Een literaire vroedvrouw; Briefwisseling van Heinrich Mann en zijn Amerikaanse uitgever

Heinrich Mann: Briefwechsel mit Barthold Fles 1942-1949. Red. Madeleine Rietra. Uitg. Aufbau Verlag, 271 blz, Prijs ƒ 61,60.

Op 13 oktober 1940 kwam in Hoboken, vlak bij New York, een kleine oceaanstomer aan. Veel toeristen arriveerden er niet met het schip. De passagiers waren bijna allemaal op de vlucht voor de nazibarbarij. Franz Werfel en zijn vrouw Alma (de weduwe van Gustav Mahler) waren aan boord, evenals Heinrich Mann en zijn vrouw Nelly en Golo Mann, de historicus, tweede zoon van Heinrichs broer Thomas, die al enige jaren in Amerika woonde.

De Duitse schrijvers-emigranten werden verwelkomd door hulpcomités, die echter niet veel voor hen konden doen. De Amerikaanse jaren werden voor velen een tijd van armoede, teleurstelling en isolement. Zo ook voor Heinrich Mann. Tot 1933 was hij in links intellectueel Duitsland gevierd als onovertroffen satiricus, polemist, essayist en literair historicus. Romans als Professor Unrat (verfilmd door Josef von Sternberg als Der Blaue Engel met Marlene Dietrich in de hoofdrol) en Der Untertan waren in het hele Duitstalige gebied beroemd. Duizenden beschouwden hem als de politiek gissere van de twee broers Mann. Maar in Amerika moest hij ervaren dat zijn boeken nauwelijks verkoopbaar waren. Als zijn broer Thomas met zijn contacten in het Amerikaanse establishment en zijn successen op de Amerikaanse boekenmarkt hem niet geregeld geld had toegestopt (hem zelfs een paar jaar lang een inkomen van de Library of Congress afstond) was Heinrich Mann aan de bedelstaf geraakt - zijn volgens de hele familie Mann onmogelijke en spilzieke vrouw Nelly zou daaraan een krachtige bijdrage hebben geleverd.

Toch begon Manns ballingschap veelbelovend. Hij had een baantje in Hollywood, van allerlei kanten werden hem artikelen gevraagd, royalties kwamen binnen uit Mexico en zelfs de Sovjet-Unie. Bij uitgevers bestond grote belangstelling voor zijn nieuwe roman over de nazi-moord op het Tsjechische dorp Lidice als represaille voor de aanslag op de SS-Protektor Heydrich. Maar de beloftes werden niet ingelost. Het baantje in Hollywood werd niet verlengd en met geen enkele uitgever kwam een contract tot stand. Broer Thomas Mann begon zich zorgen te maken en probeerde de New Yorkse literaire agent Barthold Fles voor zijn broer te interesseren.

Fles was een in 1902 in Amsterdam geboren joodse Nederlander. Hij was al in 1923 naar Amerika vertrokken en had daar met enige moeite het hoofd boven water weten te houden. Hij kon gelukkig van alles. Hij was een verdienstelijk violist en had in Londen en Leipzig het boekenvak geleerd. Ook had hij aanleg voor talen en kon hij schrijven. Als violist in zigeunerorkestjes, als muziekcriticus, stofzuigerverkoper, schilder, medewerker van uitgeverijen en zelfs van de New York Times Book Review verdiende hij een boterham. Maar pas in 1933 kwam er lijn in zijn leven: hij reisde naar Europa en kwam terug met twee literaire manuscripten: een van Jacob Wasserman en een van Ignazio Silone. Nadat hij deze bij New Yorkse uitgeverijen had ondergebracht had hij zijn beroep gevonden: literair agent. Hij vestigde zich als zodanig op Fifth Avenue.

De Amerikaanse uitgeverswereld is zonder literaire agenten niet denkbaar. Negentig procent van alle manuscripten die in druk verschijnen bereiken via agenten de uitgevers. Fles omschreef zelf de rol van de literaire agent eens als die van een 'oudere broer, criticus, vertrouweling, bankier, literaire vroedvrouw' van de te vertegenwoordigen auteur, die daarnaast met een scherpe neus langs de grond van het literaire leven moest gaan om trends te ruiken, de beslissers bij de uitgeverijen te kennen en juridische valkuilen op te sporen. Behalve van de wereld van het boek moest hij bovendien op de hoogte zijn van mogelijkheden voor zijn auteurs in de filmindustrie en het tijdschriftenwezen.

Heinrich Mann, Briefwechsel mit Barthold Fles 1942-1949 documenteert de agentenrol in relatie met een tragische, maar ook lastige auteur die honderd procent balling blijft. Hij leert dan ook nauwelijks Engels en blijft de Amerikaanse werkelijkheid om hem heen met totaal onbegrip tegemoet treden. Fles ziet kans om Manns twee beroemdste oude romans onder te brengen. Zij verschijnen tijdens de oorlog en worden door de kritiek goed ontvangen. Maar Heinrich Mann blijft klagen over de geringe verkoop en de lage afrekeningen die hij ontvangt en heeft meestal geen goed woord over voor de uitgevers die hem in zijn ogen niet naar waarde schatten.

Treurig is inderdaad het lot van zijn min of meer als autobiografie opgezette politieke essay Ein Zeitalter wird besichtigt. Dutton wil het uitgeven, betaalt aan, geeft het manuscript aan een vertaler. Maar deze werkt zo traag dat in het voorjaar van 1945 pas een klein deel klaar is. Fles, die Duits en Engels perfect beheerst, slaat zelf aan het vertalen. Maar als in de herfst van 1945 de vertaling klaar is, is het politieke getij verlopen en vreest Dutton zijn vingers te branden aan een boek dat het socialisme omhelst en de Sovjet-Unie prijst. Wat voor Mann een magnum opus was, verscheen nooit in het Engels. In het naoorlogse Duitsland sloeg het in Zweden verschenen boek trouwens ook niet aan: voor de Westduitsers bewonderde Heinrich Mann Stalin te veel, voor de Oostduitsers was hij te positief over Churchill.

Fles overleed in 1989 in het Rosa Spier huis in Laren. De literatuur-historica Madeleine Rietra trof hem daar niet lang voor zijn dood. Uit dit contact kwam de publikatie van de briefwisseling Heinrich Mann-Barthold Fles voort. Zij verhaalt interessant over het uitgeversbedrijf in Amerika en zijn omgang met de Exil-Literatur. En zij vertelt over Heinrich Mann, over zijn ambities met zijn grote autobiografische essay, over zijn geldgebrek en zijn teleurstellingen en over zijn gebrek aan begrip voor de harde commerciële mores in de New Yorkse uitgeverswereld. Mores die overigens in de jaren van de correspondentie humaan en zachtzinnig waren, vergeleken bij wat ze nu zijn.

    • André Spoor