uit het publiek: stoelen omdraaien. Als één man keert het publiek zich af van het podium. De Zaanse Charlie Chaplin gaat onverstoorbaar door.

De shows van De Boer lopen altijd uit de hand. Op een dinsdagavond in Roxy, doorgaans een trendy house-discotheek in het centrum van Amsterdam, is het weer raak. Het publiek gooit massaal stoelen op het podium, of ontruimt als grap opeens de zaal, De Boer alleen achterlatend. Tien minuten later keert het publiek in polonaise terug. Het grootste deel van zijn show is de entertainer bezig om als een schoolmeester de zaal tot de orde te roepen. Zelden slaagt hij daarin. Het publiek is in extase.

Het is de toewijding van de entertainer, het vleugje Tirool in de show en zijn knullige acts die de jongeren opzweept. De Boer dribbelt, terwijl het publiek de stoutste streken uithaalt, wat verloren over het podium. Een fan: “Je kan Matthias vergelijken met een bal op een strand. Wij zijn de badgasten die met die bal spelen.” Na deze stelling ontspint zich een heftige discussie tussen de jonge Zaankanters of Matthias het publiek opzweept of dat hij echt zo zot is. Ze komen er niet uit.

Deze cultshow bestaat nog voornamelijk in Amsterdam. De meeste zalen van de Zaanstreek stellen geen prijs meer op de entertainer en zijn aanhang. In de Speeldoos, de schouwburg van Zaandam, kreeg De Boer tomaten en eieren naar zijn hoofd. Een buikspreekpop en een microfoon werden gestolen.

De Boer ontdekte zijn talent bij de plaatselijke operettevereniging. “De dirigent genoot altijd zo van mij.” De ontslagen kantoorklerk en ex-ziekenbroeder trad in 1970 voor het eerst op in bejaardentehuis Saenden te Zaandam. De Boer zong er operetteliederen van Robert Stolz en draaide na de pauze een film over een fruitcorso en een koninginnedag te Slagharen. Na een half uur gingen de bejaarden al in polonaise door de koffieruimte. Optredens voor het Leger des Heils volgden. Op instigatie van zijn vader Engel de Boer, die toendertijd toneelmeester was bij de Zaanse Volksbond voor Operette, besloot Matthias de overstap te wagen naar de bühne. Matthias: “Ik denk vaak terug aan mijn vader zaliger, zoals hij me stimuleerde.” Tot 1989 verzorgde Engel de Boer het licht en de attributen bij de shows van zijn zoon. “Mijn zuster deelde huis-aan-huisstencils uit.”

Tegenwoordig draait De Boer helemaal op eigen kracht. Vanuit zijn vrijgezellen-flatje aan de Indigostraat in Zaandam runt hij zijn eigen impresariaat. Nu gaat hij zelf met lijm en kwast door de stad om aankondigingen te plakken. Aan de inhoud van zijn shows is echter weinig veranderd. Vierentwintig jaar na zijn debuut is de show van De Boer nog steeds doorspekt met operetteliederen als: 'Ach so fromm' en religieuze liedjes als: 'Leger voor alle heil' en het 'Ave Maria' van Robert Stolz. 'Goochelarietjes' staat ook altijd nog op het repertoire. Het 'vervlogen ouderlijk huis' is wel nieuw.

Zijn liefde voor Stolz heeft een historische reden. De Boers Oostenrijkse moeder kwam net als Stolz uit Graz. In 1970 bracht de Zaankanter een doos sigaren aan de Weense componist. Hij combineerde dit bezoek met enkele optredens in 'Altesheim Caritas' te Graz en een bejaardenhuis in Maribor, Slovenië, waar zijn opa en naamgever Matthias Ganza was geboren. De muze in het bloed van De Boer komt uit deze bron. Zijn grootvader was namelijk kapelmeester.

In Matthias leeft de wat wonderlijke combinatie van katholicisme met een beetje New Age. Zijn moeder indachtig spoedt De Boer zich nog wekelijks naar de Bonifaciuskerk te Zaandam om een kaarsje voor het Mariabeeld te ontsteken. “Mijn moeder zaliger zei altijd: 'Als je in je hart maar katholiek blijft'. ” Vorig jaar schreef De Boer naar aanleiding van de oorlog in ex-Joegoslavië zelfs een brief aan de paus. De paus antwoordde: “We moeten blijven bidden.”

In zijn shows komt de beschouwende kant van De Boer ook ruimschoots aan bod. Het versjeskwartiertje bijvoorbeeld: “Dames en Heren, ik heb een paar versjes geschreven.” “Pauze, pauze, pauze”, scandeert het publiek daarop. Het eerste versje is 'De zon': “Uit de zon haalt men de kracht voor het leven. Dit is toch een ware zegen.” Het tweeregelig gedicht scoort als een goal van Ajax. Het 'Ave Maria' is een volgende climax. Met brandende aanstekers en gestrekte armen deint de zaal mee als ware het een rockconcert. Het huzarenstukje na de pauze is de 'anti-stress-oefening'. Met toegeknepen ogen vraagt Matthias het publiek 'de blauwe lucht in te zuchten'. “Ik voel een stroom door me heen gaan”, zegt hij bezwerend. Het melige antwoord is een eendrachtig “van voor, naar achter, van links, naar rechts”.

Ook New Age kwam in Matthias' leven in Oostenrijk. Toen hij het graf van zijn oma bezocht, vroeg een vrouw of hij in contact wilde komen met de overledene. Waarom ook niet, dacht Matthias. Het medium bracht hem naar haar huis en sprak de gedenkwaardige woorden: “God de Vader heeft iets met U voor.” Sindsdien dicht De Boer zichzelf magische krachten toe. “Mogelijk reageert het publiek dáárop.” Na een volgend familiebezoek stapte De Boer op de trein van Maribor naar Graz en plots breekt daar de oorlog uit. “Dat kan toch geen toeval zijn?” In het programma sijpelen deze ervaringen door. “Ik heb toen een boekje van Jung gelezen, en dat in cabaretvorm uitgebracht op New Age-muziek. Dan zweef ik op een hangmat tussen hemel en aarde en vertel iets over droomuitleggen. Boven me is een witte engel en ik ga als aarde in het zwart gekleed.”

Op de vraag of hij vindt dat het publiek met hem spot reageert Matthias verontwaardigd. “Ik probeer vooral iets positiefs te doen. Dat het publiek zo heftig reageert, daar sta ik verder boven. Ik vind het prima dat het publiek vijfentwintig gulden betaalt voor mijn show, zodat ik mijn boodschap kan uitdragen.”

De grootste gezamenlijke droom van De Boer en zijn publiek is een optreden in Carré. Het 25-jarig jubileum, volgend jaar maart, lijkt daarvoor een goede aanleiding. Daar zal hij dan de Matthias Cantate, (canon) Opus 2, ten gehore brengen. Sinds Robert Stolz gestorven is moet hij immers zelf zijn muziek componeren. Vanavond moeten we ons behelpen met Opus 1. De tekst bestaat voornamelijk uit hoempapa en lalala, maar het is, volgens Matthias, het begin van een omvangrijk oeuvre.

Als toegift trakteert Matthias vanavond op 'orgelspel'. “Fijn dat jullie me even orgel laten spelen”, zegt de entertainer dankbaar. De muziek en de cabaretier gaan langzaam ten onder in valse tonen en confetti. De fan bekijkt het tafereel vertederd: “Als je bedenkt dat hij het zo 24 jaar volhoudt dan krijg je toch wel bewondering voor die man.”